De wet in 2014
BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24); art. 1–5 gelijk in de versies van 01-04-2014 en 16-07-2014 op art. 4 en art. 5 lid 2 na
Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.
Inhoud
- Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 —
art2_lid5_oud - Wet op de zorgtoeslag art. 4 —
standaardpremie - Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2014 —
wml_maandbedrag_januari - Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f —
drempelinkomen_factor - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_boven_drempel - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 —
aandeel_partner_niet_verzekerd - Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 —
heffingvrij_vermogen - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 —
woonlandfactoren - Awir art. 7 lid 3 —
vermogenstoets_algemeen - Awir art. 7 lid 6 —
medebewoner_vrijstelling_onder_23 - Awir art. 14 lid 4 —
afronding_tegemoetkoming - Awir art. 14 lid 5 —
minimum_tegemoetkoming
Bij dit jaar
versie_opmerking- Ontstaansbronnen per 01-01-2014 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2013, 35607 (art. 2a lid 1: € 81.360); Stb. 2012, 627 samen met Stb. 2011, 620 (art. 2 lid 3: de percentages 2014). Versie 01-04-2014: Stb. 2013, 578 (inwerkingtreding Stb. 2014, 93), art. 5 lid 2. Versie 16-07-2014: Stb. 2014, 259 art. XV (art. 4, terugwerkend tot 01-01-2014). De tekst van 01-01-2013 verschilt van die van 01-01-2014 alleen in art. 2 lid 3 (2,195% / 4,695% / 8,713%) en art. 2a lid 1 (€ 80 000) — verbatim vergeleken 2026-10-24, art. 1 t/m 5. De tekst van 01-01-2015 verschilt van die van 16-07-2014 alleen in art. 2 lid 3 (2,395% / 5,265% / 13,400%) en art. 2a lid 1 (€ 82 093) — verbatim vergeleken 2026-10-23.
artikel_vermogenstoets- Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2014)
artikel_woonlandfactor- Wzt art. 3 (tekst 2014)
artikel_maandbepaling- Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2014; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel- a
art4a_lid3_aanwezig- False
art4a_lid3_opmerking- Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2014 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig- True
vermogenstoets_basis- grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking- Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2014 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2014 is op 2026-10-24 niet gevonden: tg0821z40fd, z42fd, z43fd en z44fd zijn een 404 en z41fd is de leaflet 2024; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2014 is onbekend. Uitkomsten van de Dienst voor 2014 uit de rechtspraak, alle door de encoding gereproduceerd: voorschot € 865 bij een geschat toetsingsinkomen van € 17.333 en definitieve berekening € 814 bij € 19.810, zonder partner (cases/zt-2014-rul-001 en -002, Hof Den Haag ECLI:NL:GHDHA:2017:1067); definitieve berekening € 567 bij € 22.518 zonder partner (zt-2014-rul-003, ECLI:NL:RVS:2017:659); nihil bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 40.113 met partner (zt-2014-rul-004, Hof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2019:2243); en zonder inkomen: € 1.379 met partner (ECLI:NL:RVS:2018:2908), € 536 en daarna nihil bij € 31.166 zonder opgave van de huishouding (ECLI:NL:RVS:2018:334), nihil in Zweden met woonlandfactor (ECLI:NL:RVS:2018:3727); SOURCES.md §4.
Wet op de zorgtoeslag
In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.
Waarde in het dossier: .
De standaardpremie wordt voor het jaar 2014 vastgesteld op € 1329,–.
Waarde in het dossier: € 1.329.
a. € 1.485,65;
Waarde in het dossier: € 1.485,60.
drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand
Waarde in het dossier: 108%.
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,410% van het drempelinkomen'): 2,410%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,210% van het drempelinkomen'): 5,210%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'vermeerderd met 9,118% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 9,118%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%
Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21 139.
Waarde in het dossier: € 21.139.
