toeslagrecht

De wet in 2015

BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23)

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

versie_opmerking
Ontstaansbronnen per 01-01-2015 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2014, 32936 (art. 2a lid 1: € 82.093); Stb. 2014, 488 (art. 2 lid 3: de percentages 2015, 'samen met' Stb. 2012, 627 en Stb. 2011, 620 — de keten van percentagebesluiten). Geen andere versie in 2015; geen rekenregel veranderde in de loop van 2015. De vorige versie (16-07-2014 t/m 31-12-2014, Stb. 2014, 259) verschilt alleen in art. 2 lid 3 (2,410% / 5,210% / 9,118%) en art. 2a lid 1 (€ 81.360) — verbatim vergeleken 2026-10-23, art. 1 t/m 5. De tekst van 01-01-2016 verschilt alleen in art. 2 lid 3 (percentages) en art. 2a lid 1 (€ 82.504) — verbatim vergeleken 2026-10-23.
artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2015)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2015)
artikel_maandbepaling
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2015; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2015 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig
True
vermogenstoets_basis
grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2015 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2015 is op 2026-10-23 niet gevonden: tg0821z50fd, z52fd, z53fd en z54fd zijn een 404 en z51fd is de leaflet 2025; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2015 is onbekend. Uitkomsten van de Dienst voor 2015 uit de rechtspraak: € 663 bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 27.886 met partner (cases/zt-2015-rul-001, ECLI:NL:RVS:2019:418) en nihil op grond van het vermogen zonder bedrag (ECLI:NL:RVS:2023:1730; SOURCES.md §4).

Wet op de zorgtoeslag

In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 (tekst 2015; vervallen per 01-01-2021) · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23; dezelfde tekst in 2016 t/m 2020). Vervallen bij Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, Stb. 2020, 543, art. III onder 2 (lid 6–8 vernummerd tot 5–7, onder 3) · tekst
Invoer: partner_verzekeringsplicht_niet_nagekomen (ja/nee/onbekend). Of de partner verzekeringsplichtig was en die plicht niet nakwam (Zvw art. 2) codeert de encoding niet; het is invoer. Niet opgegeven: gerekend alsof nagekomen, met een noot.

Waarde in het dossier: .

De standaardpremie wordt voor het jaar 2015 vastgesteld op € 1408,–.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie 2015, art. 1 · 2015 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 november 2014, kenmerk 695128-130214-Z, Stcrt. 2014, 35190 (primaire tekst gelezen 2026-10-23); geconsolideerd BWBR0035894 (geldend van 01-01-2015). Toelichting: berekende gemiddelde nominale premie 2015 € 1.170 (op basis van de werkelijke nominale premies 2015) plus geraamd gemiddeld bedrag verplicht eigen risico € 238. 2016: € 1.468 (Stcrt. 2015, 43794). Het maximum uit de tekst zonder partner, € 942 (€ 1.408 − 2,395% × € 19.463,328 = € 941,85), is als voorschot 2015 van de Dienst genoemd in de uitspraak van de ABRvS van 20 juni 2018 in zaak 201709274/1/A2 (zoekresultaat van 2026-10-23, tekst niet gelezen; SOURCES.md §4) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.408.

a. € 1.501,80;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2015 (in 2015 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2015 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 oktober 2014, nr. 2014-0000146254, tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2015, Stcrt. 2014, 29850, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-23). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2015 (BWBR0002638, geldend t/m 30-06-2015) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2015: € 1.501,80'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2014, 29850 als ontstaansbron. Per 1 juli 2015: € 1.507,80 (Stcrt. 2015, 10678, gelezen 2026-10-23) — niet gebruikt, art. 1 onder f neemt januari · tekst

Waarde in het dossier: € 1.501,80.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim) · tekst
108% × 12 × € 1.501,80 = € 19.463,328. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2015 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2015 niet gevonden). De inkomensgrenzen uit de tekst staan in de cases zt-2015-syn-032..035 (laatste euro met recht, Awir art. 14 lid 4-5); of een afgerond drempelinkomen (€ 19.463 of € 19.464, DISCREPANCIES.md #1) ze verschuift staat daar.

