toeslagrecht

De wet in 2014

BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24); art. 1–5 gelijk in de versies van 01-04-2014 en 16-07-2014 op art. 4 en art. 5 lid 2 na

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

versie_opmerking
Ontstaansbronnen per 01-01-2014 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2013, 35607 (art. 2a lid 1: € 81.360); Stb. 2012, 627 samen met Stb. 2011, 620 (art. 2 lid 3: de percentages 2014). Versie 01-04-2014: Stb. 2013, 578 (inwerkingtreding Stb. 2014, 93), art. 5 lid 2. Versie 16-07-2014: Stb. 2014, 259 art. XV (art. 4, terugwerkend tot 01-01-2014). De tekst van 01-01-2013 verschilt van die van 01-01-2014 alleen in art. 2 lid 3 (2,195% / 4,695% / 8,713%) en art. 2a lid 1 (€ 80 000) — verbatim vergeleken 2026-10-24, art. 1 t/m 5. De tekst van 01-01-2015 verschilt van die van 16-07-2014 alleen in art. 2 lid 3 (2,395% / 5,265% / 13,400%) en art. 2a lid 1 (€ 82 093) — verbatim vergeleken 2026-10-23.
artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2014)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2014)
artikel_maandbepaling
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2014; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2014 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig
True
vermogenstoets_basis
grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2014 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2014 is op 2026-10-24 niet gevonden: tg0821z40fd, z42fd, z43fd en z44fd zijn een 404 en z41fd is de leaflet 2024; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2014 is onbekend. Uitkomsten van de Dienst voor 2014 uit de rechtspraak, alle door de encoding gereproduceerd: voorschot € 865 bij een geschat toetsingsinkomen van € 17.333 en definitieve berekening € 814 bij € 19.810, zonder partner (cases/zt-2014-rul-001 en -002, Hof Den Haag ECLI:NL:GHDHA:2017:1067); definitieve berekening € 567 bij € 22.518 zonder partner (zt-2014-rul-003, ECLI:NL:RVS:2017:659); nihil bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 40.113 met partner (zt-2014-rul-004, Hof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2019:2243); en zonder inkomen: € 1.379 met partner (ECLI:NL:RVS:2018:2908), € 536 en daarna nihil bij € 31.166 zonder opgave van de huishouding (ECLI:NL:RVS:2018:334), nihil in Zweden met woonlandfactor (ECLI:NL:RVS:2018:3727); SOURCES.md §4.

Wet op de zorgtoeslag

In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 (tekst 2014; vervallen per 01-01-2021) · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24; dezelfde tekst in de twee andere versies van 2014 en in 2015 t/m 2020). Vervallen bij Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, Stb. 2020, 543, art. III onder 2 (lid 6–8 vernummerd tot 5–7, onder 3) · tekst
Invoer: partner_verzekeringsplicht_niet_nagekomen (ja/nee/onbekend). Of de partner verzekeringsplichtig was en die plicht niet nakwam (Zvw art. 2) codeert de encoding niet; het is invoer. Niet opgegeven: gerekend alsof nagekomen, met een noot.

Waarde in het dossier: .

De standaardpremie wordt voor het jaar 2014 vastgesteld op € 1329,–.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie 2014, art. 1 · 2014 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 december 2013, kenmerk 178078-114442-Z, Stcrt. 2013, 35060 (primaire tekst gelezen 2026-10-24); geconsolideerd BWBR0034337 (geldend van 01-01-2014; gevonden via de wetstechnische informatie van Wzt art. 4). Toelichting: berekende gemiddelde nominale premie 2014 € 1.101 (CPB, op basis van de werkelijke nominale premies 2014 'inclusief collectieve contracten' — 'Het meenemen van de kortingen van de collectieve contracten vormt een beleidswijziging', aangekondigd in de VWS-begroting 2014) plus geraamd gemiddeld bedrag verplicht eigen risico € 228 (alle verzekerden meegenomen 'in verband met de voorgenomen afschaffing van de uitkering ter compensatie van het verplicht eigen risico'). 2013: € 1.478 (Regeling vaststelling standaardpremie 2013, BWBR0032391, geconsolideerde tekst gelezen 2026-10-24; regeling van 4 december 2012). 2015: € 1.408 (Stcrt. 2014, 35190). Het maximum uit de tekst zonder partner, € 865 (€ 1.329 − 2,410% × € 19.253,376 = € 864,99), is het voorschot 2014 dat Hof Den Haag in ECLI:NL:GHDHA:2017:1067 noemt bij een geschat toetsingsinkomen van € 17.333 (cases/zt-2014-rul-001); in ECLI:NL:RVS:2017:659 volgt hetzelfde voorschot uit € 567 vastgesteld plus € 298 teruggevorderd (niet als case opgenomen: het bedrag staat niet zelf in de uitspraak) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.329.

