toeslagrecht

De wet in 2017

BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

versie_opmerking
Ontstaansbronnen per 01-01-2017 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2016, 60569 (art. 2a lid 1: € 82.752); Stb. 2016, 173 (in werking per Stb. 2016, 442: art. 5 lid 2, de uitbetaling van de bestuursrechtelijke premie aan het CAK in plaats van het Zorginstituut — geen rekenregel); Stb. 2016, 469 (art. 2 lid 3: de percentages 2017, 'samen met' Stb. 2015, 472; Stb. 2014, 488; Stb. 2012, 627; Stb. 2011, 620 — de keten van percentagebesluiten). Per 01-07-2017: Stb. 2017, 146 (art. 1 onder e en art. 4, geen rekenregel). Geen rekenregel veranderde in de loop van 2017.
artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2017)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2017)
artikel_maandbepaling
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2017; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2017 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig
True
vermogenstoets_basis
grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2017 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2017 is op 2026-10-21 een 404 onder tg0821z71fd en z72fd; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2017 is onbekend. Geen uitkomst van de Dienst voor 2017 bekend.

Wet op de zorgtoeslag

In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 (tekst 2017; vervallen per 01-01-2021) · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21; dezelfde tekst in de versie van 01-07-2017 en in 2018 t/m 2020). Vervallen bij Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, Stb. 2020, 543, art. III onder 2 (lid 6–8 vernummerd tot 5–7, onder 3) · tekst
Invoer: partner_verzekeringsplicht_niet_nagekomen (ja/nee/onbekend). Of de partner verzekeringsplichtig was en die plicht niet nakwam (Zvw art. 2) codeert de encoding niet; het is invoer. Niet opgegeven: gerekend alsof nagekomen, met een noot.

Waarde in het dossier: .

De standaardpremie wordt voor het jaar 2017 vastgesteld op € 1.530.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2017, art. 1 · 2017 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 november 2016, kenmerk 1046186-158039-Z, Stcrt. 2016, 64077 (primaire tekst gelezen 2026-10-21); geconsolideerd BWBR0038756 (geldend van 01-01-2017). Toelichting: gemiddelde nominale premie 2017 € 1.290 (berekend op basis van de werkelijke nominale premies 2017) plus gemiddeld bedrag verplicht eigen risico € 240. 2018: € 1.546 (Stcrt. 2017, 68107) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.530.

a. € 1.551,60;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2017 (in 2017 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2017 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 november 2016, nr. 2016-0000236680, tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2017, Stcrt. 2016, 60172, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-21). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2017 (BWBR0002638, geldend t/m 30-06-2017) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2017: € 1.551,60'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2016, 60172 als ontstaansbron van die versie (naast Stb. 2016, 471 en Stb. 2015, 233, die het bedrag niet raken) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.551,60.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim; gelijk in de versie van 01-07-2017) · tekst
108% × 12 × € 1.551,60 = € 20.108,736. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2017 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2017 niet gevonden). De inkomensgrenzen uit de tekst staan in de cases zt-2017-syn-024..027 (laatste euro met recht, Awir art. 14 lid 4-5); of een afgerond drempelinkomen (€ 20.108 of € 20.109, DISCREPANCIES.md #1) ze verschuift staat daar.

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2017: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,305% van het drempelinkomen'): 2,305%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2017: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,305% van het drempelinkomen') · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim; gelijk in de versie van 01-07-2017). Vastgesteld bij Stb. 2016, 469 (besluit van 26 november 2016 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2017; nota van toelichting tabel 1: 2016 2,380%, 2017 op het pad van de eerdere besluiten 2,655%, maatregel −0,35 procentpunt (structureel; 'structurele verlenging van de tijdelijke verhoging van de zorgtoeslag', koopkrachtpakket 2017), 'na huidige maatregel' 2,305%; primaire tekst gelezen 2026-10-21. De tekst van 01-01-2016 (gelezen): 2,380% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2017: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,055% van het drempelinkomen'): 5,055%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2017: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5,055% van het drempelinkomen') · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim; gelijk in de versie van 01-07-2017). Stb. 2016, 469, art. I, rij 2017; tabel 1: 2016 5,220%, 2017 op het pad 5,755%, maatregel −0,70 procentpunt (structureel), 'na huidige maatregel' 5,055% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2017: 'vermeerderd met 13,460% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,460%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2017: 'vermeerderd met 13,460% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim; gelijk in de versie van 01-07-2017); Stb. 2016, 469, art. I, rij 2017 (tabel 1: 2016 13,43%, 2017 13,46%, het schema van +0,03 procentpunt per jaar sinds de maatregel 2014; maatregel '–'). De tekst van 01-01-2016 (gelezen): 13,430% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim, zelfde tekst als 2018–2026). Gevolgd door lid 5 (oud), zie art2_lid5_oud · tekst

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 25.000.

Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 (tekst 2017); art. 5.2 lid 1 (grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag op de peildatum voor zover boven het heffingvrije vermogen) en lid 2 (partners het gehele jaar: de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover boven het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner) · 2017 · draft
Bron: BWBR0011353, geldend van 01-01-2017 t/m 31-03-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (beide verbatim gelezen 2026-10-21: 'Het heffingvrije vermogen bedraagt € 25.000.'). Nodig omdat Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2017) op de grondslag sparen en beleggen rust; de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen af (éénmaal zonder partner, tweemaal met het hele jaar dezelfde partner). Effectieve grenzen 2017 op de rendementsgrondslag: € 107.752 / € 132.752. 2018: € 30.000 · tekst

Waarde in het dossier: € 25.000.

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82.752, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82.752. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2017) (grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001, in het berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim). Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 november 2016, kenmerk 1033369-157294-WJZ, Stcrt. 2016, 60569, art. I: '€ 82.504' telkens vervangen door '€ 82.752' (tabelcorrectiefactor 0,3%, Wzt art. 2a lid 2, 'een indexatie van € 248'; toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 82.752 hebben geen recht op de zorgtoeslag'; primaire tekst gelezen 2026-10-21). De tekst van 01-01-2016 (gelezen): € 82.504. 2018: € 83.415 (Stcrt. 2017, 65628) · tekst

Waarde in het dossier: € 82.752.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2017) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 82.752

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2017) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag) · 2017 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 (verbatim); Stcrt. 2016, 60569, art. I ('telkens') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2017) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2017)

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2017) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2017) · 2017 · draft
Bron: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 november 2016, kenmerk 1040302-157680-Z, Stcrt. 2016, 61016, art. I (primaire tekst gelezen 2026-10-21; in werking 01-01-2017; toelichting: berekend door het Zorginstituut Nederland, advies van 18 oktober 2016); gelijk aan de geconsolideerde bijlage 4 van BWBR0018715, geldend van 01-01-2017 t/m 20-01-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21, 39 landen, elk met berekeningsjaar, gemiddelde zorgkosten woonland en Nederland). Zweden: Stcrt. 2017, 66088 art. II stelt 'het in artikel 6.3.1, eerste lid, van de Regeling zorgverzekering bedoelde verhoudingsgetal' voor Zweden voor 2017 op 0,8263 (terugwerkend tot 01-01-2017, art. III lid 2); de toelichting: de berekening voor Zweden 'is onjuist geweest', het CAK restitueert te veel geheven verdragsbijdrage, en 'Deze wijziging heeft geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. Deze wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden gecorrigeerd.' — de encoding houdt daarom voor de zorgtoeslag de gepubliceerde 1,0948. Duitsland: 0,8372 gepubliceerd; voor de verdragsbijdrage met terugwerkende kracht 0,7532 (Stcrt. 2019, 58198 art. II, 'zonder effect op de zorgtoeslag') · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de regeling noemt alleen de landnaam (Macedonië). Oude methode (verhouding van gemiddelde zorgkosten in één berekeningsjaar per land): twee factoren boven 1 (Noorwegen 1,5288, Zweden 1,0948). De kolommen berekeningsjaar en zorgkosten uit de bijlage staan per land in het commentaar.
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.7029
Bosnië-HerzegovinaBA0.0645
BulgarijeBG0.0743
CyprusCY0.1384
DenemarkenDK0.9715
DuitslandDE0.8372
EstlandEE0.2109
FinlandFI0.6463
FrankrijkFR0.8245
GriekenlandGR0.3590
HongarijeHU0.1310
IerlandIE0.8226
IJslandIS0.8594
ItaliëIT0.5569
KaapverdiëCV0.0175
KroatiëHR0.1674
LetlandLV0.0915
LiechtensteinLI0.9473
LitouwenLT0.2235
LuxemburgLU0.7497
Noord-MacedoniëMK0.0529
MaltaMT0.3269
MarokkoMA0.0125
MontenegroME0.0763
NoorwegenNO1.5288
OostenrijkAT0.6476
PolenPL0.1606
PortugalPT0.2510
RoemeniëRO0.0630
ServiëRS0.0750
SloveniëSI0.3243
SlowakijeSK0.2352
SpanjeES0.3767
TsjechiëCZ0.2386
TunesiëTN0.0216
TurkijeTR0.0913
Verenigd KoninkrijkGB0.6269
ZwedenSE1.0948
ZwitserlandCH0.6824