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,395% van het drempelinkomen'): 2,395%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,395% van het drempelinkomen') · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim). Vastgesteld bij Stb. 2014, 488 (besluit van 1 december 2014 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2015), art. I, rij 2015; nota van toelichting tabel 1: 2014 2,41%, 2015 'na maatregel 2012' 2,625%, maatregel −0,23 procentpunt (alleen 2015; 'ter compensatie voor het niet introduceren van het inkomensafhankelijk eigen risico'), 'na huidige maatregel' 2,395%; de rij 2016 van dit besluit (2,640%) is vóór haar ingang vervangen door Stb. 2015, 472 (2,380%); primaire tekst gelezen 2026-10-23. De tekst van 16-07-2014 (gelezen 2026-10-23): 2,410% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,265% van het drempelinkomen'): 5,265%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,265% van het drempelinkomen') · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim). Stb. 2014, 488, art. I, rij 2015; tabel 1: 2014 5,21%, 2015 'na maatregel 2012' 5,725%, maatregel −0,46 procentpunt (alleen 2015), 'na huidige maatregel' 5,265%; de rij 2016 (5,740%) vervangen door Stb. 2015, 472 (5,220%). De tekst van 16-07-2014 (gelezen 2026-10-23): 5,210% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'vermeerderd met 13,400% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,400%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2015: 'vermeerderd met 13,400% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim); Stb. 2014, 488, art. I, rij 2015 (tabel 1: 2014 9,118%, 2015 'na maatregel 2012' 9,523%, maatregel +3,877 procentpunt voor 2015 en alle volgende jaren, 'na huidige maatregel' 13,40%; toelichting: 'stijgt het afbouwpercentage van 2014 op 2015 met circa 4,282%-punt (van 9,118% naar 13,400% voor zowel alleenstaanden als meerpersoonshuishoudens)'; vanaf 2015 +0,03 procentpunt per jaar: 2016 13,43%, 2017 13,46%, 2020 13,55%, 2030 13,85%). De tekst van 16-07-2014 (gelezen 2026-10-23): 9,118% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim, zelfde tekst als 2016–2026). Gevolgd door lid 5 (oud), zie art2_lid5_oud · tekst

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21.330.

Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 (tekst 2015); art. 5.2 lid 1 (grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag op de peildatum voor zover boven het heffingvrije vermogen) en lid 2 (partners het gehele jaar: de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover boven het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner) · 2015 · draft
Bron: BWBR0011353, geldend van 01-01-2015 t/m 31-03-2015 en van 01-07-2015 t/m 31-08-2015 (beide verbatim gelezen 2026-10-23: 'Het heffingvrije vermogen bedraagt € 21.330.'; art. 5.5 is aan het begin en halverwege het jaar gelijk). Het bedrag: Bijstellingsregeling directe belastingen 2015, Stcrt. 2014, 36639 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën, nr. DB2014/520M), art. I: 'In artikel 5.5 wordt € 21.139 vervangen door: € 21.330' (tabelcorrectiefactor; primaire tekst gelezen 2026-10-23). Nodig omdat Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2015) op de grondslag sparen en beleggen rust; de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen af (éénmaal zonder partner, tweemaal met het hele jaar dezelfde partner). Effectieve grenzen 2015 op de rendementsgrondslag: € 103.423 / € 124.753. 2016: € 24.437 · tekst

Waarde in het dossier: € 21.330.

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82 093, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82 093. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2015) (grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001, in het berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim). Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 november 2014, kenmerk 675257-127218-Z, Stcrt. 2014, 32936, art. I: '€ 81 360' telkens vervangen door '€ 82 093' (tabelcorrectiefactor 0,9%, Wzt art. 2a lid 2, 'een indexatie van € 733'; toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 82 093 hebben geen recht op de zorgtoeslag'; primaire tekst gelezen 2026-10-23). De tekst van 16-07-2014 (gelezen 2026-10-23): € 81.360. 2016: € 82.504 (Stcrt. 2015, 40655) · tekst

Waarde in het dossier: € 82.093.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2015) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 82.093

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2015) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag) · 2015 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim); Stcrt. 2014, 32936, art. I ('telkens') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2015) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2015)