a. € 1.485,65;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2014 (in 2014 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2014 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 oktober 2013, 2013-0000134185, tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2014, Stcrt. 2013, 31007, art. 1 onder a: '€ 1.485,65' — gewijzigd vóór de inwerkingtreding bij Regeling van 13 november 2013, Stcrt. 2013, 32425, art. I: '€ 1.485,65' vervangen door € 1.485,60 (toelichting: bij de vaststelling was 'ten onrechte geen rekening gehouden met het negende lid van artikel 14' WML, afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van € 0,60); beide primaire teksten gelezen 2026-10-24. De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2014 (BWBR0002638, geldend t/m 30-06-2014) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2014: € 1.485,60'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2013, 32425 samen met Stcrt. 2013, 31007 als ontstaansbron. Per 1 juli 2013: € 1.477,80 (Stcrt. 2013, 11355); per 1 juli 2014: € 1.495,20 (Stcrt. 2014, 13936, gelezen 2026-10-24) — niet gebruikt, art. 1 onder f neemt januari · tekst

Waarde in het dossier: € 1.485,60.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim) · tekst
108% × 12 × € 1.485,60 = € 19.253,376. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2014 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2014 niet gevonden). De inkomensgrenzen uit de tekst staan in de cases zt-2014-syn-036..039 (laatste euro met recht, Awir art. 14 lid 4-5); een afgerond drempelinkomen (€ 19.253 of € 19.254, DISCREPANCIES.md #1) verschuift ze in 2014 niet.

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,410% van het drempelinkomen'): 2,410%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,410% van het drempelinkomen') · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim; gelijk in de versies van 01-04-2014 en 16-07-2014). Vastgesteld bij Stb. 2012, 627 (besluit van 30 november 2012 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2013), art. I, rij 2014; nota van toelichting tabel 1 (rij 2014): oorspronkelijk 2,70%, na maatregel 2010 2,76%, na maatregel 2011 3,36%, Wul +0,25, compensatie verhoging verplicht eigen risico −0,60, koopkrachtreparatiepakket −0,60, 'na huidige maatregel' 2,41%; de rij 2015 van dit besluit (2,625%) is vóór haar ingang vervangen door Stb. 2014, 488 (2,395%); primaire tekst gelezen 2026-10-24. De tekst van 01-01-2013 (gelezen 2026-10-24): 2,195% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,210% van het drempelinkomen'): 5,210%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,210% van het drempelinkomen') · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim). Stb. 2012, 627, art. I, rij 2014; tabel 1 (rij 2014): oorspronkelijk 5,00%, na maatregel 2010 5,06%, na maatregel 2011 6,56%, Wul +0,25, compensatie eigen risico −1,20, koopkrachtreparatiepakket −0,40, 'na huidige maatregel' 5,21%; de rij 2015 (5,725%) vervangen door Stb. 2014, 488 (5,265%). De tekst van 01-01-2013 (gelezen 2026-10-24): 4,695% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'vermeerderd met 9,118% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 9,118%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2014: 'vermeerderd met 9,118% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim); Stb. 2012, 627, art. I, rij 2014 (tabel 1, rij 2014: oorspronkelijk 5,00%, na maatregel 2010 5,12%, na maatregel 2011 6,245%, Wul +0,25, compensatie eigen risico +0,923, koopkrachtreparatiepakket +1,70, 'na huidige maatregel' 9,118%; toelichting: de Wul-opslag voorkomt dat het lagere toetsingsinkomen zonder werkgeversvergoeding IAB tot hogere zorgtoeslag leidt, de +0,923 voorkomt 'een forse toename van het aantal zorgtoeslaggerechtigden' door de € 115 hogere maximumzorgtoeslag, de +1,70 houdt het budgettaire beslag van het koopkrachtreparatiepakket gelijk; 'een daling in 2013 van het aantal huishoudens met een zorgtoeslag met 300.000'). De rij 2015 van dit besluit (9,523%) is vóór haar ingang vervangen door Stb. 2014, 488 (13,400%). De tekst van 01-01-2013 (gelezen 2026-10-24): 8,713% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim, zelfde tekst als 2015–2026). Gevolgd door lid 5 (oud), zie art2_lid5_oud · tekst

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21 139.

Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 (tekst 2014); art. 5.2 lid 1 (grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag op de peildatum voor zover boven het heffingvrije vermogen) en lid 2 (partners het gehele jaar: de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover boven het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner) · 2014 · draft
Bron: BWBR0011353, geldend van 01-01-2014 t/m 05-01-2014, van 06-01-2014 t/m 18-07-2014 en van 19-07-2014 t/m 31-12-2014 (alle drie verbatim gelezen 2026-10-24: 'Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21 139.'; art. 5.5 is het hele jaar gelijk). Gelijk aan 2013 (tekst van 01-01-2013 gelezen 2026-10-24: € 21 139): de Bijstellingsregeling directe belastingen 2014 (Stcrt. 2013, 35144) past art. 5.5 niet aan en zegt in haar toelichting dat op grond van artikel XXXIV van het Belastingplan 2014 'voor het jaar 2014 de artikelen 10.1 en 10.3, tweede lid, van de Wet IB 2001 geen toepassing' vinden, zodat de te indexeren bedragen 'voor het jaar 2014 niet geïndexeerd' zijn (het Belastingplan 2014, Stb., zelf niet gelezen). Nodig omdat Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2014) op de grondslag sparen en beleggen rust; de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen af (éénmaal zonder partner, tweemaal met het hele jaar dezelfde partner). Effectieve grenzen 2014 op de rendementsgrondslag: € 102.499 / € 123.638. 2015: € 21.330 (Stcrt. 2014, 36639 art. I: 'In artikel 5.5 wordt € 21.139 vervangen door: € 21.330') · tekst

Waarde in het dossier: € 21.139.

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 81.360, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 81.360. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2014) (grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001, in het berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim). Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 december 2013, kenmerk 178414-114506-Z, houdende wijziging van het bedrag vermogenstoets zorgtoeslag voor het berekeningsjaar 2014, Stcrt. 2013, 35607, art. I: '€ 80.000' telkens vervangen door '€ 81.360' (tabelcorrectiefactor 1,7%, Wzt art. 2a lid 2, 'een indexatie van € 1.360'; toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 81.360 hebben geen recht op de zorgtoeslag'; primaire tekst gelezen 2026-10-24). De tekst van 01-01-2013 (gelezen 2026-10-24): € 80 000. 2015: € 82.093 (Stcrt. 2014, 32936) · tekst

Waarde in het dossier: € 81.360.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2014) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 81.360

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2014) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag) · 2014 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim); Stcrt. 2013, 35607, art. I ('telkens') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2014) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2014)

