toeslagrecht

De wet in 2018

BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19)

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

versie_opmerking
Eén versie in 2018. Ontstaansbronnen per 01-01-2018 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2017, 65628 (art. 2a lid 1: € 83.415); Stb. 2017, 436 (art. 2 lid 3: de percentages 2018, 'samen met' Stb. 2016, 469; Stb. 2015, 472; Stb. 2014, 488; Stb. 2012, 627; Stb. 2011, 620 — de keten van percentagebesluiten). Geen rekenregel veranderde in de loop van 2018.
artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2018)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2018)
artikel_maandbepaling
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2018; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2018 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig
True
vermogenstoets_basis
grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2018 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2018 is op 2026-10-19 een 404 onder tg0821z80fd t/m z83fd; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2018 is onbekend. Uit de rechtspraak is voor 2018 één voorschot van de Dienst bekend (ECLI:NL:RVS:2019:1346, woonlandfactor België), zonder het inkomen waarop het rustte; geen case (SOURCES.md 4).

Wet op de zorgtoeslag

In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 (tekst 2018; vervallen per 01-01-2021) · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19; dezelfde tekst als 2019 en 2020). Vervallen bij Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, Stb. 2020, 543, art. III onder 2 (lid 6–8 vernummerd tot 5–7, onder 3) · tekst
Invoer: partner_verzekeringsplicht_niet_nagekomen (ja/nee/onbekend). Of de partner verzekeringsplichtig was en die plicht niet nakwam (Zvw art. 2) codeert de encoding niet; het is invoer. Niet opgegeven: gerekend alsof nagekomen, met een noot.

Waarde in het dossier: .

De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, wordt voor het berekeningsjaar 2018 vastgesteld op € 1.546.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2018, art. 1 · 2018 · draft
Bron: Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 21 november 2017, kenmerk 1258503-170318-Z, Stcrt. 2017, 68107 (primaire tekst gelezen 2026-10-19); geconsolideerd BWBR0040244 (geldend van 01-01-2018). Toelichting: geraamde gemiddelde nominale premie € 1.312 (berekend door de NZa op basis van de werkelijke premies 2018 inclusief collectieve contracten) plus geraamd gemiddeld verplicht eigen risico € 234. 2019: € 1.609 (Stcrt. 2018, 66728) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.546.

a. € 1.578,00;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2018 (in 2018 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2018 · draft
Bron: Regeling van de Minister van SZW van 9 oktober 2017, nr. 2017-0000159683, tot aanpassing wettelijk minimumloon per 1 januari 2018, Stcrt. 2017, 58642, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-19). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2018 (BWBR0002638) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2018: € 1.578,00'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2017, 58642 als ontstaansbron van die versie (naast Stb. 2017, 484/485, 290 en 24, die het bedrag niet raken) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.578,00.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim) · tekst
108% × 12 × € 1.578,00 = € 20.450,88. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2018 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2018 niet gevonden). De inkomensgrenzen uit de tekst: € 28.720 zonder en € 35.996 met toeslagpartner (laatste euro met recht, Awir art. 14 lid 4-5). Anders dan in 2019 en 2020 beslist een afgerond drempelinkomen hier wél: met € 20.450 (naar beneden) worden de grenzen € 28.719 / € 35.995, met € 20.451 (naar boven) blijven zij € 28.720 / € 35.996 — als ooit een publicatie van de Dienst voor 2018 een grens noemt, beslist die DISCREPANCIES.md #1 voor 2018 (cases zt-2018-syn-020..023).