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2015) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2015) · 2015 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 november 2014, kenmerk 680920-128478-Z, Stcrt. 2014, 34233, art. I (primaire tekst gelezen 2026-10-23; in werking 01-01-2015, art. III lid 1; toelichting: berekend door het Zorginstituut Nederland, advies van 30 september 2014; de factoren 'gelden voor de bijdrage die verdragsgerechtigden in het jaar 2015 verschuldigd zijn'); gelijk aan de geconsolideerde bijlage 4 van BWBR0018715, geldend van 01-01-2015 t/m 22-01-2015, van 01-02-2015 t/m 11-02-2015 én van 01-12-2015 t/m 10-12-2015 (alle verbatim gelezen 2026-10-23, 39 landen, alle 39 regels gelijk aan de Staatscourant-tabel en aan elkaar: de bijlage veranderde niet in de loop van 2015). Art. II van dezelfde regeling stelde de factor voor Frankrijk voor het jaar 2012 met terugwerkende kracht opnieuw vast (0,7685 → 0,7659, een rekenfout), voor het verhoudingsgetal van art. 6.3.1 Rzv (de verdragsbijdrage); toelichting: 'Deze wijziging heeft geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. Deze wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden gecorrigeerd.' Geen correctie met terugwerkende kracht voor 2015 gevonden · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de regeling noemt alleen de landnaam (Macedonië). Oude methode (verhouding van gemiddelde zorgkosten in één berekeningsjaar per land): één factor boven 1 (Noorwegen 1,5567). De kolommen berekeningsjaar en zorgkosten uit de bijlage staan per land in het commentaar.
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.6715
Bosnië-HerzegovinaBA0.0646
BulgarijeBG0.0606
CyprusCY0.1669
DenemarkenDK0.9430
DuitslandDE0.7407
EstlandEE0.1677
FinlandFI0.6299
FrankrijkFR0.7198
GriekenlandGR0.3590
HongarijeHU0.1222
IerlandIE0.8587
IJslandIS0.7553
ItaliëIT0.5569
KaapverdiëCV0.0242
KroatiëHR0.1865
LetlandLV0.0885
LiechtensteinLI0.8122
LitouwenLT0.1163
LuxemburgLU0.7408
Noord-MacedoniëMK0.0527
MaltaMT0.2850
MarokkoMA0.0125
MontenegroME0.0757
NoorwegenNO1.5567
OostenrijkAT0.6363
PolenPL0.1116
PortugalPT0.3415
RoemeniëRO0.0588
ServiëRS0.0742
SloveniëSI0.2976
SlowakijeSK0.1940
SpanjeES0.3925
TsjechiëCZ0.2474
TunesiëTN0.0216
TurkijeTR0.0744
Verenigd KoninkrijkGB0.6001
ZwedenSE0.7573
ZwitserlandCH0.6509

Awir

Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

Awir art. 7 lid 3 (tekst 2015): geen bedrag; de toets is of over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen (grondslag sparen en beleggen > 0, dus rendementsgrondslag boven het heffingvrije vermogen), de vrijstelling van art. 5.13 Wet IB 2001 weggedacht · 2015 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2015 t/m 31-10-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23; dezelfde tekst in de versie van 01-11-2015 en in 2016 t/m 2020); lid 5 (tekst 2015): niet in Nederland belastbaar voordeel uit sparen en beleggen telt mee. Vervangen per 01-01-2021 door de rendementsgrondslag-toets met bedragen (Stb. 2020, 546, art. III) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag (Wzt art. 2a). Geen waarde: de encoding gebruikt dit niet.

Waarde in het dossier: .

