toeslagrecht

Verschil #16

2026-11-02 · zorgtoeslag / 2017, 2018 · status law

De tekst hieronder is in het Engels, zoals het logboek het bijhoudt.

Wzt art. 4a lid 1–4 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026; dezelfde tekst in de versie van 01-01-2025). In 2020 t/m 2024 was dit art. 3, lid 1–3, zonder het huidige lid 3: dat lid (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is per 06-11-2024 ingevoegd (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C); voor 2020 t/m 2024 geeft de encoding in dat geval undetermined. Het verhoudingsgetal per land: Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 (BWBR0018715, versies 01-01-2024, 01-01-2025 en 01-01-2026; vastgesteld bij Stcrt. 2023, 29907, Stcrt. 2024, 35698 en Stcrt. 2025, 38064; 2023: Stcrt. 2022, 29339, voor vier landen gerectificeerd bij Stcrt. 2022, 32002 vóór de inwerkingtreding; 2022: Stcrt. 2021, 46565, Liechtenstein gecorrigeerd bij Stcrt. 2021, 47687; 2021: Stcrt. 2020, 53972; 2020: Stcrt. 2019, 58198, waarvan art. II tegelijk de factor voor Duitsland voor 2017–2019 met terugwerkende kracht verlaagde, zonder effect op de zorgtoeslag; 2019: Stcrt. 2018, 60576; 2018: Stcrt. 2017, 66088, de laatste tabel naar de oude methode, waarvan art. II tegelijk de factor voor Zweden voor 2017 met terugwerkende kracht opnieuw vaststelde; 2016: Stcrt. 2015, 40860, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin en aan het eind van 2016; 2015: Stcrt. 2014, 34233, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin, in februari en aan het eind van 2015, waarvan art. II de factor voor Frankrijk voor 2012 met terugwerkende kracht opnieuw vaststelde, volgens de toelichting zonder effect op de zorgtoeslag; 2014: Stcrt. 2013, 33704, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin en aan het eind van 2014, zonder correctieartikel; 2013: Stcrt. 2012, 25177, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin en aan het eind van 2013, zonder correctieartikel, twee factoren boven 1 — Noorwegen 1,2666 en Ierland 1,0176), in parameters/<jaar>.yaml onder woonlandfactoren. Op 2026-10-07 gemist: de vorige run las art. 1–5 en zocht een art. 2a; art. 4a staat tussen art. 4 en 5.

Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026).

Awir art. 14 lid 4: "Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's." (BWBR0018472, geldend van 01-01-2026; dezelfde tekst in de versies van 01-01-2025 en 01-01-2024, verbatim gelezen 2026-10-08 en 2026-10-09. De wetstechnische informatie van art. 14 vermeldt geen enkele wijziging van het artikel, geraadpleegd 2026-10-09.) De bedragen van art. 7 lid 3, 4 en 6 en art. 26a per jaar staan in parameters/<jaar>.yaml (2024, 2025: Stcrt. 2024, 38492; 2026: Stcrt. 2025, 40487; 2023: tekst van 01-01-2023, verbatim gelezen 2026-10-11, ontstaan uit Stcrt. 2022, 32674; 2022: Stcrt. 2021, 48308; 2021: tekst van 01-01-2021, verbatim gelezen 2026-10-13 — het eerste jaar van de rendementsgrondslag-toets van art. 7 lid 3, Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. III, en lid 6 uit Stcrt. 2020, 64406; 2020: tekst van 01-01-2020, verbatim gelezen 2026-10-14 — art. 7 lid 3 noemde toen geen bedrag maar ontzegde de tegemoetkoming zodra voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking werd genomen, lid 6 € 4.964); de zorgtoeslag gebruikt ze niet (Wzt art. 3 lid 1; in 2020 t/m 2024 art. 2a lid 1).