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2014) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2014) · 2014 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2013, kenmerk 169401-113162-Z, houdende wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met het vaststellen van de woonlandfactoren voor het jaar 2014 ten behoeve van de gedifferentieerde berekening van de bijdrage voor verdragsgerechtigden, Stcrt. 2013, 33704, art. I (primaire tekst gelezen 2026-10-24; in werking 01-01-2014, art. II; toelichting: berekend door het College voor zorgverzekeringen, advies van 29 oktober 2013; de factoren 'gelden voor de bijdrage die verdragsgerechtigden in het jaar 2014 verschuldigd zijn en voor de berekening van de zorgtoeslag'); gelijk aan de geconsolideerde bijlage 4 van BWBR0018715, geldend van 01-01-2014 t/m 05-01-2014 én van 01-12-2014 t/m 08-12-2014 (beide verbatim gelezen 2026-10-24, 39 landen, alle 39 regels gelijk aan de Staatscourant-tabel en aan elkaar: de bijlage veranderde niet in de loop van 2014). Geen artikel II met een correctie met terugwerkende kracht in deze regeling; geen correctie van een factor voor 2014 gevonden in de regelingen voor 2015 t/m 2020 (Stcrt. 2014, 34233 corrigeerde Frankrijk 2012; Stcrt. 2017, 66088 Zweden 2017; Stcrt. 2019, 58198 Duitsland 2017–2019) · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de regeling noemt alleen de landnaam (Macedonië). Oude methode (verhouding van gemiddelde zorgkosten in één berekeningsjaar per land): één factor boven 1 (Noorwegen 1,3909; in 2013 ook Ierland 1,0176). De kolommen berekeningsjaar en zorgkosten uit de bijlage staan per land in het commentaar. België, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Montenegro en Polen (berekeningsjaar 2011) en Marokko en Tunesië dragen in 2015 dezelfde factor (Stcrt. 2014, 34233).
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.6715
Bosnië-HerzegovinaBA0.0611
BulgarijeBG0.0528
CyprusCY0.1669
DenemarkenDK0.9026
DuitslandDE0.7078
EstlandEE0.1503
FinlandFI0.6071
FrankrijkFR0.7198
GriekenlandGR0.3590
HongarijeHU0.1223
IerlandIE0.9268
IJslandIS0.6970
ItaliëIT0.5298
KaapverdiëCV0.0268
KroatiëHR0.1789
LetlandLV0.0806
LiechtensteinLI0.7914
LitouwenLT0.1087
LuxemburgLU0.7408
Noord-MacedoniëMK0.0445
MaltaMT0.2793
MarokkoMA0.0125
MontenegroME0.0757
NoorwegenNO1.3909
OostenrijkAT0.6055
PolenPL0.1116
PortugalPT0.3415
RoemeniëRO0.0578
ServiëRS0.0746
SloveniëSI0.2886
SlowakijeSK0.1842
SpanjeES0.4059
TsjechiëCZ0.2435
TunesiëTN0.0216
TurkijeTR0.0852
Verenigd KoninkrijkGB0.6305
ZwedenSE0.7354
ZwitserlandCH0.6265

Awir

Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

Awir art. 7 lid 3 (tekst 2014): geen bedrag; de toets is of over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen (grondslag sparen en beleggen > 0, dus rendementsgrondslag boven het heffingvrije vermogen), de vrijstelling van art. 5.13 Wet IB 2001 weggedacht · 2014 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2014 t/m 05-01-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24; dezelfde tekst in de versie van 06-01-2014 en in 2015 t/m 2020); lid 5 (tekst 2014): niet in Nederland belastbaar voordeel uit sparen en beleggen telt mee. Vervangen per 01-01-2021 door de rendementsgrondslag-toets met bedragen (Stb. 2020, 546, art. III) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag (Wzt art. 2a). Geen waarde: de encoding gebruikt dit niet.

Waarde in het dossier: .