Awir art. 7 lid 6: € 4.749

Awir art. 7 lid 6 · 2015 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2015 t/m 31-10-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23: '€ 4.749'); Bijstellingsregeling directe belastingen 2015, Stcrt. 2014, 36639 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën, nr. DB2014/520M), art. VI onderdeel A: 'In artikel 7, zesde lid, wordt € 4.706 vervangen door: € 4.749' (primaire tekst gelezen 2026-10-23); vervangen per 01-01-2016 door € 4.773 (Stcrt. 2015, 47097 art. VI) · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Awir art. 14 lid 4 · 2015 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2015 t/m 31-10-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23); dezelfde tekst in de versie van 01-11-2015 en in 2016 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2015 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2015 t/m 31-10-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2015 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2015-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 20152,410% / 5,210% / 9,118% (2014, read in the consolidated text of 16-07-2014 t/m 31-12-2014, 2026-10-23)2,395% / 5,265% / 13,400%Stb. 2014, 488 (besluit van 1 december 2014 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2015), art. I; schema 2015–2040zorgtoeslag/parameters/2015.yaml2026-10-23. Primary text read. The largest single change in the series: the afbouwpercentage rose by about 4,282 point (9,118% → 13,400%, +3,877 point by this besluit on top of the +0,405 already scheduled, structurally t/m 2040, to realise part of the yield of the huishoudentoeslag that was not introduced), while the normpercentages were lowered for 2015 only by 0,23 / 0,46 point (2,625% / 5,725% → 2,395% / 5,265%, 'ter compensatie voor het niet introduceren van het inkomensafhankelijk eigen risico'). Its 2016 row (2,640% / 5,740% / 13,430%) was replaced before taking effect by Stb. 2015, 472 (2,380% / 5,220% / 13,430%) — the ninth pre-effect revision of the schema found, read today from the earlier side. Tabel 1 of the nota van toelichting gives the whole history 2014–2030 by maatregel (2010, 2011, 2012, this one).
2015-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both)€ 81.360 (read in the consolidated text of 16-07-2014)€ 82.093Regeling van de Minister van VWS van 4 november 2014, kenmerk 675257-127218-Z, Stcrt. 2014, 32936, art. I ('telkens'; tabelcorrectiefactor 0,9%, 'een indexatie van € 733'; Wzt art. 2a lid 2)idem2026-10-23. Primary text read. Toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 82 093 hebben geen recht op de zorgtoeslag' — with Wet IB art. 5.5 2015 (€ 21.330) the effective rendementsgrondslag ceilings are € 103.423 / € 124.753.
2015-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.329 (Regeling vaststelling standaardpremie 2014, Stcrt. 2013, 35060, read 2026-10-24)€ 1.408Regeling vaststelling standaardpremie 2015, Stcrt. 2014, 35190 (regeling van 28 november 2014, kenmerk 695128-130214-Z), art. 1; consolidated BWBR0035894idem2026-10-23. Primary text read. Toelichting: € 1.170 berekende gemiddelde nominale premie 2015 plus € 238 geraamd gemiddeld bedrag verplicht eigen risico. Maxima from the text: € 942 zonder partner, € 1.791 met partner.
2015-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)€ 1.495,20 (per 1 juli 2014, Stcrt. 2014, 13936, read 2026-10-24)€ 1.501,80Regeling van de Minister van SZW van 14 oktober 2014, nr. 2014-0000146254, Stcrt. 2014, 29850, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-23); the consolidated WML of 01-01-2015 carries it as an editorial noteidemDrempelinkomen 2015: 108% × 12 × € 1.501,80 = € 19.463,328 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). Per 1 juli 2015: € 1.507,80 (Stcrt. 2015, 10678), not used.
2015-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2015 text)2014 table (Stcrt. 2013, 33704, read 2026-10-24), e.g. België 0,6715 (unchanged), Duitsland 0,7078, Noorwegen 1,3909, Zweden 0,73542015 table, e.g. België 0,6715, Duitsland 0,7407, Noorwegen 1,5567, Zweden 0,7573 (old method: one berekeningsjaar per country, one factor above 1)Regeling van de Minister van VWS van 27 november 2014, kenmerk 680920-128478-Z, Stcrt. 2014, 34233, art. I (in force 01-01-2015, art. III lid 1; Zorginstituut advice of 30 September 2014)idem2026-10-23. Primary text read; identical on all 39 lines to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2015, 01-02-2015 and 01-12-2015. Art. II of the same regeling set the factor for Frankrijk for 2012 anew with retroactive effect (0,7685 → 0,7659, a calculation error in the French cost data), for the verhoudingsgetal of art. 6.3.1 Rzv only; toelichting: 'Deze wijziging heeft geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. Deze wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden gecorrigeerd.' — the same pattern as Stcrt. 2017, 66088 (Zweden 2017) and Stcrt. 2019, 58198 (Duitsland 2017–2019).
2015-01-01Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount€ 4.706€ 4.749Bijstellingsregeling directe belastingen 2015, Stcrt. 2014, 36639 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën, nr. DB2014/520M), art. VI onderdeel A (primary text read 2026-10-23); consolidated texts of 01-01-2015 and 01-11-2015 readawir/parameters/2015.yamlNot used by zorgtoeslag. The Awir had two versions in 2015 (01-01 and 01-11-2015, Stb. 2015, 378); art. 7 and art. 14 identical in both.
2015-01-01Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2015–2020)€ 21.139 (2014, read in the consolidated texts of 01-01-2014, 06-01-2014 and 19-07-2014, 2026-10-24; the same as 2013)€ 21.330Bijstellingsregeling directe belastingen 2015, Stcrt. 2014, 36639, art. I: 'In artikel 5.5 wordt € 21.139 vervangen door: € 21.330' (primary text read 2026-10-23); consolidated texts of 01-01-2015 and 01-07-2015 readzorgtoeslag/parameters/2015.yaml (heffingvrij_vermogen)2026-10-23. Effective rendementsgrondslag ceilings 2015: € 103.423 / € 124.753 (verified on the boundary euros through the encoding).