Date
2026-11-02
Case
zt-2017-rul-007 (definitieve berekening 2017), zt-2018-rul-008 (voorschot 2018)
Toeslag / year
zorgtoeslag / 2017, 2018
Encoding outcome
undetermined: a verzekerde living in the Netherlands with a verdragsgerechtigde partner (Zvw art. 69) living in Marokko (woonlandfactor 0,0125). Wzt art. 3 as it stood in 2017 and 2018 (now art. 4a) set the standaardpremie of a person as meant in Zvw art. 69 at the standaardpremie × the woonlandfactor (lid 1) and that of the partner of such a person likewise unless that partner is a verzekerde (lid 2); it did not say what the standaardpremie of a verzekerde's verdragsgerechtigde partner is. The encoding returns 'not determined by the law' for that situation in every year before 06-11-2024, when art. 4a lid 3 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C) first named it
Government outcome
Two outcomes for the same inputs. The Dienst (as quoted by the Afdeling): standaardpremie € 1.530 + € 1.530 × 0,0125 = € 1.549,125, minus the normpremie met partner € 1.016,51 = € 532,62 → € 533 for 2017 (besluit 31-12-2018); € 1.546 + € 19,33 = € 1.565,33 − € 971,42 = € 593,91 → € 594 for 2018 (voorschot 21-08-2018 / 21-11-2018). The Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1071 and ECLI:NL:RVS:2021:1072: 'de Belastingdienst/Toeslagen [heeft] ten onrechte de standaardpremies van [appellant] en zijn partner bij elkaar opgeteld en de normpremie daarop in mindering gebracht'; on the memorie van toelichting (Kamerstukken II 2006/07, 30 918, nr. 3) the verzekerde himself has 'recht op de maximale zorgtoeslag van € 88,00 per maand in 2017 en € 94,00 per maand in 2018' (the maximum zonder partner, € 1.066 / € 1.139 per year) and the partner a separate aanspraak with the woonlandfactor. The legislator afterwards (as the Dienst's Handboek Toeslagen, hoofdstuk 21 §1.6.5, reports it, citing Kamerstukken II 2022/23, 36 357, nr. 3, p. 20): the article that passage explained never entered into force; art. 4a was clarified per 06-11-2024 'zonder dat de berekening wijzigt', and the Handboek computes as the Dienst did
Rule(s)
zt-2026-art4a (Wzt art. 3 lid 1–2, texts 2017 and 2018; art. 4a lid 3 since 06-11-2024), zt-2026-art2-1, awir-2026-art14-4 (parameters 2017: € 1.530, Stcrt. 2016, 64077; 5,055%, Stb. 2016, 469; drempelinkomen € 20.108,736; 2018: € 1.546, Stcrt. 2017, 68107; 4,750%, Stb. 2017, 436; € 20.450,88; woonlandfactor Marokko 0,0125, Regeling zorgverzekering bijlage 4, as the ruling quotes it)
Status
law
Classification argued in
CHANGELOG.md 2026-11-02. The text of 2017–2018 does not name the verzekerde's verdragsgerechtigde partner; the Dienst read lid 1 as covering any art. 69 person including such a partner (sum of both premies, one normpremie), the highest administrative court read the memorie van toelichting as giving each partner an own aanspraak, and the legislator inserted lid 3 in 2024 to say what the Dienst had done. Three readings, one text: the encoding keeps undetermined for the years before 06-11-2024 and records both outcomes; the cases keep the Dienst's amounts, which the text as read by the Dienst and by the 2024 lid 3 reproduce to the euro (€ 532,63 and € 593,91 from the unrounded drempelinkomen). Not government: the Dienst's decisions follow one defensible reading of the text and the legislator later confirmed it. Not encoding: nothing in the text of those years picks a reading. What re-argues it: reading Kamerstukken II 2022/23, 36 357, nr. 3, p. 20 itself, and whether the Afdeling kept this line after 2021 (law/SOURCES.md open item 8). The two rulings also give the first Dienst monthly maxima for 2017 and 2018 (€ 88, € 94: floor, #5) and a 2017 normpremie computed on a rounded-up drempelinkomen (#1)