Awir

Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

Awir art. 7 lid 3 (tekst 2017): geen bedrag; de toets is of over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen (grondslag sparen en beleggen > 0, dus rendementsgrondslag boven het heffingvrije vermogen), de vrijstelling van art. 5.13 Wet IB 2001 weggedacht · 2017 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2017 t/m 30-09-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21; dezelfde tekst als 2018 t/m 2020 en in de versie van 01-10-2017); lid 5 (tekst 2017): niet in Nederland belastbaar voordeel uit sparen en beleggen telt mee. Vervangen per 01-01-2021 door de rendementsgrondslag-toets met bedragen (Stb. 2020, 546, art. III) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag (Wzt art. 2a). Geen waarde: de encoding gebruikt dit niet.

Waarde in het dossier: .

Awir art. 7 lid 6: € 4.788

Awir art. 7 lid 6 · 2017 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2017 t/m 30-09-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21: '€ 4788'); Bijstellingsregeling directe belastingen 2017, Stcrt. 2016, 70381 (regeling van 29 december 2016, nr. 2016-0000223819), art. VII: 'In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in artikel 7, zesde lid, € 4773 vervangen door: € 4788' (primaire tekst gelezen 2026-10-21); vervangen per 01-01-2018 door € 4.827 (Stcrt. 2017, 70975 art. VI) · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.

