toeslagrecht

De wet in 2013

BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim gelezen 2026-10-24 en 2026-10-25); de enige tekstversie van 2013

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

versie_opmerking
Ontstaansbronnen per 01-01-2013 (wetstechnische informatie, gelezen 2026-10-25): Stb. 2012, 204 (art. 1 lid 2 en art. 2a, inwerkingtreding Stb. 2012, 383); Stb. 2012, 669 (art. 2a lid 1, slotvolzin); Stb. 2012, 627 samen met Stb. 2011, 620 (art. 2 lid 3: de percentages 2013); Stb. 2011, 288 (art. 1 lid 1 onder f, inwerkingtreding Stb. 2012, 45). De tekst van 01-01-2012 verschilt van die van 01-01-2013 in art. 1 lid 1 onder f (de zinsnede over het werknemersaandeel Wfsv en de vergoeding Zvw art. 46), art. 1 lid 2, art. 2 lid 3 (2,930% / 5,530% / 5,435%) en het ontbreken van art. 2a — verbatim vergeleken 2026-10-25, art. 1 t/m 5. De tekst van 01-01-2014 verschilt van die van 2013 alleen in art. 2 lid 3 (2,410% / 5,210% / 9,118%) en art. 2a lid 1 (€ 81.360) — verbatim vergeleken 2026-10-24.
artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2013)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2013)
artikel_maandbepaling
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2013; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2013 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig
True
vermogenstoets_basis
grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2013 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2013 is niet gevonden: tg0821z30fd, z33fd en z34fd zijn op 2026-10-25 een 404, z31fd was dat op 2026-10-11 en z32fd is de leaflet 2023; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2013 is onbekend. Uitkomsten van de Dienst voor 2013 uit de rechtspraak: SOURCES.md §4 en de cases zt-2013-rul-*, voor zover gelezen.

Wet op de zorgtoeslag

In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 (tekst 2013; vervallen per 01-01-2021) · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim gelezen 2026-10-25; dezelfde tekst in 2012 en in 2014 t/m 2020). Vervallen bij Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, Stb. 2020, 543, art. III onder 2 (lid 6–8 vernummerd tot 5–7, onder 3) · tekst
Invoer: partner_verzekeringsplicht_niet_nagekomen (ja/nee/onbekend). Of de partner verzekeringsplichtig was en die plicht niet nakwam (Zvw art. 2) codeert de encoding niet; het is invoer. Niet opgegeven: gerekend alsof nagekomen, met een noot.

Waarde in het dossier: .

De standaardpremie wordt voor het jaar 2013 vastgesteld op € 1478,–.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie 2013, art. 1 · 2013 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 december 2012, kenmerk Z-3141539, houdende vaststelling van de standaardpremie 2013, Stcrt. 2012, 25514 (primaire tekst gelezen 2026-10-25; het Stcrt.-nummer uit de wetstechnische informatie van BWBR0032391); geconsolideerd BWBR0032391 (geldend van 01-01-2013; gevonden via de wetstechnische informatie van Wzt art. 4). Toelichting: berekende gemiddelde nominale premie 2013 € 1.281 (CPB, op basis van de werkelijke nominale premies 2013) plus het gemiddeld verplicht eigen risico € 197 van 'een verzekerde die geen recht heeft op compensatie van het verplicht eigen risico, dus een niet chronisch zieke' (de tekst van art. 4 van 2013 zonderde die verzekerden uit); 'Bij de vaststelling van de standaardpremie worden de kortingen op collectiviteitscontracten niet meegenomen' — in 2014 wél, als uitdrukkelijke beleidswijziging (Stcrt. 2013, 35060). 2012: niet gelezen (Regeling vaststelling standaardpremie 2012, BWBR0030719, genoemd op de informatiepagina van art. 4). 2014: € 1.329 (Stcrt. 2013, 35060). Maxima uit de tekst 2013: zonder partner € 1.060 (€ 1.478 − 2,195% × € 19.043,424 = € 1.059,997), met partner € 2.062 (€ 2.956 − 4,695% × € 19.043,424 = € 2.061,91) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.478.

