De wet in 2015
BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23)
Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.
Inhoud
- Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 —
art2_lid5_oud - Wet op de zorgtoeslag art. 4 —
standaardpremie - Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2015 —
wml_maandbedrag_januari - Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f —
drempelinkomen_factor - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_boven_drempel - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 —
aandeel_partner_niet_verzekerd - Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 —
heffingvrij_vermogen - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 —
woonlandfactoren - Awir art. 7 lid 3 —
vermogenstoets_algemeen - Awir art. 7 lid 6 —
medebewoner_vrijstelling_onder_23 - Awir art. 14 lid 4 —
afronding_tegemoetkoming - Awir art. 14 lid 5 —
minimum_tegemoetkoming
Bij dit jaar
versie_opmerking- Ontstaansbronnen per 01-01-2015 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2014, 32936 (art. 2a lid 1: € 82.093); Stb. 2014, 488 (art. 2 lid 3: de percentages 2015, 'samen met' Stb. 2012, 627 en Stb. 2011, 620 — de keten van percentagebesluiten). Geen andere versie in 2015; geen rekenregel veranderde in de loop van 2015. De vorige versie (16-07-2014 t/m 31-12-2014, Stb. 2014, 259) verschilt alleen in art. 2 lid 3 (2,410% / 5,210% / 9,118%) en art. 2a lid 1 (€ 81.360) — verbatim vergeleken 2026-10-23, art. 1 t/m 5. De tekst van 01-01-2016 verschilt alleen in art. 2 lid 3 (percentages) en art. 2a lid 1 (€ 82.504) — verbatim vergeleken 2026-10-23.
artikel_vermogenstoets- Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2015)
artikel_woonlandfactor- Wzt art. 3 (tekst 2015)
artikel_maandbepaling- Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2015; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel- a
art4a_lid3_aanwezig- False
art4a_lid3_opmerking- Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2015 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig- True
vermogenstoets_basis- grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking- Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2015 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2015 is op 2026-10-23 niet gevonden: tg0821z50fd, z52fd, z53fd en z54fd zijn een 404 en z51fd is de leaflet 2025; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2015 is onbekend. Uitkomsten van de Dienst voor 2015 uit de rechtspraak: € 663 bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 27.886 met partner (cases/zt-2015-rul-001, ECLI:NL:RVS:2019:418) en nihil op grond van het vermogen zonder bedrag (ECLI:NL:RVS:2023:1730; SOURCES.md §4).
Wet op de zorgtoeslag
In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.
Waarde in het dossier: .
De standaardpremie wordt voor het jaar 2015 vastgesteld op € 1408,–.
Waarde in het dossier: € 1.408.
a. € 1.501,80;
Waarde in het dossier: € 1.501,80.
drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand
Waarde in het dossier: 108%.
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,395% van het drempelinkomen'): 2,395%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,265% van het drempelinkomen'): 5,265%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'vermeerderd met 13,400% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,400%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%
Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21.330.
Waarde in het dossier: € 21.330.
In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82 093, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82 093. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Waarde in het dossier: € 82.093.
Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2015) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 82.093
Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2015) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2015)
| Land | Code | Woonlandfactor |
|---|---|---|
| België | BE | 0.6715 |
| Bosnië-Herzegovina | BA | 0.0646 |
| Bulgarije | BG | 0.0606 |
| Cyprus | CY | 0.1669 |
| Denemarken | DK | 0.9430 |
| Duitsland | DE | 0.7407 |
| Estland | EE | 0.1677 |
| Finland | FI | 0.6299 |
| Frankrijk | FR | 0.7198 |
| Griekenland | GR | 0.3590 |
| Hongarije | HU | 0.1222 |
| Ierland | IE | 0.8587 |
| IJsland | IS | 0.7553 |
| Italië | IT | 0.5569 |
| Kaapverdië | CV | 0.0242 |
| Kroatië | HR | 0.1865 |
| Letland | LV | 0.0885 |
| Liechtenstein | LI | 0.8122 |
| Litouwen | LT | 0.1163 |
| Luxemburg | LU | 0.7408 |
| Noord-Macedonië | MK | 0.0527 |
| Malta | MT | 0.2850 |
| Marokko | MA | 0.0125 |
| Montenegro | ME | 0.0757 |
| Noorwegen | NO | 1.5567 |
| Oostenrijk | AT | 0.6363 |
| Polen | PL | 0.1116 |
| Portugal | PT | 0.3415 |
| Roemenië | RO | 0.0588 |
| Servië | RS | 0.0742 |
| Slovenië | SI | 0.2976 |
| Slowakije | SK | 0.1940 |
| Spanje | ES | 0.3925 |
| Tsjechië | CZ | 0.2474 |
| Tunesië | TN | 0.0216 |
| Turkije | TR | 0.0744 |
| Verenigd Koninkrijk | GB | 0.6001 |
| Zweden | SE | 0.7573 |
| Zwitserland | CH | 0.6509 |
Awir
Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.
Waarde in het dossier: .
Awir art. 7 lid 6: € 4.749
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
Waarde in het dossier: € 1.
Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.
Waarde in het dossier: € 24.
