toeslagrecht

De wet in 2019

BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

versie_opmerking
Eén versie in 2019. Ontstaansbronnen per 01-01-2019 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2018, 61205 (art. 2a lid 1: € 84.416); Stb. 2018, 431 (art. 2 lid 3: de percentages 2019); Stb. 2018, 356 (Verzamelwet VWS 2018, art. XVI; per Stb. 2018, 454 trad op 01-01-2019 alleen onderdeel A sub 2 in werking: art. 1 lid 1 onder c, 'artikel 24, eerste of tweede lid' van de Zvw; onderdeel A sub 1 (art. 68 Zvw) en B (art. 5 lid 3–4) niet — de tekst van 01-01-2019 noemt art. 68 Zvw dan ook niet). Geen rekenregel veranderde in de loop van 2019.
artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2019)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2019)
artikel_maandbepaling
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2019; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2019 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig
True
vermogenstoets_basis
grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2019 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2019 is op 2026-10-18 een 404 onder tg0821z90fd t/m z94fd; een zoekopdracht vond geen kopie; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2019 is onbekend. De jaarbedragen van twee beschikkingen 2019 zijn wel bekend uit ECLI:NL:RVS:2023:1809 (cases zt-2019-rul-001/-002); een maandbedrag noemt de uitspraak niet.

Wet op de zorgtoeslag

In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 (tekst 2019; vervallen per 01-01-2021) · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18; dezelfde tekst als 2020). Vervallen bij Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, Stb. 2020, 543, art. III onder 2 (lid 6–8 vernummerd tot 5–7, onder 3) · tekst
Invoer: partner_verzekeringsplicht_niet_nagekomen (ja/nee/onbekend). Of de partner verzekeringsplichtig was en die plicht niet nakwam (Zvw art. 2) codeert de encoding niet; het is invoer. Niet opgegeven: gerekend alsof nagekomen, met een noot.

Waarde in het dossier: .

De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, wordt voor het berekeningsjaar 2019 vastgesteld op € 1.609.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2019, art. 1 · 2019 · draft
Bron: Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 20 november 2018, kenmerk 1445257-183953-Z, Stcrt. 2018, 66728 (primaire tekst gelezen 2026-10-18); geconsolideerd BWBR0041579 (geldend van 01-01-2019; materieel uitgewerkt per 01-01-2021). Toelichting: geraamde gemiddelde nominale premie € 1.385 (berekend door de NZa) plus geraamd gemiddeld verplicht eigen risico € 224. 2020: € 1.642 (Stcrt. 2019, 64399) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.609.

a. € 1.615,80;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2019 (in 2019 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2019 · draft
Bron: Regeling van de Minister van SZW van 15 oktober 2018, nr. 2018-0000161951, tot aanpassing wettelijk minimumloon per 1 januari 2019, Stcrt. 2018, 59237, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-18). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2019 (BWBR0002638) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2019: € 1.615,80'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2018, 59237 als ontstaansbron van die versie · tekst

Waarde in het dossier: € 1.615,80.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim) · tekst
108% × 12 × € 1.615,80 = € 20.940,768. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2019 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2019 niet gevonden). De inkomensgrenzen uit de tekst: € 29.562 zonder en € 37.885 met toeslagpartner (laatste euro met recht, Awir art. 14 lid 4-5). De twee beschikkingen in ECLI:NL:RVS:2023:1809 (€ 1.367 bij € 27.946; € 2.314 bij € 13.314, met partner) komen met € 20.940,768, € 20.940 en € 20.941 op hetzelfde hele bedrag uit en beslissen DISCREPANCIES.md #1 voor 2019 dus niet.

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,005% van het drempelinkomen'): 2,005%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,005% van het drempelinkomen') · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim). Vastgesteld bij Stb. 2018, 431 (besluit van 5 november 2018 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2019; nota van toelichting tabel 1: 2018 1,990%, 2019 'na vorige maatregel' 2,005%, maatregel '–', 'na huidige maatregel' 2,005% (het schema van +0,015 procentpunt per jaar, ongewijzigd); primaire tekst gelezen 2026-10-18 · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,315% van het drempelinkomen'): 4,315%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,315% van het drempelinkomen') · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim). Stb. 2018, 431, art. I, rij 2019; tabel 1: 2018 4,75%, 2019 'na vorige maatregel' 4,765%, maatregel −0,45 procentpunt (structureel, 'verlaging van de normpercentages voor meerpersoonshuishoudens met 0,45 procentpunt'), 'na huidige maatregel' 4,315% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'vermeerderd met 13,520% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,520%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'vermeerderd met 13,520% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim); Stb. 2018, 431, art. I, rij 2019 (tabel 1: 2018 13,49%, 2019 13,52%, het schema van +0,03 procentpunt per jaar; maatregel '–') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim, zelfde tekst als 2020–2026). Gevolgd door lid 5 (oud), zie art2_lid5_oud · tekst

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.360.

Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 (tekst 2019); art. 5.2 lid 1 (grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag op de peildatum voor zover boven het heffingvrije vermogen) en lid 2 (partners het gehele jaar: de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover boven het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner) · 2019 · draft
Bron: BWBR0011353, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18: 'Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.360.'). Nodig omdat Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2019) op de grondslag sparen en beleggen rust; de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen af (éénmaal zonder partner, tweemaal met het hele jaar dezelfde partner). Effectieve grenzen 2019 op de rendementsgrondslag: € 114.776 / € 145.136. 2020: € 30.846 · tekst

Waarde in het dossier: € 30.360.

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 84.416, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 84.416. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2019) (grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001, in het berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim). Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 24 oktober 2018, kenmerk 1436592-183110-WJZ, Stcrt. 2018, 61205, art. I: '€ 83.415' telkens vervangen door '€ 84.416' (tabelcorrectiefactor 1,2%, Wzt art. 2a lid 2; primaire tekst gelezen 2026-10-18). 2020: € 85.767 (Stcrt. 2019, 61842) · tekst

Waarde in het dossier: € 84.416.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2019) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 84.416

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2019) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag) · 2019 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim); Stcrt. 2018, 61205, art. I ('telkens') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2019) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2019) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 · 2019 · draft
Bron: Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 22 oktober 2018, kenmerk 1432459-182639, Stcrt. 2018, 60576, art. I (bijlage 4 Rzv voor 2019; in werking 01-01-2019; primaire tekst gelezen 2026-10-18); gecontroleerd tegen de geconsolideerde bijlage 4 (BWBR0018715, geldend van 01-01-2019 t/m 15-01-2019): alle 39 getallen gelijk. Toelichting: berekend door het CAK (advies 18 oktober 2018): de factoren van 2018 (basisjaar voor alle landen gelijkgetrokken naar 2015) geïndexeerd met de WHO-gegevens over de zorgkosten tot en met 2015; de toelichting drukt per land het basisjaar, de factor van het basisjaar en de indexfactor (Duitsland: 2014, 0,8372 × 1,04 = 0,8701). LET OP: het getal voor Duitsland (0,8701) is op 26-10-2019 met terugwerkende kracht tot 01-01-2019 opnieuw vastgesteld op 0,7827 (Stcrt. 2019, 58198, art. II: te hoog vastgesteld; het CAK restitueert te veel geheven verdragsbijdrage; 'geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag', die niet ten nadele wordt herzien). Dit bestand draagt daarom het voor de zorgtoeslag gehanteerde, oorspronkelijk gepubliceerde getal 0,8701; zie CHANGES.md 2019-10-26. Niet vergeleken met de leaflet 2019 van de Dienst (niet gevonden) · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de regeling noemt alleen de landnaam (Macedonië). Oude indexeringsmethode: alleen Noorwegen 1,3729 boven 1 (Denemarken 0,9951, IJsland 0,9802, Liechtenstein 0,9720 eronder). Duitsland: 0,8701 gepubliceerd en voor de zorgtoeslag gehanteerd; 0,7827 voor de verdragsbijdrage met terugwerkende kracht (Stcrt. 2019, 58198 art. II).
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.7392
Bosnië-HerzegovinaBA0.0672
BulgarijeBG0.0735
CyprusCY0.1363
DenemarkenDK0.9951
DuitslandDE0.8701
EstlandEE0.2262
FinlandFI0.7161
FrankrijkFR0.8316
GriekenlandGR0.2490
HongarijeHU0.1381
IerlandIE0.8667
IJslandIS0.9802
ItaliëIT0.5470
KaapverdiëCV0.0177
KroatiëHR0.1674
LetlandLV0.0672
LiechtensteinLI0.9720
LitouwenLT0.2399
LuxemburgLU0.7358
Noord-MacedoniëMK0.0565
MaltaMT0.3574
MarokkoMA0.0193
MontenegroME0.0821
NoorwegenNO1.3729
OostenrijkAT0.6632
PolenPL0.1691
PortugalPT0.2616
RoemeniëRO0.0814
ServiëRS0.0714
SloveniëSI0.3377
SlowakijeSK0.2405
SpanjeES0.4001
TsjechiëCZ0.2412
TunesiëTN0.0292
TurkijeTR0.0874
Verenigd KoninkrijkGB0.7741
ZwedenSE0.8213
ZwitserlandCH0.8000