Awir art. 14 lid 4 · 2017 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2017 t/m 30-09-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21); dezelfde tekst in de versie van 01-10-2017 en in 2018 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2017 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2017 t/m 30-09-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2017 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2017-11-21 (retroactive to 2017-01-01)Regeling zorgverzekering bijlage 4 — the woonlandfactor for Zweden for 2017, set anew by derogation from the bijlage2017 as published: 1,0948 (Stcrt. 2016, 61016)2017: 0,8263, for the verdragsbijdrage (Rzv art. 6.3.1) onlyStcrt. 2017, 66088, art. II and art. III lid 2 (in force the day after publication, terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2017)zorgtoeslag/parameters/2017.yaml keeps 1,09482026-10-19. The second retroactive correction of a single country's factor found (the first: Duitsland 2017–2019, Stcrt. 2019, 58198). Read 2026-10-21: art. II names only 'het in artikel 6.3.1, eerste lid, van de Regeling zorgverzekering bedoelde verhoudingsgetal' and the toelichting says 'Deze wijziging heeft geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. Deze wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden gecorrigeerd.' — so the 2017 zorgtoeslag keeps the published 1,0948, as 2018 keeps Duitsland's published 0,9559.
2017-07-01Wzt art. 1 lid 1 onder e (zorgtoeslag) and art. 4 (termijn standaardpremie)onder e: 'een tegemoetkoming in een premie dan wel in een bestuursrechtelijke premie'; art. 4: 'uiterlijk 15 dagen voorafgaande aan het berekeningsjaar'onder e adds 'en in het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 19 van de Zorgverzekeringswet'; art. 4: 'uiterlijk 22 dagen'Stb. 2017, 146 (wet van 22 maart 2017, kamerstuk 34575); inwerkingtreding Stb. 2017, 244n/a — no computation rule2026-10-21. Identified by a diff of the Wzt versions 01-01-2017 and 01-07-2017: nothing else changed. The standaardpremie already included the eigen risico (art. 4, second half); the definition caught up.
2017-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 20172,380% / 5,220% / 13,430% (2016, read in the consolidated text of 01-01-2016, 2026-10-21)2,305% / 5,055% / 13,460%Stb. 2016, 469 (besluit van 26 november 2016 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2017; schema 2017–2040zorgtoeslag/parameters/2017.yaml2026-10-21. Primary text read. Nota van toelichting tabel 1: the normpercentages lowered structurally by 0,35 (eenpersoons) and 0,70 (meerpersoons) procentpunt from the path of the earlier besluiten (2,655% / 5,755%), 'de structurele verlenging van de tijdelijke verhoging van de zorgtoeslag' of 2015–2016, koopkrachtpakket 2017, € 352 miljoen per year; the afbouw on its +0,03 schema. Its 2018 row (2,320% / 5,070% / 13,490%) was replaced before taking effect by Stb. 2017, 436 — the seventh pre-effect revision found.
2017-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both)€ 82.504 (read in the 2016 text, printed '€ 82 504')€ 82.752Regeling van de Minister van VWS van 7 november 2016, kenmerk 1033369-157294-WJZ, Stcrt. 2016, 60569, art. I ('telkens'; tabelcorrectiefactor 0,3%, 'een indexatie van € 248'; Wzt art. 2a lid 2)idem2026-10-21. Primary text read. Its toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 82.752 hebben geen recht op de zorgtoeslag.'
2017-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.468 (Stcrt. 2015, 43794, read in primary 2026-10-22)€ 1.530Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2017, Stcrt. 2016, 64077 (regeling van 22 november 2016, kenmerk 1046186-158039-Z), art. 1; consolidated BWBR0038756idem2026-10-21. Primary text read. Toelichting: € 1.290 gemiddelde nominale premie 2017 plus € 240 gemiddeld verplicht eigen risico.
2017-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)€ 1.537,20 (per 1 juli 2016, Stcrt. 2016, 24815 per the wetstechnische informatie; read as the editorial note of the consolidated WML of 01-07-2016, 2026-10-22)€ 1.551,60Regeling van de Minister van SZW van 4 november 2016, nr. 2016-0000236680, Stcrt. 2016, 60172, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-21); the consolidated WML of 01-01-2017 carries it as an editorial noteidemDrempelinkomen 2017: 108% × 12 × € 1.551,60 = € 20.108,736 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). As in 2018, the income ceilings from the text (€ 27.857 / € 35.116) move one euro down with a drempelinkomen rounded down to € 20.108 and not with € 20.109 (DISCREPANCIES.md #1; cases zt-2017-syn-024..027). 2026-10-21
2017-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2017 text)2016 table (Stcrt. 2015, 40860, read 2026-10-22), e.g. België 0,7029 (unchanged), Duitsland 0,7407, Noorwegen 1,5288 (unchanged), Zweden 0,82192017 table, e.g. België 0,7029, Duitsland 0,8372, Noorwegen 1,5288, Zweden 1,0948 (old method: one berekeningsjaar per country, two factors above 1)Regeling van de Minister van VWS van 9 november 2016, kenmerk 1040302-157680-Z, Stcrt. 2016, 61016, art. I (in force 01-01-2017; Zorginstituut advice of 18-10-2016); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2017 on all 39 linesidem2026-10-21. Primary text read. Zweden's 1,0948 was found wrong and set anew at 0,8263 for the verdragsbijdrage only (Stcrt. 2017, 66088 art. II, row above); Duitsland's 0,8372 likewise at 0,7532 for the bijdrage only (Stcrt. 2019, 58198 art. II). The zorgtoeslag keeps the published figures.
2017-01-01Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount€ 4.773€ 4.788Bijstellingsregeling directe belastingen 2017, Stcrt. 2016, 70381 (regeling van 29 december 2016, nr. 2016-0000223819), art. VII (primary text read 2026-10-21); consolidated text of 01-01-2017 readawir/parameters/2017.yamlNot used by zorgtoeslag. The Awir's other instrument of 01-01-2017, Stb. 2016, 545, not read: art. 7 and art. 14 are identical in the versions 01-01-2017, 01-10-2017 and 01-01-2018. 2026-10-21
2017-01-01Wzt art. 5 lid 2 — uitbetaling van de zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie'in opdracht van het Zorginstituut Nederland ... aan dat instituut''in opdracht van het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg ... aan het CAK'Stb. 2016, 173 (wet van 8 april 2016, kamerstuk 34203); inwerkingtreding Stb. 2016, 442n/a — no computation rule2026-10-21. Identified by a diff of the Wzt versions 01-01-2016 and 01-01-2017; the only other differences are the two rows above.
2017-01-01Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2016–2020)€ 24.437 (2016, read 2026-10-22 in the versions 01-01-2016 and 01-07-2016)€ 25.000Not identified (the instrument of 01-01-2017 that set € 25.000 was not read; the Wet IB's informatie page lists several ontstaansbronnen for that date)zorgtoeslag/parameters/2016.yaml and 2017.yaml2026-10-22. Effective Wzt art. 2a thresholds on the rendementsgrondslag: 2016 € 106.941 / € 131.378, 2017 € 107.752 / € 132.752.