In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 81.360, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 81.360. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Waarde in het dossier: € 81.360.
Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2014) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 81.360
Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2014) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2014)
| Land | Code | Woonlandfactor |
|---|---|---|
| België | BE | 0.6715 |
| Bosnië-Herzegovina | BA | 0.0611 |
| Bulgarije | BG | 0.0528 |
| Cyprus | CY | 0.1669 |
| Denemarken | DK | 0.9026 |
| Duitsland | DE | 0.7078 |
| Estland | EE | 0.1503 |
| Finland | FI | 0.6071 |
| Frankrijk | FR | 0.7198 |
| Griekenland | GR | 0.3590 |
| Hongarije | HU | 0.1223 |
| Ierland | IE | 0.9268 |
| IJsland | IS | 0.6970 |
| Italië | IT | 0.5298 |
| Kaapverdië | CV | 0.0268 |
| Kroatië | HR | 0.1789 |
| Letland | LV | 0.0806 |
| Liechtenstein | LI | 0.7914 |
| Litouwen | LT | 0.1087 |
| Luxemburg | LU | 0.7408 |
| Noord-Macedonië | MK | 0.0445 |
| Malta | MT | 0.2793 |
| Marokko | MA | 0.0125 |
| Montenegro | ME | 0.0757 |
| Noorwegen | NO | 1.3909 |
| Oostenrijk | AT | 0.6055 |
| Polen | PL | 0.1116 |
| Portugal | PT | 0.3415 |
| Roemenië | RO | 0.0578 |
| Servië | RS | 0.0746 |
| Slovenië | SI | 0.2886 |
| Slowakije | SK | 0.1842 |
| Spanje | ES | 0.4059 |
| Tsjechië | CZ | 0.2435 |
| Tunesië | TN | 0.0216 |
| Turkije | TR | 0.0852 |
| Verenigd Koninkrijk | GB | 0.6305 |
| Zweden | SE | 0.7354 |
| Zwitserland | CH | 0.6265 |
Awir
Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.
Waarde in het dossier: .
Awir art. 7 lid 6: € 4.706
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
Waarde in het dossier: € 1.
Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.
Waarde in het dossier: € 24.
Wijzigingen die in 2014 ingingen
| Effective | Text / article | Old | New | Instrument | Encoded in | Notes |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014-07-16 (retroactive to 2014-01-01) | Wzt art. 4 — standaardpremie: the clause excluding verzekerden with a Zvw art. 118a uitkering (compensatie eigen risico) from the geraamde gemiddelde bedrag eigen risico | '… ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet, met dien verstande dat bij het geraamde gemiddelde bedrag verzekerden die recht hebben op een uitkering als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet niet worden meegerekend' | '… ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet.' (the clause vervallen) | Stb. 2014, 259 (wet van 4 juni 2014, afschaffing Wtcg en CER), art. XV; in force 16-07-2014 with terugwerkende kracht t/m 01-01-2014 (art. XVII lid 1); the consolidated text marks it as such | zorgtoeslag/parameters/2014.yaml (versie_opmerking; no parameter changes) | 2026-10-24. Primary text read. No rule: the standaardpremie 2014 (€ 1.329) had been set on 06-12-2013 and its toelichting already counted all verzekerden for the eigen risico 'in verband met de voorgenomen afschaffing van de uitkering ter compensatie van het verplicht eigen risico'. Art. 1–5 of the versions 01-01-2014 and 16-07-2014 compared verbatim: this clause and art. 5 lid 2 (row below) are the only differences. |
| 2014-04-01 | Wzt art. 5 lid 2 — who the Dienst pays the bestuursrechtelijke premie to | 'in opdracht van het College zorgverzekeringen … aan dat college' | 'in opdracht van het Zorginstituut Nederland … aan dat instituut' | Stb. 2013, 578 (in force per Stb. 2014, 93), per the wetstechnische informatie of the Wzt; the Staatsblad texts not read | zorgtoeslag/parameters/2014.yaml (versie_opmerking) | 2026-10-24. No rule: a name change in the payment provision, found in the verbatim diff of the 2014 versions. The Wzt had three versions in 2014 (01-01, 01-04, 16-07). |