a. € 1469,40;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2013 (in 2013 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2013 · draft
Bron: Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 oktober 2012, ASEA/SAS/2012/14610, tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2013, Stcrt. 2012, 21293, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-25; toelichting: aanpassingspercentage na afronding 0,91%, 'Na wettelijke afronding bedraagt het wettelijk minimumloon per 1 januari 2013 € 1469,40 per maand'). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2013 (BWBR0002638, geldend t/m 30-06-2013) drukt in art. 8 nog '€ 1264,80' af met het geldende bedrag als redactionele noot ('per 1 januari 2013: € 1469,40'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2012, 21293 als ontstaansbron per 01-01-2013. Het bedrag per 1 juli 2012 is niet gelezen. Per 1 juli 2013: € 1.477,80 (Stcrt. 2013, 11355, gelezen 2026-10-24) — niet gebruikt, art. 1 onder f neemt januari · tekst

Waarde in het dossier: € 1.469,40.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f (tekst 2013, de eerste met deze definitie: Wet uniformering loonbegrip, Stb. 2011, 288, art. XXIV onder A) · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim). Tot en met 2012 luidde onderdeel f '... bedoelde bedrag per maand, verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen en vermeerderd met de vergoeding ingevolge artikel 46, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet over dat loon' (tekst van 01-01-2012, gelezen 2026-10-25); de Wul liet die zinsnede vervallen (Stb. 2011, 288, gelezen 2026-10-25) en Stb. 2012, 627 compenseerde dat met +0,25 punt op de drie percentages · tekst
108% × 12 × € 1.469,40 = € 19.043,424. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2013 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2013 niet gevonden). De inkomensgrenzen uit de tekst staan in de cases zt-2013-syn-040..043 (laatste euro met recht, Awir art. 14 lid 4-5): € 30.939 zonder en € 42.438 met partner; een afgerond drempelinkomen (€ 19.043 of € 19.044, DISCREPANCIES.md #1) verschuift ze in 2013 niet, net als in 2014.

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2013: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,195% van het drempelinkomen'): 2,195%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2013: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,195% van het drempelinkomen') · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim). Vastgesteld bij Stb. 2012, 627 (besluit van 30 november 2012 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2013), art. I, rij 2013 — de eerste rij van dat besluit; nota van toelichting tabel 1 (rij 2013): oorspronkelijk 2,70%, na maatregel 2010 2,745%, na maatregel 2011 3,145%, Wul +0,25, compensatie verhoging verplicht eigen risico −0,60, koopkrachtreparatiepakket −0,60, 'na huidige maatregel' 2,195%; primaire tekst gelezen 2026-10-24 en 2026-10-25. De tekst van 01-01-2012 (gelezen 2026-10-25): 2,930% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2013: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,695% van het drempelinkomen'): 4,695%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2013: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,695% van het drempelinkomen') · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim). Stb. 2012, 627, art. I, rij 2013; tabel 1 (rij 2013): oorspronkelijk 5,00%, na maatregel 2010 5,045%, na maatregel 2011 6,045%, Wul +0,25, compensatie eigen risico −1,20, koopkrachtreparatiepakket −0,40, 'na huidige maatregel' 4,695%. De tekst van 01-01-2012 (gelezen 2026-10-25): 5,530% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2013: 'vermeerderd met 8,713% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 8,713%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2013: 'vermeerderd met 8,713% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim); Stb. 2012, 627, art. I, rij 2013 (toelichting: Wul +0,25, compensatie eigen risico +0,923, koopkrachtreparatiepakket +1,70 — samen +2,873 punt op het afbouwpercentage; de tussenrij 'na maatregel 2011' voor 2013 is uit de tabel niet leesbaar overgenomen en staat hier niet; 'een daling in 2013 van het aantal huishoudens met een zorgtoeslag met 300.000'). De tekst van 01-01-2012 (gelezen 2026-10-25): 5,435% — de sprong van 2013 (+3,278 punt) is naast die van 2015 (+4,282 punt, Stb. 2014, 488) de grootste van de reeks · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim, zelfde tekst als 2012 en 2014–2026). Gevolgd door lid 5 (oud), zie art2_lid5_oud · tekst

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21 139.

Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 (tekst 2013); art. 5.2 lid 1 (grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag op de peildatum voor zover boven het heffingvrije vermogen) en lid 2 (partners het gehele jaar: de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover boven het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner) · 2013 · draft
Bron: BWBR0011353, geldend van 01-01-2013 t/m 14-01-2013 (verbatim gelezen 2026-10-24 en 2026-10-25: 'Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21 139.'); gelijk aan de tekst van 01-01-2012 t/m 30-06-2012 (gelezen 2026-10-25: € 21 139) en aan die van 01-01-2014 (gelezen 2026-10-24). De Wet IB had in 2013 zestien tekstversies; de tussenliggende zijn niet gelezen — art. 5.5 wordt alleen per 1 januari bijgesteld, en de Bijstellingsregeling directe belastingen 2013 (Stcrt. 2012, 26314, gelezen 2026-10-25) past art. 5.5 niet aan en zegt waarom: 'Op grond van artikel XVIII van de Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 vinden voor het jaar 2013 de artikelen 10.1 en 10.3, tweede lid, van de Wet IB 2001 ... geen toepassing. De ingevolge die bepalingen te indexeren bedragen worden dus voor het jaar 2013 – in tegenstelling tot eerdere jaren – niet geïndexeerd' (die wet: Stb. 2012, 321, wet van 12 juli 2012; art. XVIII zelf niet gelezen). Nodig omdat Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2013) op de grondslag sparen en beleggen rust; de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen af (éénmaal zonder partner, tweemaal met het hele jaar dezelfde partner). Effectieve grenzen 2013 op de rendementsgrondslag: € 101.139 / € 122.278. 2014: € 21.139, opnieuw niet geïndexeerd (Belastingplan 2014 art. XXXIV) · tekst

Waarde in het dossier: € 21.139.

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 80 000, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 80 000. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2013) (grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001, in het berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim). Het bedrag staat in de wet zelf: Wet van 5 april 2012 tot wijziging van de Wet op de zorgtoeslag, in verband met de introductie van een vermogenstoets, Stb. 2012, 204, art. I ('Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2a ... meer bedraagt dan € 80 000'), in werking met ingang van 1 januari 2013 (Stb. 2012, 383, besluit van 11 augustus 2012); de slotvolzin over art. 5.13 toegevoegd door Stb. 2012, 669, art. XXIX (beide primaire teksten gelezen 2026-10-25). 2013 is het eerste jaar van de vermogenstoets: de wetstechnische informatie van art. 2a noemt Stb. 2012, 204 als 'Nieuw' en Stcrt. 2013, 35607 (€ 81.360 voor 2014) als eerste wijziging — voor 2013 is er geen indexatieregeling. Effectieve grens op de rendementsgrondslag: € 80.000 + € 21.139 = € 101.139 · tekst

Waarde in het dossier: € 80.000.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2013) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 80.000

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2013) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag) · 2013 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim); Stb. 2012, 204, art. I. Effectieve grens op de gezamenlijke rendementsgrondslag: € 80.000 + 2 × € 21.139 = € 122.278 · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2013) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2013)

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2013) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2013) · 2013 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 november 2012, kenmerk Z-3139020, houdende wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met het vaststellen van de woonlandfactoren voor het jaar 2013 ten behoeve van de gedifferentieerde berekening van de bijdrage voor verdragsgerechtigden, Stcrt. 2012, 25177, art. I (primaire tekst gelezen 2026-10-25; in werking 01-01-2013, art. II; toelichting: berekend door het College voor zorgverzekeringen, advies van 16 oktober 2012); gelijk aan de geconsolideerde bijlage 4 van BWBR0018715, geldend van 01-01-2013 t/m 31-01-2013 én van 01-12-2013 t/m 05-12-2013 (beide verbatim gelezen 2026-10-25, 39 landen, alle 39 regels gelijk aan de Staatscourant-tabel en aan elkaar: de bijlage veranderde niet in de loop van 2013). Geen artikel met een correctie met terugwerkende kracht in deze regeling; geen correctie van een factor voor 2013 gevonden in de regelingen voor 2014 t/m 2020 (Stcrt. 2014, 34233 corrigeerde Frankrijk 2012; Stcrt. 2017, 66088 Zweden 2017; Stcrt. 2019, 58198 Duitsland 2017–2019) · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de regeling noemt alleen de landnaam (Macedonië). Oude methode (verhouding van gemiddelde zorgkosten in één berekeningsjaar per land): twee factoren boven 1 (Noorwegen 1,2666 en Ierland 1,0176, het laatste op een berekeningsjaar 2004). De kolommen berekeningsjaar en zorgkosten uit de bijlage staan per land in het commentaar. Hongarije, Kaapverdië, Macedonië, Marokko, Slovenië, Tunesië en Turkije dragen in 2014 dezelfde factor (Stcrt. 2013, 33704).
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.6760
Bosnië-HerzegovinaBA0.0592
BulgarijeBG0.0419
CyprusCY0.1700
DenemarkenDK0.7118
DuitslandDE0.7077
EstlandEE0.1553
FinlandFI0.5776
FrankrijkFR0.7241
GriekenlandGR0.4253
HongarijeHU0.1223
IerlandIE1.0176
IJslandIS0.7489
ItaliëIT0.5386
KaapverdiëCV0.0268
KroatiëHR0.1831
LetlandLV0.1086
LiechtensteinLI0.7295
LitouwenLT0.1112
LuxemburgLU0.7585
Noord-MacedoniëMK0.0445
MaltaMT0.2177
MarokkoMA0.0125
MontenegroME0.0778
NoorwegenNO1.2666
OostenrijkAT0.6039
PolenPL0.1089
PortugalPT0.3180
RoemeniëRO0.0437
ServiëRS0.0713
SloveniëSI0.2886
SlowakijeSK0.1915
SpanjeES0.4043
TsjechiëCZ0.2392
TunesiëTN0.0216
TurkijeTR0.0852
Verenigd KoninkrijkGB0.6013
ZwedenSE0.6845
ZwitserlandCH0.5677