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2018: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,990% van het drempelinkomen'): 1,990%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2018: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,990% van het drempelinkomen') · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim). Vastgesteld bij Stb. 2017, 436 (besluit van 10 november 2017 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2018; nota van toelichting tabel 1: 2017 2,305%, 2018 'na maatregel 2016' 2,32%, maatregel −0,33 procentpunt (structureel, koopkrachtbesluitvorming 2018), 'na huidige maatregel' 1,990%; primaire tekst gelezen 2026-10-19 · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2018: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,750% van het drempelinkomen'): 4,750%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2018: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,750% van het drempelinkomen') · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim). Stb. 2017, 436, art. I, rij 2018; tabel 1: 2017 5,055%, 2018 'na maatregel 2016' 5,07%, maatregel −0,32 procentpunt (structureel), 'na huidige maatregel' 4,75% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2018: 'vermeerderd met 13,490% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,490%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2018: 'vermeerderd met 13,490% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim); Stb. 2017, 436, art. I, rij 2018 (tabel 1: 2017 13,46%, 2018 13,49%, het schema van +0,03 procentpunt per jaar sinds de maatregel 2014; maatregel '–': 'De afbouwpercentages ... veranderen niet') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim, zelfde tekst als 2019–2026). Gevolgd door lid 5 (oud), zie art2_lid5_oud · tekst

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.000.

Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 (tekst 2018); art. 5.2 lid 1 (grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag op de peildatum voor zover boven het heffingvrije vermogen) en lid 2 (partners het gehele jaar: de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover boven het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner) · 2018 · draft
Bron: BWBR0011353, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19: 'Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.000.'). Nodig omdat Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2018) op de grondslag sparen en beleggen rust; de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen af (éénmaal zonder partner, tweemaal met het hele jaar dezelfde partner). Effectieve grenzen 2018 op de rendementsgrondslag: € 113.415 / € 143.415. 2019: € 30.360 · tekst

Waarde in het dossier: € 30.000.

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 83.415, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 83.415. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2018) (grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001, in het berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim). Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 9 november 2017, kenmerk 1251672-169822, Stcrt. 2017, 65628, art. I: '€ 82.752' telkens vervangen door '€ 83.415' (tabelcorrectiefactor 0,8%, Wzt art. 2a lid 2; toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 83.415 hebben geen recht op zorgtoeslag'; primaire tekst gelezen 2026-10-19). 2019: € 84.416 (Stcrt. 2018, 61205) · tekst

