Verschil #3
2026-10-08 · zorgtoeslag / 2026 · status open
De tekst hieronder is in het Engels, zoals het logboek het bijhoudt.
Wzt art. 4a lid 1–4 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026; dezelfde tekst in de versie van 01-01-2025). In 2020 t/m 2024 was dit art. 3, lid 1–3, zonder het huidige lid 3: dat lid (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is per 06-11-2024 ingevoegd (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C); voor 2020 t/m 2024 geeft de encoding in dat geval
undetermined. Het verhoudingsgetal per land: Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 (BWBR0018715, versies 01-01-2024, 01-01-2025 en 01-01-2026; vastgesteld bij Stcrt. 2023, 29907, Stcrt. 2024, 35698 en Stcrt. 2025, 38064; 2023: Stcrt. 2022, 29339, voor vier landen gerectificeerd bij Stcrt. 2022, 32002 vóór de inwerkingtreding; 2022: Stcrt. 2021, 46565, Liechtenstein gecorrigeerd bij Stcrt. 2021, 47687; 2021: Stcrt. 2020, 53972; 2020: Stcrt. 2019, 58198, waarvan art. II tegelijk de factor voor Duitsland voor 2017–2019 met terugwerkende kracht verlaagde, zonder effect op de zorgtoeslag; 2019: Stcrt. 2018, 60576; 2018: Stcrt. 2017, 66088, de laatste tabel naar de oude methode, waarvan art. II tegelijk de factor voor Zweden voor 2017 met terugwerkende kracht opnieuw vaststelde; 2016: Stcrt. 2015, 40860, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin en aan het eind van 2016; 2015: Stcrt. 2014, 34233, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin, in februari en aan het eind van 2015, waarvan art. II de factor voor Frankrijk voor 2012 met terugwerkende kracht opnieuw vaststelde, volgens de toelichting zonder effect op de zorgtoeslag; 2014: Stcrt. 2013, 33704, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin en aan het eind van 2014, zonder correctieartikel; 2013: Stcrt. 2012, 25177, 39 landen, gelijk aan de bijlage aan het begin en aan het eind van 2013, zonder correctieartikel, twee factoren boven 1 — Noorwegen 1,2666 en Ierland 1,0176), inparameters/<jaar>.yamlonderwoonlandfactoren. Op 2026-10-07 gemist: de vorige run las art. 1–5 en zocht een art. 2a; art. 4a staat tussen art. 4 en 5.
Wzt art. 2 lid 4 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026).
- Date
- 2026-10-08
- Case
zt-2026-syn-001(synthetic; no published figure exists)- Toeslag / year
- zorgtoeslag / 2026
- Encoding outcome
- Verzekerde aanvrager, partner neither verzekerde nor verdragsgerechtigde, woonland BE, toetsingsinkomen € 20.000 + € 5.000: (2 × € 2.119 − normpremie) × 50% = € 1.481,32 — Wzt art. 4a lid 4 applies the woonlandfactor to the partner's standaardpremie only when the aanvrager is a verdragsgerechtigde (Zvw art. 69)
- Government outcome
- Dienst Toeslagen, Berekening zorgtoeslag 2026, stap 5: "Uw klant is een verzekerde en de toeslagpartner is geen verdragsgerechtigde en geen verzekerde: (standaardpremie + standaardpremie x woonlandfactor − normpremie) x 50%" = € 1.296,11
- Rule(s)
zt-2026-art4a,zt-2026-art2-4- Status
open— a published method, not yet a decision; the encoding follows the text. To be classified when a beschikking or a reading of the text that covers it appears. 2026-10-09: the Dienst's Berekening zorgtoeslag 2024 (stap 5 onder c) gave for the same situation a third formula, "(2x standaardpremie x woonlandfactor – normpremie) x 50%", i.e. the factor on both premies; the Dienst's method changed between 2024 and 2026 while the text (then art. 3, now art. 4a) did not on this point. Art. 4a lid 3 (verzekerde with a verdragsgerechtigde partner) exists only since 06-11-2024 (Stb. 2024, 291); for 2024 the encoding returnsundeterminedfor that case. 2026-10-11: the Dienst's Berekening zorgtoeslag 2023 (stap 5) gives the same four formulas as 2024, onder c identical ("(2x standaardpremie x woonlandfactor – normpremie) x 50%"), and onder d for a partner who is a verzekerde but not a verdragsgerechtigde: "(standaardpremie x woonlandfactor + standaardpremie) – normpremie", which is what art. 3 lid 3 (2023 text; now art. 4a lid 4) says. So the method of 2023 and 2024 was one method, changed by 2026; the text of 2023 equals that of 2024 on this point (art. 3). 2026-10-12: the Dienst's Berekening zorgtoeslag 2022 (stap 5) has the same four formulas a–d as 2023 and 2024, onder c identical ("(2x standaardpremie x woonlandfactor – normpremie) x 50%"), and its rekenvoorbeeld 3 applies it (€ 3.498 × 0,8138 for a verdragsgerechtigde with a partner who is neither verzekerde nor verdragsgerechtigde) — the only worked example of this formula in the five leaflets; the encoding passes it on the standaardpremie (zt-2022-pub-003), because for a verdragsgerechtigde aanvrager with such a partner the text (art. 3 lid 3, 2022 text; now art. 4a lid 4) and the Dienst's onder c agree that both premies carry the factor. The difference of this entry arises only for a verzekerde aanvrager (zt-2026-syn-001), a case no leaflet works out. So the method of 2022, 2023 and 2024 was one method, changed by 2026- Classification argued in
CHANGELOG.md2026-10-08, 2026-10-11, 2026-10-12 2026-11-02: the Handboek Toeslagen (versie 2026.3, hoofdstuk 21 §1.6.5) tabulates five partnerschapssituaties — verdragsgerechtigde alone; verdragsgerechtigde + verzekerde; verzekerde + verdragsgerechtigde; both verdragsgerechtigd; verdragsgerechtigde + 'geen verzekerde' (both premies × woonlandfactor, then / 2 under art. 2 lid 4) — and does not list this entry's situation, a verzekerde aanvrager with a partner who is neither. Still a published method without a decision. The Handboek's table does record that the Afdeling computed the verzekerde + verdragsgerechtigde case differently in 2021: that is #16