De wet in 2016
BWBR0018451, geldend van 01-01-2016 t/m 31-12-2016 (verbatim gelezen 2026-10-22)
Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.
Inhoud
- Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 —
art2_lid5_oud - Wet op de zorgtoeslag art. 4 —
standaardpremie - Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2016 —
wml_maandbedrag_januari - Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f —
drempelinkomen_factor - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_boven_drempel - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 —
aandeel_partner_niet_verzekerd - Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 —
heffingvrij_vermogen - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 —
woonlandfactoren - Awir art. 7 lid 3 —
vermogenstoets_algemeen - Awir art. 7 lid 6 —
medebewoner_vrijstelling_onder_23 - Awir art. 14 lid 4 —
afronding_tegemoetkoming - Awir art. 14 lid 5 —
minimum_tegemoetkoming
Bij dit jaar
versie_opmerking- Ontstaansbronnen per 01-01-2016 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2015, 40655 (art. 2a lid 1: € 82.504); Stb. 2015, 472 (art. 2 lid 3: de percentages 2016, 'samen met' Stb. 2014, 488; Stb. 2012, 627; Stb. 2011, 620 — de keten van percentagebesluiten). Geen andere versie in 2016; geen rekenregel veranderde in de loop van 2016. De tekst van 01-01-2017 verschilt alleen in art. 2 lid 3 (percentages), art. 2a lid 1 (€ 82.752) en art. 5 lid 2 (CAK voor Zorginstituut, Stb. 2016, 173) — verbatim vergeleken 2026-10-21.
artikel_vermogenstoets- Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2016)
artikel_woonlandfactor- Wzt art. 3 (tekst 2016)
artikel_maandbepaling- Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2016; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel- a
art4a_lid3_aanwezig- False
art4a_lid3_opmerking- Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2016 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig- True
vermogenstoets_basis- grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking- Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2016 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2016 is op 2026-10-22 niet gevonden: tg0821z60fd, z63fd en z64fd zijn een 404 en z62fd is de tweede druk van de leaflet 2026; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2016 is onbekend. Uitkomsten van de Dienst voor 2016 uit de rechtspraak: € 998 (zonder partner) en € 1.905 (met partner), de maxima uit de tekst, en nihil bij een gezamenlijk inkomen van € 45.149 (cases/zt-2016-rul-001; SOURCES.md §4).
Wet op de zorgtoeslag
In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.
Waarde in het dossier: .
De standaardpremie wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op € 1468,–.
Waarde in het dossier: € 1.468.
a. € 1.524,60;
Waarde in het dossier: € 1.524,60.
drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand
Waarde in het dossier: 108%.
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2016: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,380% van het drempelinkomen'): 2,380%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2016: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,220% van het drempelinkomen'): 5,220%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2016: 'vermeerderd met 13,430% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,430%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%
Het heffingvrije vermogen bedraagt € 24.437.
Waarde in het dossier: € 24.437.
In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82 504, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82 504. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Waarde in het dossier: € 82.504.
Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2016) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 82.504
Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2016) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2016)
| Land | Code | Woonlandfactor |
|---|---|---|
| België | BE | 0.7029 |
| Bosnië-Herzegovina | BA | 0.0634 |
| Bulgarije | BG | 0.0657 |
| Cyprus | CY | 0.1645 |
| Denemarken | DK | 0.9247 |
| Duitsland | DE | 0.7407 |
| Estland | EE | 0.1677 |
| Finland | FI | 0.6299 |
| Frankrijk | FR | 0.7504 |
| Griekenland | GR | 0.3590 |
| Hongarije | HU | 0.1186 |
| Ierland | IE | 0.8585 |
| IJsland | IS | 0.7847 |
| Italië | IT | 0.5569 |
| Kaapverdië | CV | 0.0227 |
| Kroatië | HR | 0.2006 |
| Letland | LV | 0.0921 |
| Liechtenstein | LI | 0.9395 |
| Litouwen | LT | 0.2198 |
| Luxemburg | LU | 0.7776 |
| Noord-Macedonië | MK | 0.0511 |
| Malta | MT | 0.3001 |
| Marokko | MA | 0.0125 |
| Montenegro | ME | 0.0812 |
| Noorwegen | NO | 1.5288 |
| Oostenrijk | AT | 0.6337 |
| Polen | PL | 0.1158 |
| Portugal | PT | 0.2395 |
| Roemenië | RO | 0.0630 |
| Servië | RS | 0.0757 |
| Slovenië | SI | 0.3150 |
| Slowakije | SK | 0.2302 |
| Spanje | ES | 0.3733 |
| Tsjechië | CZ | 0.2432 |
| Tunesië | TN | 0.0216 |
| Turkije | TR | 0.0913 |
| Verenigd Koninkrijk | GB | 0.6626 |
| Zweden | SE | 0.8219 |
| Zwitserland | CH | 0.6506 |
Awir
Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.
Waarde in het dossier: .
Awir art. 7 lid 6: € 4.773
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.
Waarde in het dossier: € 1.
Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.
Waarde in het dossier: € 24.