Waarde in het dossier: € 83.415.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2018) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 83.415

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2018) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag) · 2018 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim); Stcrt. 2017, 65628, art. I ('telkens') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2018) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2018) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 · 2018 · draft
Bron: Regeling van de Minister van VWS van 10 november 2017, kenmerk 1241265-168333-Z, Stcrt. 2017, 66088, art. I onder B (bijlage 4 Rzv voor 2018; in werking 01-01-2018; primaire tekst gelezen 2026-10-19); gecontroleerd tegen de geconsolideerde bijlage 4 (BWBR0018715, geldend van 01-01-2018 t/m 15-01-2018): alle 39 getallen gelijk. Toelichting: gebaseerd op de gemiddelde zorgkosten van 2015 (per land de bron genoemd); onder A werd art. 6.3.1 lid 1 herschreven ('uit hoofde van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg') en lid 9 verwijst sindsdien naar bijlage 4. Art. II van dezelfde regeling stelde het verhoudingsgetal voor Zweden voor 2017 met terugwerkende kracht op 0,8263 (CHANGES.md). Dit is de laatste tabel naar de oude methode, met vier factoren boven 1 (Denemarken 1,0830, IJsland 1,0826, Liechtenstein 1,1866, Noorwegen 1,4015); in 2019 werd de tabel herijkt op basisjaar 2015 (Stcrt. 2018, 60576). LET OP: het getal voor Duitsland (0,9559) is op 26-10-2019 met terugwerkende kracht tot 01-01-2018 opnieuw vastgesteld op 0,8595 (Stcrt. 2019, 58198, art. II: te hoog vastgesteld; het CAK restitueert te veel geheven verdragsbijdrage; 'geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag'). Dit bestand draagt daarom het voor de zorgtoeslag gehanteerde, oorspronkelijk gepubliceerde getal 0,9559; zie CHANGES.md 2019-10-26. Niet vergeleken met de leaflet 2018 van de Dienst (niet gevonden). Bevestigd door de rechtspraak voor België: ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1346 ('Deze woonlandfactor bedraagt in 2018 0,7193'), waar de Dienst en de rechtbank de factor op een voorschot 2018 toepasten · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de regeling noemt alleen de landnaam (Macedonië). Oude methode: vier factoren boven 1 (Denemarken 1,0830, IJsland 1,0826, Liechtenstein 1,1866, Noorwegen 1,4015). Duitsland: 0,9559 gepubliceerd en voor de zorgtoeslag gehanteerd; 0,8595 voor de verdragsbijdrage met terugwerkende kracht (Stcrt. 2019, 58198 art. II).
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.7193
Bosnië-HerzegovinaBA0.1006
BulgarijeBG0.0909
CyprusCY0.1384
DenemarkenDK1.0830
DuitslandDE0.9559
EstlandEE0.2491
FinlandFI0.7120
FrankrijkFR0.9262
GriekenlandGR0.1573
HongarijeHU0.1501
IerlandIE0.8326
IJslandIS1.0826
ItaliëIT0.5569
KaapverdiëCV0.0175
KroatiëHR0.1834
LetlandLV0.1096
LiechtensteinLI1.1866
LitouwenLT0.2650
LuxemburgLU0.7497
Noord-MacedoniëMK0.0595
MaltaMT0.3269
MarokkoMA0.0125
MontenegroME0.0829
NoorwegenNO1.4015
OostenrijkAT0.7330
PolenPL0.1606
PortugalPT0.2521
RoemeniëRO0.0903
ServiëRS0.0734
SloveniëSI0.3696
SlowakijeSK0.2587
SpanjeES0.4365
TsjechiëCZ0.2806
TunesiëTN0.0216
TurkijeTR0.0894
Verenigd KoninkrijkGB0.6789
ZwedenSE0.8104
ZwitserlandCH0.8948