Awir

Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

Awir art. 7 lid 3 (tekst 2013): geen bedrag; de toets is of over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen (grondslag sparen en beleggen > 0, dus rendementsgrondslag boven het heffingvrije vermogen), de vrijstelling van art. 5.13 Wet IB 2001 weggedacht · 2013 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2013 t/m 30-11-2013 (verbatim gelezen 2026-10-25; dezelfde tekst in de versie van 01-12-2013 en in 2014 t/m 2020); 'vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13' sinds 01-01-2013 (Stb. 2012, 321, art. XIV, primaire tekst gelezen 2026-10-25; tot en met 2012: 'vrijstellingen bedoeld in afdeling 5.3 en 5.3A'); lid 5 (tekst 2013, nieuw per 01-01-2013, Stb. 2012, 669 art. XVII onder A, primaire tekst gelezen 2026-10-25): niet in Nederland belastbaar voordeel uit sparen en beleggen telt mee. Vervangen per 01-01-2021 door de rendementsgrondslag-toets met bedragen (Stb. 2020, 546) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag (Wzt art. 2a, nieuw in 2013). Geen waarde: de encoding gebruikt dit niet.

Waarde in het dossier: .

Awir art. 7 lid 6 (tekst 2013; tot en met 2012 lid 5): € 4.627

Awir art. 7 lid 6 (tekst 2013; tot en met 2012 lid 5) · 2013 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2013 t/m 30-11-2013 (verbatim gelezen 2026-10-25: '€ 4627'); Bijstellingsregeling directe belastingen 2013, Stcrt. 2012, 26314, art. VII: 'In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in artikel 7, vijfde lid, ‘€ 4527’ vervangen door: € 4627.' (primaire tekst gelezen 2026-10-25; de regeling noemt het vijfde lid, het lid van de tekst van 2012 — gelezen 2026-10-25, geldend van 01-01-2012 t/m 30-06-2012: '€ 4527' in lid 5; Stb. 2012, 669 vernummerde het per dezelfde datum tot lid 6). 2014: € 4.706 (Stcrt. 2013, 35144 art. VI) · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Awir art. 14 lid 4 · 2013 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2013 t/m 30-11-2013 (verbatim gelezen 2026-10-25); dezelfde tekst in de versie van 01-12-2013 en in 2014 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2013 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2013 t/m 30-11-2013 (verbatim gelezen 2026-10-25) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2013 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2013-01-01Wzt art. 2a (new) and art. 1 lid 2 — the vermogenstoets introducedNo vermogenstoets in the Wzt (text of 01-01-2012, read 2026-10-25: no art. 2a; art. 1 lid 2 'De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van de draagkracht.')Art. 2a lid 1–5: no zorgtoeslag if the grondslag sparen en beleggen (Wet IB 2001 art. 5.2 lid 1; lid 2 for partners the whole year) exceeds € 80 000, the vrijstelling of art. 5.13 Wet IB disregarded; lid 2 yearly indexation by the tabelcorrectiefactor, lid 3–5 on other raises; art. 1 lid 2 'afhankelijk van de draagkracht op basis van het inkomen en het vermogen'Wet van 5 april 2012 tot wijziging van de Wet op de zorgtoeslag, in verband met de introductie van een vermogenstoets, Stb. 2012, 204 (kamerstukken 33024), art. I; in force 01-01-2013 by Stb. 2012, 383 (KB van 11 augustus 2012); the slotvolzin on art. 5.13 added before the entry into force by Stb. 2012, 669 (Overige fiscale maatregelen 2013, wet van 20 december 2012), art. XXIX; all three primary texts read 2026-10-25zorgtoeslag/parameters/2013.yaml2026-10-25. The first year of the series with a vermogenstoets; the € 80 000 stands in the act itself, the first regeling under lid 2 is Stcrt. 2013, 35607 (2014: € 81.360). With Wet IB art. 5.5 2013 (€ 21.139) the effective limit on the rendementsgrondslag is € 101.139 / € 122.278.