Awir art. 7 lid 6: € 4.706

Awir art. 7 lid 6 · 2014 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2014 t/m 05-01-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24: '€ 4.706'); Bijstellingsregeling directe belastingen 2014, Stcrt. 2013, 35144 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2013, nr. DB2013/569M), art. VI: 'In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in artikel 7, zesde lid, ‘€ 4.627’ vervangen door: € 4.706.' (tabelcorrectiefactor 1,7; primaire tekst gelezen 2026-10-24); vervangen per 01-01-2015 door € 4.749 (Stcrt. 2014, 36639 art. VI onderdeel A) · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Awir art. 14 lid 4 · 2014 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2014 t/m 05-01-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24); dezelfde tekst in de versie van 06-01-2014 en in 2015 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2014 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2014 t/m 05-01-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2014 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2014-07-16 (retroactive to 2014-01-01)Wzt art. 4 — standaardpremie: the clause excluding verzekerden with a Zvw art. 118a uitkering (compensatie eigen risico) from the geraamde gemiddelde bedrag eigen risico'… ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet, met dien verstande dat bij het geraamde gemiddelde bedrag verzekerden die recht hebben op een uitkering als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet niet worden meegerekend''… ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet.' (the clause vervallen)Stb. 2014, 259 (wet van 4 juni 2014, afschaffing Wtcg en CER), art. XV; in force 16-07-2014 with terugwerkende kracht t/m 01-01-2014 (art. XVII lid 1); the consolidated text marks it as suchzorgtoeslag/parameters/2014.yaml (versie_opmerking; no parameter changes)2026-10-24. Primary text read. No rule: the standaardpremie 2014 (€ 1.329) had been set on 06-12-2013 and its toelichting already counted all verzekerden for the eigen risico 'in verband met de voorgenomen afschaffing van de uitkering ter compensatie van het verplicht eigen risico'. Art. 1–5 of the versions 01-01-2014 and 16-07-2014 compared verbatim: this clause and art. 5 lid 2 (row below) are the only differences.
2014-04-01Wzt art. 5 lid 2 — who the Dienst pays the bestuursrechtelijke premie to'in opdracht van het College zorgverzekeringen … aan dat college''in opdracht van het Zorginstituut Nederland … aan dat instituut'Stb. 2013, 578 (in force per Stb. 2014, 93), per the wetstechnische informatie of the Wzt; the Staatsblad texts not readzorgtoeslag/parameters/2014.yaml (versie_opmerking)2026-10-24. No rule: a name change in the payment provision, found in the verbatim diff of the 2014 versions. The Wzt had three versions in 2014 (01-01, 01-04, 16-07).
2014-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 20142,195% / 4,695% / 8,713% (2013, read in the consolidated text of 01-01-2013, 2026-10-24)2,410% / 5,210% / 9,118%Stb. 2012, 627 (besluit van 30 november 2012 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2013), art. I, rij 2014; schema 2013–2040zorgtoeslag/parameters/2014.yaml2026-10-24. Primary text read. Nota van toelichting tabel 1 (rij 2014): from the path of the 2010 and 2011 besluiten (3,36% / 6,56% / 6,245%) three measures: the Wul (+0,25 point on all three, so that the lower toetsingsinkomen without the werkgeversvergoeding IAB does not raise the zorgtoeslag), the compensation of the € 115 higher verplicht eigen risico (norm −0,60 / −1,20, afbouw +0,923 'om die forse toename te voorkomen'), and the koopkrachtreparatiepakket of the Begrotingsakkoord 2013 (norm −0,60 / −0,40, afbouw +1,70, budgettair neutraal; 'een daling in 2013 van het aantal huishoudens met een zorgtoeslag met 300.000'). Its 2015 row (2,625% / 5,725% / 9,523%) was replaced before taking effect by Stb. 2014, 488 (2,395% / 5,265% / 13,400%) — the tenth pre-effect revision found, read today from the earlier side; its 2016 row was 2,640% / 5,740% / 9,553%.
2014-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both)€ 80.000 (read in the 2013 text, printed '€ 80 000')€ 81.360Regeling van de Minister van VWS van 10 december 2013, kenmerk 178414-114506-Z, Stcrt. 2013, 35607, art. I ('telkens'; tabelcorrectiefactor 1,7%, 'een indexatie van € 1.360'; Wzt art. 2a lid 2)idem2026-10-24. Primary text read. Toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 81.360 hebben geen recht op de zorgtoeslag' — with Wet IB art. 5.5 2014 (€ 21.139) the effective rendementsgrondslag ceilings are € 102.499 / € 123.638. The Wzt amount was indexed for 2014 while the Wet IB amounts were not (row below).