Awir

Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

Awir art. 7 lid 3 (tekst 2018): geen bedrag; de toets is of over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen (grondslag sparen en beleggen > 0, dus rendementsgrondslag boven het heffingvrije vermogen), de vrijstelling van art. 5.13 Wet IB 2001 weggedacht · 2018 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19; dezelfde tekst als 2019 en 2020); lid 5 (tekst 2018): niet in Nederland belastbaar voordeel uit sparen en beleggen telt mee. Vervangen per 01-01-2021 door de rendementsgrondslag-toets met bedragen (Stb. 2020, 546, art. III) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag (Wzt art. 2a). Geen waarde: de encoding gebruikt dit niet.

Waarde in het dossier: .

Awir art. 7 lid 6: € 4.827

Awir art. 7 lid 6 · 2018 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19); Bijstellingsregeling directe belastingen 2018, Stcrt. 2017, 70975, art. VI: 'In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in artikel 7, zesde lid, € 4.788 vervangen door: € 4.827' (primaire tekst gelezen 2026-10-19); vervangen per 01-01-2019 door € 4.885 (Stcrt. 2018, 69665) · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.

Awir art. 14 lid 4 · 2018 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19); dezelfde tekst in 2019 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2018 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2018 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2018-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 20182,305% / 5,055% / 13,460% (2017; the Wzt text of 01-01-2017 read 2026-10-21)1,990% / 4,750% / 13,490%Stb. 2017, 436 (besluit van 10 november 2017 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2018; in force 01-01-2018. Nota van toelichting: koopkrachtbesluitvorming 2018, a structural lowering of the normpercentages by 0,33 procentpunt (eenpersoons, 2,32% per the earlier schema → 1,990%) and 0,32 procentpunt (meerpersoons, 5,07% → 4,75%); 'De afbouwpercentages … veranderen niet' (13,49% stays on the +0,03 schema set in 2014). Budgettair € 310 mln structureel; circa 70.000 more householdszorgtoeslag/parameters/2018.yaml2026-10-19. Primary text read. The besluit's schema runs 2018–2040; its 2019 row (2,005% / 4,765% / 13,520%) is the 'na vorige maatregel' column of Stb. 2018, 431, which replaced the partner percentage (4,765% → 4,315%) before it took effect — the sixth pre-effect revision found. Verified in the Wzt text of 01-01-2018 (verbatim).
2018-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both)€ 82.752€ 83.415Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 9 november 2017, kenmerk 1251672-169822, Stcrt. 2017, 65628, art. I ('telkens'; tabelcorrectiefactor 0,8%; Wzt art. 2a lid 2)idem2026-10-19. Primary text read. Its toelichting states the rule in the Dienst's terms: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen plus € 83.415 hebben geen recht op zorgtoeslag' — the derivation the encoding uses for 2018–2020.
2018-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.530 (Stcrt. 2016, 64077, read in primary 2026-10-21)€ 1.546Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2018, Stcrt. 2017, 68107 (regeling van 21 november 2017, kenmerk 1258503-170318-Z), art. 1; consolidated BWBR0040244idem2026-10-19. Primary text read. Toelichting: € 1.312 geraamde gemiddelde nominale premie (NZa, on the actual 2018 premies incl. collectieve contracten) + € 234 gemiddeld verplicht eigen risico.
2018-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)(the amount per 1 juli 2017 not yet read; per 1 januari 2017: € 1.551,60, Stcrt. 2016, 60172)€ 1.578,00Regeling van de Minister van SZW van 9 oktober 2017, nr. 2017-0000159683, Stcrt. 2017, 58642, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-19); the consolidated WML of 01-01-2018 carries it as an editorial note (its other instruments of that date, Stb. 2017, 484/485, 290 and 24, do not set the amount)idemDrempelinkomen 2018 € 20.450,88 → 2019 € 20.940,768 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). 2026-10-19
2018-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2018 text); art. 6.3.1 lid 1 and 9 reworded2017 table (Stcrt. 2016, 61016, read 2026-10-21), e.g. België 0,7029, Duitsland 0,8372, Noorwegen 1,5288, Zweden 1,0948 — two factors above 1; Zweden 2017 set anew at 0,8263 for the bijdrage by the same regeling, art. II, retroactive to 01-01-2017, 'geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag'2018 table, e.g. België 0,7193, Duitsland 0,9559, Noorwegen 1,4015, Denemarken 1,0830, IJsland 1,0826, Liechtenstein 1,1866 (the last table of the old method, four factors above 1)Regeling van de Minister van VWS van 10 november 2017, kenmerk 1241265-168333-Z, Stcrt. 2017, 66088, art. I (in force 01-01-2018; zorgkosten 2015 per land, sources named in the toelichting); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2018 on all 39 linesidem2026-10-19. Primary text read. The 2019 regeling (Stcrt. 2018, 60576) re-based every country to base year 2015 and indexed with WHO data; Stcrt. 2019, 58198 art. II later set Duitsland 2018 anew at 0,8595 (bijdrage only). The 2018 factor for België is confirmed as applied by the Dienst and the rechtbank in ABRvS 24-04-2019, ECLI:NL:RVS:2019:1346.
2018-01-01Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount€ 4.788€ 4.827Bijstellingsregeling directe belastingen 2018, Stcrt. 2017, 70975, art. VI (primary text read 2026-10-19); consolidated text of 01-01-2018 readawir/parameters/2018.yamlNot used by zorgtoeslag. 2026-10-19
2018-01-01Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (read by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2017–2020)€ 25.000 (2017, read 2026-10-21 in the versions 01-01-2017 and 01-07-2017)€ 30.000 (2018, read 2026-10-19)instrument not identified (the amounts are read in the consolidated texts of 01-01-2017 and 01-01-2018; the Wet IB 2001 informatie page not consulted)zorgtoeslag/parameters/2017.yaml, 2018.yamlEffective vermogensgrens on the rendementsgrondslag: 2017 € 107.752 / € 132.752 → 2018 € 113.415 / € 143.415. 2026-10-21