| 2014-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 2014 | 2,195% / 4,695% / 8,713% (2013, read in the consolidated text of 01-01-2013, 2026-10-24) | 2,410% / 5,210% / 9,118% | Stb. 2012, 627 (besluit van 30 november 2012 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2013), art. I, rij 2014; schema 2013–2040 | zorgtoeslag/parameters/2014.yaml | 2026-10-24. Primary text read. Nota van toelichting tabel 1 (rij 2014): from the path of the 2010 and 2011 besluiten (3,36% / 6,56% / 6,245%) three measures: the Wul (+0,25 point on all three, so that the lower toetsingsinkomen without the werkgeversvergoeding IAB does not raise the zorgtoeslag), the compensation of the € 115 higher verplicht eigen risico (norm −0,60 / −1,20, afbouw +0,923 'om die forse toename te voorkomen'), and the koopkrachtreparatiepakket of the Begrotingsakkoord 2013 (norm −0,60 / −0,40, afbouw +1,70, budgettair neutraal; 'een daling in 2013 van het aantal huishoudens met een zorgtoeslag met 300.000'). Its 2015 row (2,625% / 5,725% / 9,523%) was replaced before taking effect by Stb. 2014, 488 (2,395% / 5,265% / 13,400%) — the tenth pre-effect revision found, read today from the earlier side; its 2016 row was 2,640% / 5,740% / 9,553%. |
| 2014-01-01 | Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both) | € 80.000 (read in the 2013 text, printed '€ 80 000') | € 81.360 | Regeling van de Minister van VWS van 10 december 2013, kenmerk 178414-114506-Z, Stcrt. 2013, 35607, art. I ('telkens'; tabelcorrectiefactor 1,7%, 'een indexatie van € 1.360'; Wzt art. 2a lid 2) | idem | 2026-10-24. Primary text read. Toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 81.360 hebben geen recht op de zorgtoeslag' — with Wet IB art. 5.5 2014 (€ 21.139) the effective rendementsgrondslag ceilings are € 102.499 / € 123.638. The Wzt amount was indexed for 2014 while the Wet IB amounts were not (row below). |
| 2014-01-01 | Standaardpremie (Wzt art. 4) | € 1.478 (Regeling vaststelling standaardpremie 2013, Stcrt. 2012, 25514, regeling van 4 december 2012, kenmerk Z-3141539; consolidated BWBR0032391 read 2026-10-24, primary text 2026-10-25: € 1.281 premie + € 197 eigen risico, collectiviteitskortingen not counted) | € 1.329 | Regeling vaststelling standaardpremie 2014, Stcrt. 2013, 35060 (regeling van 6 december 2013, kenmerk 178078-114442-Z), art. 1; consolidated BWBR0034337 | idem | 2026-10-24. Primary text read. Toelichting: € 1.101 berekende gemiddelde nominale premie 2014 (CPB, 'inclusief collectieve contracten' — 'Het meenemen van de kortingen van de collectieve contracten vormt een beleidswijziging', against the wetsgeschiedenis of the Wzt, announced in the VWS-begroting 2014) plus € 228 geraamd gemiddeld verplicht eigen risico (all verzekerden counted, in view of the abolition of the CER). The fall from € 1.478 to € 1.329 is thus partly a method change. Maxima from the text: € 865 zonder partner, € 1.655 met partner; € 865 is the voorschot the Dienst granted at a geschat inkomen of € 17.333 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1067, zt-2014-rul-001). |