2013-01-01Wzt art. 1 lid 1 onder f — the drempelinkomen definition'drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand, verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen en vermeerderd met de vergoeding ingevolge artikel 46, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet over dat loon' (text of 01-01-2012, read 2026-10-25)'... bedoelde bedrag per maand' — 108% × 12 × the WML month amount, nothing elseWet uniformering loonbegrip, Stb. 2011, 288 (wet van 6 juni 2011), art. XXIV onder A; in force 01-01-2013 by Stb. 2012, 45; primary text read 2026-10-25zorgtoeslag/parameters/2013.yaml (first year of the encoded formula)2026-10-25. The encoding's drempelinkomen rule (zt-2026-art1-1f) holds from 2013; for 2012 and earlier the drempelinkomen also depended on the werknemersaandeel in the Zvw-related premie and on the Zvw art. 46 vergoeding, which the encoding does not compute — 2012 is therefore not encodable with the present rule. Stb. 2012, 627 compensated the change with +0,25 point on all three percentages (the 'Wul' row of its tabel 1).
2013-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 20132,930% / 5,530% / 5,435% (2012, read in the consolidated text of 01-01-2012, 2026-10-25)2,195% / 4,695% / 8,713%Stb. 2012, 627 (besluit van 30 november 2012 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2013), art. I, rij 2013 — the first row of that besluit; together with Stb. 2011, 620 per the wetstechnische informatiezorgtoeslag/parameters/2013.yaml2026-10-25. Primary text read 2026-10-24 and 2026-10-25. Nota van toelichting tabel 1, rij 2013: zonder partner 2,70% → 2,745% (maatregel 2010) → 3,145% (maatregel 2011) → Wul +0,25, compensatie verhoging verplicht eigen risico −0,60, koopkrachtreparatiepakket −0,60 → 2,195%; met partner 5,00% → 5,045% → 6,045% → +0,25, −1,20, −0,40 → 4,695%; afbouw: +0,25 (Wul), +0,923 (eigen risico), +1,70 (koopkracht) → 8,713% (the afbouw's intermediate 2013 row was not read cleanly from the stripped table). The afbouw rose 3,278 points in one year (the 2015 jump of Stb. 2014, 488 was 4,282); the toelichting counts 300.000 fewer households with zorgtoeslag in 2013. Maxima from the text: € 1.060 zonder, € 2.062 met partner — both Dienst outcomes in case law (ECLI:NL:RVS:2016:3324, ECLI:NL:RVS:2017:662; zt-2013-rul-003, -001).
2013-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)Regeling vaststelling standaardpremie 2012 (BWBR0030719, named on the informatie page of Wzt art. 4): not read€ 1.478Regeling vaststelling standaardpremie 2013, Stcrt. 2012, 25514 (regeling van 4 december 2012, kenmerk Z-3141539), art. 1; consolidated BWBR0032391zorgtoeslag/parameters/2013.yaml2026-10-25. Primary text read. Toelichting: € 1.281 berekende gemiddelde nominale premie 2013 (CPB) plus € 197 gemiddeld verplicht eigen risico of 'een verzekerde die geen recht heeft op compensatie van het verplicht eigen risico, dus een niet chronisch zieke' (the art. 4 text of 2013 excluded those with a Zvw art. 118a uitkering); 'Bij de vaststelling van de standaardpremie worden de kortingen op collectiviteitscontracten niet meegenomen' — the method the 2014 regeling then changed as a stated beleidswijziging (row above, 2014-01-01).