Wijzigingen die in 2016 ingingen
| Effective | Text / article | Old | New | Instrument | Encoded in | Notes |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 2016 | 2,395% / 5,265% / 13,400% (2015, read in the consolidated text of 01-01-2015, 2026-10-22) | 2,380% / 5,220% / 13,430% | Stb. 2015, 472 (besluit van 1 december 2015 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2016; schema 2016–2040 | zorgtoeslag/parameters/2016.yaml | 2026-10-22. Primary text read. Nota van toelichting tabel 1: the normpercentages lowered for 2016 only by 0,26 (eenpersoons, from 2,640%) and 0,52 (meerpersoons, from 5,740%) procentpunt — 'de tijdelijke verhoging van de zorgtoeslag te verlengen', koopkrachtpakket 2016, € 252 miljoen; the afbouw on its +0,03 schema ('wijzigt niet de afbouwpercentages'). Its 2017 row (2,655% / 5,755% / 13,460%) was replaced before taking effect by Stb. 2016, 469 (2,305% / 5,055% / 13,460%) — the eighth pre-effect revision found, read today from the earlier side. |
| 2016-01-01 | Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both) | € 82.093 (read in the 2015 text, printed '€ 82 093') | € 82.504 | Regeling van de Minister van VWS van 10 november 2015, kenmerk 858077-143255-WJZ, Stcrt. 2015, 40655, art. I ('telkens'; tabelcorrectiefactor 0,5%, 'een indexatie van € 411'; Wzt art. 2a lid 2) | idem | 2026-10-22. Primary text read. Its toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 82 504 hebben geen recht op de zorgtoeslag.' |
| 2016-01-01 | Standaardpremie (Wzt art. 4) | € 1.408 (Regeling vaststelling standaardpremie 2015, Stcrt. 2014, 35190, read 2026-10-23) | € 1.468 | Regeling vaststelling standaardpremie 2016, Stcrt. 2015, 43794 (regeling van 27 november 2015, kenmerk 873778-144254-Z), art. 1; consolidated BWBR0037279 | idem | 2026-10-22. Primary text read. Toelichting: € 1.228 gemiddelde nominale premie 2016 ('inclusief collectieve contracten') plus € 240 geraamd gemiddeld verplicht eigen risico. The Dienst's 2016 maxima that follow from it, € 998 zonder and € 1.905 met partner, are quoted in ECLI:NL:RVS:2024:2798 and ECLI:NL:RVS:2022:2397 (SOURCES.md §4). |
| 2016-01-01 | WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen) | € 1.507,80 (per 1 juli 2015, Stcrt. 2015, 10678, read 2026-10-23) | € 1.524,60 | Regeling van de Minister van SZW van 29 oktober 2015, nr. 2015-0000277569, Stcrt. 2015, 38647, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-22); the consolidated WML of 01-01-2016 carries it as an editorial note | idem | Drempelinkomen 2016: 108% × 12 × € 1.524,60 = € 19.758,816 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). As in 2017 and 2018, the income ceilings from the text (€ 27.013 / € 33.765) move one euro down with a drempelinkomen rounded down to € 19.758 and not with € 19.759 (DISCREPANCIES.md #1; cases zt-2016-syn-028..031). 2026-10-22 |
| 2016-01-01 | Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2016 text) | 2015 table, e.g. België 0,6715, Duitsland 0,7407, Noorwegen 1,5567, Zweden 0,7573 (Stcrt. 2014, 34233, read 2026-10-23) | 2016 table, e.g. België 0,7029, Duitsland 0,7407, Noorwegen 1,5288, Zweden 0,8219 (old method: one berekeningsjaar per country, one factor above 1) | Regeling van de Minister van VWS van 11 november 2015, kenmerk 862829-143414-Z, Stcrt. 2015, 40860, art. I (in force 01-01-2016; Zorginstituut advice of 01-10-2015); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2016 and of 01-12-2016 on all 39 lines | idem | 2026-10-22. Primary text read. No retroactive correction of a 2016 factor found (the corrections of Stcrt. 2017, 66088 art. II and Stcrt. 2019, 58198 art. II concern 2017–2019). |
| 2016-01-01 | Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount | € 4.749 | € 4.773 | Bijstellingsregeling directe belastingen 2016, Stcrt. 2015, 47097 (regeling van de Staatssecretaris van Financiën, nr. DB2015/446M), art. VI (primary text read 2026-10-22); consolidated texts of 01-01-2016 and 01-04-2016 read | awir/parameters/2016.yaml | Not used by zorgtoeslag. The Awir's other instruments of 01-01-2016 (Stb. 2015, 540; 538; 455) not read: art. 7 and art. 14 are identical in the versions 01-01-2016, 01-04-2016 and 01-01-2017. 2026-10-22 |
| 2016-01-01 | Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2016–2020) | € 21.330 (read in the consolidated texts of 01-01-2015 and 01-07-2015, 2026-10-23; set by Stcrt. 2014, 36639 art. I) | € 24.437 | Two steps per the toelichting of Stcrt. 2015, 47097: art. I onderdeel Q of that Bijstellingsregeling set € 21.437 (inflatiecorrectie), and the Belastingplan 2016, art. I onderdeel Ea 'zoals dat na de verwerking van de bijbehorende novelle is komen te luiden', raised it to € 24.437 (Staatsblad number not read; the Wet IB's informatie page lists Stb. 2015, 538 and 539 among the ontstaansbronnen of 01-01-2016) | zorgtoeslag/parameters/2016.yaml | 2026-10-22. Consolidated text read in the versions 01-01-2016 and 01-07-2016: '€ 24.437' in both. Effective Wzt art. 2a thresholds on the rendementsgrondslag 2016: € 106.941 / € 131.378. |