| 2014-01-01 | WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen) | € 1.477,80 (per 1 juli 2013, Stcrt. 2013, 11355, read 2026-10-24) | € 1.485,60 | Regeling van de Minister van SZW van 30 oktober 2013, nr. 2013-0000134185, Stcrt. 2013, 31007, art. 1 onder a (€ 1.485,65), as corrected before taking effect by the Regeling van 13 november 2013, Stcrt. 2013, 32425, art. I (€ 1.485,60: the rounding to a multiple of € 0,60 of WML art. 14 lid 9 had been omitted); both primary texts read 2026-10-24; the consolidated WML of 01-01-2014 carries € 1.485,60 as an editorial note | idem | Drempelinkomen 2014: 108% × 12 × € 1.485,60 = € 19.253,376 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). The income ceilings from the text (€ 28.482 / € 37.145) do not move under a drempelinkomen rounded to € 19.253 or € 19.254 — the first year in the series where the rounding decides nothing (DISCREPANCIES.md #1; cases zt-2014-syn-036..039). Per 1 juli 2014: € 1.495,20 (Stcrt. 2014, 13936), not used. 2026-10-24 |
| 2014-01-01 | Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2014 text) | 2013 table (consolidated bijlage 4 of 01-01-2013, read 2026-10-24; set by Stcrt. 2012, 25177, regeling van 29 november 2012, kenmerk Z-3139020, primary text read 2026-10-25 and identical to the bijlage on all 39 lines), e.g. België 0,6760, Duitsland 0,7077, Noorwegen 1,2666, Ierland 1,0176, Zweden 0,6845 (two factors above 1) | 2014 table, e.g. België 0,6715, Duitsland 0,7078, Noorwegen 1,3909, Ierland 0,9268, Zweden 0,7354 (old method: one berekeningsjaar per country, one factor above 1) | Regeling van de Minister van VWS van 26 november 2013, kenmerk 169401-113162-Z, Stcrt. 2013, 33704, art. I (in force 01-01-2014, art. II; CVZ advice of 29-10-2013); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2014 and of 01-12-2014 on all 39 lines | idem | 2026-10-24. Primary text read (found through a web search; the officielebekendmakingen index does not surface it). No art. II correction in this regeling and no later retroactive correction of a 2014 factor found. België, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Montenegro, Polen, Marokko and Tunesië keep the same factor in 2015 (same berekeningsjaar data). |
| 2014-01-01 | Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount | € 4.627 | € 4.706 | Bijstellingsregeling directe belastingen 2014, Stcrt. 2013, 35144 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2013, nr. DB2013/569M), art. VI (primary text read 2026-10-24; tabelcorrectiefactor 1,7); consolidated texts of 01-01-2014 and 06-01-2014 read | awir/parameters/2014.yaml | Not used by zorgtoeslag. The Awir had two versions in 2014 (01-01 and 06-01-2014, Stb. 2013, 316); art. 7 and art. 14 identical in both. 2026-10-24 |
| 2014-01-01 | Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2014–2020) | € 21.139 (2013, read in the consolidated text of 01-01-2013, 2026-10-24) | € 21.139 — unchanged | None: the Bijstellingsregeling directe belastingen 2014 (Stcrt. 2013, 35144) leaves art. 5.5 alone and explains that under art. XXXIV of the Belastingplan 2014 'voor het jaar 2014 de artikelen 10.1 en 10.3, tweede lid, van de Wet IB 2001 geen toepassing' vinden, so that the amounts indexed by those articles 'worden dus voor het jaar 2014 niet geïndexeerd' (the Belastingplan 2014, Stb., not read) | zorgtoeslag/parameters/2014.yaml (heffingvrij_vermogen) | 2026-10-24. Consolidated text read in the three 2014 versions (01-01, 06-01, 19-07): '€ 21 139' in all. A row with no change, kept because the series would otherwise look as if a year were missing: the Wzt art. 2a amount was indexed for 2014 (1,7%) while this one was frozen. Effective rendementsgrondslag ceilings 2014: € 102.499 / € 123.638. |