2013-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)per 1 juli 2012: not read€ 1.469,40Regeling van de Staatssecretaris van SZW van 12 oktober 2012, ASEA/SAS/2012/14610, tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2013, Stcrt. 2012, 21293, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-25; aanpassingspercentage 0,91% after rounding); the consolidated WML of 01-01-2013 still prints € 1.264,80 with the 2013 amount as an editorial notezorgtoeslag/parameters/2013.yamlDrempelinkomen 2013: 108% × 12 × € 1.469,40 = € 19.043,424 (Wzt art. 1 lid 1 onder f, 2013 text). The income ceilings from the text (€ 30.939 / € 42.438 — the highest of the series 2013–2026, at an afbouw of 8,713%) do not move under a drempelinkomen rounded to € 19.043 or € 19.044 (DISCREPANCIES.md #1; cases zt-2013-syn-040..043). Per 1 juli 2013: € 1.477,80 (Stcrt. 2013, 11355), not used. 2026-10-25
2013-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2013 text)2012 table: not read2013 table, e.g. België 0,6760, Duitsland 0,7077, Noorwegen 1,2666, Ierland 1,0176 (berekeningsjaar 2004), Zweden 0,6845 (old method, one berekeningsjaar per country; two factors above 1)Regeling van de Minister van VWS van 29 november 2012, kenmerk Z-3139020, Stcrt. 2012, 25177, art. I (in force 01-01-2013, art. II; CVZ advice of 16-10-2012); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2013 and of 01-12-2013 on all 39 lineszorgtoeslag/parameters/2013.yaml2026-10-25. Primary text read. No correction article in this regeling and no later retroactive correction of a 2013 factor found. Hongarije, Kaapverdië, Macedonië, Marokko, Slovenië, Tunesië and Turkije keep the same factor in 2014.
2013-01-01Awir art. 7 — lid 5 (new), lid 3–4 (wording) and the exempt amount of (now) lid 6Lid 5: the medebewoner amount '€ 4527' (text of 01-01-2012, read 2026-10-25); lid 6 the indexation clause; lid 3–4: 'vrijstellingen bedoeld in afdeling 5.3 en 5.3A'New lid 5: for lid 3–4 and for regelingen referring to Wet IB art. 5.2, 'voordeel uit sparen en beleggen' includes the part in the niet in Nederland belastbaar inkomen; old lid 5–6 → lid 6–7; lid 6 € 4.627; lid 3–4: 'vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13'Stb. 2012, 669 (Overige fiscale maatregelen 2013), art. XVII onder A (lid 5 and the renumbering); Stb. 2012, 321 (Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013, wet van 12 juli 2012), art. XIV (lid 3–4); Bijstellingsregeling directe belastingen 2013, Stcrt. 2012, 26314, art. VII ('in artikel 7, vijfde lid, ‘€ 4527’ vervangen door: € 4627' — addressed to the 2012 numbering); all primary texts read 2026-10-25awir/parameters/2013.yamlNot used by zorgtoeslag (Wzt art. 2a derogates from art. 7 lid 3). The Awir had two versions in 2013 (01-01 t/m 30-11 and 01-12-2013, Stb. 2011, 640 in force per Stb. 2013, 468); art. 7 and 14 identical in both (compared 2026-10-25). 2026-10-25
2013-01-01Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2013–2020)€ 21.139 (2012, read in the consolidated text of 01-01-2012, 2026-10-25)€ 21.139 — unchangedNone: the Bijstellingsregeling directe belastingen 2013 (Stcrt. 2012, 26314) leaves art. 5.5 alone and explains that under art. XVIII of the Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 (Stb. 2012, 321) 'voor het jaar 2013 de artikelen 10.1 en 10.3, tweede lid, van de Wet IB 2001 ... geen toepassing' vinden, so that those amounts 'worden dus voor het jaar 2013 – in tegenstelling tot eerdere jaren – niet geïndexeerd' (toelichting read 2026-10-25; art. XVIII itself not read)zorgtoeslag/parameters/2013.yaml2026-10-25. The amount was frozen two years running (2013 by Stb. 2012, 321; 2014 by Belastingplan 2014 art. XXXIV, row above). Read in the texts of 01-01-2012, 01-01-2013 and 01-01-2014; the fifteen later 2013 versions of the Wet IB not read.