2014-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.478 (Regeling vaststelling standaardpremie 2013, Stcrt. 2012, 25514, regeling van 4 december 2012, kenmerk Z-3141539; consolidated BWBR0032391 read 2026-10-24, primary text 2026-10-25: € 1.281 premie + € 197 eigen risico, collectiviteitskortingen not counted)€ 1.329Regeling vaststelling standaardpremie 2014, Stcrt. 2013, 35060 (regeling van 6 december 2013, kenmerk 178078-114442-Z), art. 1; consolidated BWBR0034337idem2026-10-24. Primary text read. Toelichting: € 1.101 berekende gemiddelde nominale premie 2014 (CPB, 'inclusief collectieve contracten' — 'Het meenemen van de kortingen van de collectieve contracten vormt een beleidswijziging', against the wetsgeschiedenis of the Wzt, announced in the VWS-begroting 2014) plus € 228 geraamd gemiddeld verplicht eigen risico (all verzekerden counted, in view of the abolition of the CER). The fall from € 1.478 to € 1.329 is thus partly a method change. Maxima from the text: € 865 zonder partner, € 1.655 met partner; € 865 is the voorschot the Dienst granted at a geschat inkomen of € 17.333 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1067, zt-2014-rul-001).
2014-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)€ 1.477,80 (per 1 juli 2013, Stcrt. 2013, 11355, read 2026-10-24)€ 1.485,60Regeling van de Minister van SZW van 30 oktober 2013, nr. 2013-0000134185, Stcrt. 2013, 31007, art. 1 onder a (€ 1.485,65), as corrected before taking effect by the Regeling van 13 november 2013, Stcrt. 2013, 32425, art. I (€ 1.485,60: the rounding to a multiple of € 0,60 of WML art. 14 lid 9 had been omitted); both primary texts read 2026-10-24; the consolidated WML of 01-01-2014 carries € 1.485,60 as an editorial noteidemDrempelinkomen 2014: 108% × 12 × € 1.485,60 = € 19.253,376 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). The income ceilings from the text (€ 28.482 / € 37.145) do not move under a drempelinkomen rounded to € 19.253 or € 19.254 — the first year in the series where the rounding decides nothing (DISCREPANCIES.md #1; cases zt-2014-syn-036..039). Per 1 juli 2014: € 1.495,20 (Stcrt. 2014, 13936), not used. 2026-10-24
2014-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2014 text)2013 table (consolidated bijlage 4 of 01-01-2013, read 2026-10-24; set by Stcrt. 2012, 25177, regeling van 29 november 2012, kenmerk Z-3139020, primary text read 2026-10-25 and identical to the bijlage on all 39 lines), e.g. België 0,6760, Duitsland 0,7077, Noorwegen 1,2666, Ierland 1,0176, Zweden 0,6845 (two factors above 1)2014 table, e.g. België 0,6715, Duitsland 0,7078, Noorwegen 1,3909, Ierland 0,9268, Zweden 0,7354 (old method: one berekeningsjaar per country, one factor above 1)Regeling van de Minister van VWS van 26 november 2013, kenmerk 169401-113162-Z, Stcrt. 2013, 33704, art. I (in force 01-01-2014, art. II; CVZ advice of 29-10-2013); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2014 and of 01-12-2014 on all 39 linesidem2026-10-24. Primary text read (found through a web search; the officielebekendmakingen index does not surface it). No art. II correction in this regeling and no later retroactive correction of a 2014 factor found. België, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Montenegro, Polen, Marokko and Tunesië keep the same factor in 2015 (same berekeningsjaar data).
2014-01-01Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount€ 4.627€ 4.706Bijstellingsregeling directe belastingen 2014, Stcrt. 2013, 35144 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2013, nr. DB2013/569M), art. VI (primary text read 2026-10-24; tabelcorrectiefactor 1,7); consolidated texts of 01-01-2014 and 06-01-2014 readawir/parameters/2014.yamlNot used by zorgtoeslag. The Awir had two versions in 2014 (01-01 and 06-01-2014, Stb. 2013, 316); art. 7 and art. 14 identical in both. 2026-10-24
2014-01-01Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2014–2020)€ 21.139 (2013, read in the consolidated text of 01-01-2013, 2026-10-24)€ 21.139 — unchangedNone: the Bijstellingsregeling directe belastingen 2014 (Stcrt. 2013, 35144) leaves art. 5.5 alone and explains that under art. XXXIV of the Belastingplan 2014 'voor het jaar 2014 de artikelen 10.1 en 10.3, tweede lid, van de Wet IB 2001 geen toepassing' vinden, so that the amounts indexed by those articles 'worden dus voor het jaar 2014 niet geïndexeerd' (the Belastingplan 2014, Stb., not read)zorgtoeslag/parameters/2014.yaml (heffingvrij_vermogen)2026-10-24. Consolidated text read in the three 2014 versions (01-01, 06-01, 19-07): '€ 21 139' in all. A row with no change, kept because the series would otherwise look as if a year were missing: the Wzt art. 2a amount was indexed for 2014 (1,7%) while this one was frozen. Effective rendementsgrondslag ceilings 2014: € 102.499 / € 123.638.