Wijzigingen die in 2015 ingingen
| Effective | Text / article | Old | New | Instrument | Encoded in | Notes |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 2015 | 2,410% / 5,210% / 9,118% (2014, read in the consolidated text of 16-07-2014 t/m 31-12-2014, 2026-10-23) | 2,395% / 5,265% / 13,400% | Stb. 2014, 488 (besluit van 1 december 2014 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2015), art. I; schema 2015–2040 | zorgtoeslag/parameters/2015.yaml | 2026-10-23. Primary text read. The largest single change in the series: the afbouwpercentage rose by about 4,282 point (9,118% → 13,400%, +3,877 point by this besluit on top of the +0,405 already scheduled, structurally t/m 2040, to realise part of the yield of the huishoudentoeslag that was not introduced), while the normpercentages were lowered for 2015 only by 0,23 / 0,46 point (2,625% / 5,725% → 2,395% / 5,265%, 'ter compensatie voor het niet introduceren van het inkomensafhankelijk eigen risico'). Its 2016 row (2,640% / 5,740% / 13,430%) was replaced before taking effect by Stb. 2015, 472 (2,380% / 5,220% / 13,430%) — the ninth pre-effect revision of the schema found, read today from the earlier side. Tabel 1 of the nota van toelichting gives the whole history 2014–2030 by maatregel (2010, 2011, 2012, this one). |
| 2015-01-01 | Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both) | € 81.360 (read in the consolidated text of 16-07-2014) | € 82.093 | Regeling van de Minister van VWS van 4 november 2014, kenmerk 675257-127218-Z, Stcrt. 2014, 32936, art. I ('telkens'; tabelcorrectiefactor 0,9%, 'een indexatie van € 733'; Wzt art. 2a lid 2) | idem | 2026-10-23. Primary text read. Toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 82 093 hebben geen recht op de zorgtoeslag' — with Wet IB art. 5.5 2015 (€ 21.330) the effective rendementsgrondslag ceilings are € 103.423 / € 124.753. |
| 2015-01-01 | Standaardpremie (Wzt art. 4) | € 1.329 (Regeling vaststelling standaardpremie 2014, Stcrt. 2013, 35060, read 2026-10-24) | € 1.408 | Regeling vaststelling standaardpremie 2015, Stcrt. 2014, 35190 (regeling van 28 november 2014, kenmerk 695128-130214-Z), art. 1; consolidated BWBR0035894 | idem | 2026-10-23. Primary text read. Toelichting: € 1.170 berekende gemiddelde nominale premie 2015 plus € 238 geraamd gemiddeld bedrag verplicht eigen risico. Maxima from the text: € 942 zonder partner, € 1.791 met partner. |
| 2015-01-01 | WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen) | € 1.495,20 (per 1 juli 2014, Stcrt. 2014, 13936, read 2026-10-24) | € 1.501,80 | Regeling van de Minister van SZW van 14 oktober 2014, nr. 2014-0000146254, Stcrt. 2014, 29850, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-23); the consolidated WML of 01-01-2015 carries it as an editorial note | idem | Drempelinkomen 2015: 108% × 12 × € 1.501,80 = € 19.463,328 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). Per 1 juli 2015: € 1.507,80 (Stcrt. 2015, 10678), not used. |
| 2015-01-01 | Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2015 text) | 2014 table (Stcrt. 2013, 33704, read 2026-10-24), e.g. België 0,6715 (unchanged), Duitsland 0,7078, Noorwegen 1,3909, Zweden 0,7354 | 2015 table, e.g. België 0,6715, Duitsland 0,7407, Noorwegen 1,5567, Zweden 0,7573 (old method: one berekeningsjaar per country, one factor above 1) | Regeling van de Minister van VWS van 27 november 2014, kenmerk 680920-128478-Z, Stcrt. 2014, 34233, art. I (in force 01-01-2015, art. III lid 1; Zorginstituut advice of 30 September 2014) | idem | 2026-10-23. Primary text read; identical on all 39 lines to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2015, 01-02-2015 and 01-12-2015. Art. II of the same regeling set the factor for Frankrijk for 2012 anew with retroactive effect (0,7685 → 0,7659, a calculation error in the French cost data), for the verhoudingsgetal of art. 6.3.1 Rzv only; toelichting: 'Deze wijziging heeft geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. Deze wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden gecorrigeerd.' — the same pattern as Stcrt. 2017, 66088 (Zweden 2017) and Stcrt. 2019, 58198 (Duitsland 2017–2019). |
| 2015-01-01 | Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount | € 4.706 | € 4.749 | Bijstellingsregeling directe belastingen 2015, Stcrt. 2014, 36639 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën, nr. DB2014/520M), art. VI onderdeel A (primary text read 2026-10-23); consolidated texts of 01-01-2015 and 01-11-2015 read | awir/parameters/2015.yaml | Not used by zorgtoeslag. The Awir had two versions in 2015 (01-01 and 01-11-2015, Stb. 2015, 378); art. 7 and art. 14 identical in both. |
| 2015-01-01 | Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2015–2020) | € 21.139 (2014, read in the consolidated texts of 01-01-2014, 06-01-2014 and 19-07-2014, 2026-10-24; the same as 2013) | € 21.330 | Bijstellingsregeling directe belastingen 2015, Stcrt. 2014, 36639, art. I: 'In artikel 5.5 wordt € 21.139 vervangen door: € 21.330' (primary text read 2026-10-23); consolidated texts of 01-01-2015 and 01-07-2015 read | zorgtoeslag/parameters/2015.yaml (heffingvrij_vermogen) | 2026-10-23. Effective rendementsgrondslag ceilings 2015: € 103.423 / € 124.753 (verified on the boundary euros through the encoding). |