Awir

Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

Awir art. 7 lid 3 (tekst 2019): geen bedrag; de toets is of over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen (grondslag sparen en beleggen > 0, dus rendementsgrondslag boven het heffingvrije vermogen), de vrijstelling van art. 5.13 Wet IB 2001 weggedacht · 2019 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18; dezelfde tekst als 2020); lid 5 (tekst 2019): niet in Nederland belastbaar voordeel uit sparen en beleggen telt mee. Vervangen per 01-01-2021 door de rendementsgrondslag-toets met bedragen (Stb. 2020, 546, art. III) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag (Wzt art. 2a). Geen waarde: de encoding gebruikt dit niet.

Waarde in het dossier: .

Awir art. 7 lid 6: € 4.885

Awir art. 7 lid 6 · 2019 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18); de wetstechnische informatie van de Awir noemt Stcrt. 2018, 69665 (Bijstellingsregeling directe belastingen 2019) als ontstaansbron van de versie 01-01-2019 (de regeling zelf niet gelezen); vervangen per 01-01-2020 door € 4.964 (Stcrt. 2019, 66707) · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.

Awir art. 14 lid 4 · 2019 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18); dezelfde tekst in 2020 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2019 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2019 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2019-10-26 (retroactive to 2017-01-01, 2018-01-01, 2019-01-01)Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 1 jo. bijlage 4 — the woonlandfactor for Duitsland for 2017, 2018 and 2019, set anew by derogation from the bijlage2019: 0,8701 as published (Stcrt. 2018, 60576, read 2026-10-18; derived there as the 2014 base-year factor 0,8372 × 1,04); 2018: 0,9559 as published (Stcrt. 2017, 66088, read 2026-10-19); 2017 as published: not yet read2017: 0,7532; 2018: 0,8595; 2019: 0,7827Stcrt. 2019, 58198, art. II and art. III lid 2 (in force the day after publication, with terugwerkende kracht). Toelichting: the German factor had been set too high; the CAK refunds the verdragsbijdrage overpaid by verdragsgerechtigden living in Germany; "Deze correctie heeft alleen betrekking op de toepassing van de Rzv en geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. De zorgtoeslag wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden herzien."not encoded (2017–2019 not yet encoded; when they are, the zorgtoeslag keeps the originally published factor per this toelichting, and the parameter file must carry both)2026-10-14. The first retroactive correction of a woonlandfactor found, and the first instrument found that says explicitly which of its two uses (bijdrage, zorgtoeslag) a correction applies to.
2019-01-01Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (used by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2018 and 2019 texts)€ 30.000€ 30.360Both consolidated texts read (BWBR0011353, 01-01-2018 and 01-01-2019); the indexing instrument (Bijstellingsregeling directe belastingen 2019, Stcrt. 2018, 69665) not readzorgtoeslag/parameters/2018.yaml, 2019.yaml2026-10-19. Effective rendementsgrondslag thresholds of the Wzt test: 2018 € 113.415 / € 143.415; 2019 € 114.776 / € 145.136.
2019-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 20191,990% / 4,750% / 13,490% (2018; read in the Wzt text of 01-01-2018 on 2026-10-19, set by Stb. 2017, 436)2,005% / 4,315% / 13,520%Stb. 2018, 431 (besluit van 5 november 2018 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2019; in force 01-01-2019 (art. II). Nota van toelichting: a structural lowering of the normpercentage for verzekerden met partner by 0,45 procentpunt from 2019 (4,765% per the earlier schema → 4,315%); the single-person normpercentage and the afbouwpercentage follow the earlier schema unchanged (+0,015 and +0,03 per year). Primary text read 2026-10-18zorgtoeslag/parameters/2019.yaml2026-10-18. The same besluit's schema set 2020 at 2,020% / 4,330% / 13,550% and 2021 at 2,035% / 4,345% / 13,580%; both rows were replaced before taking effect (Stb. 2019, 386 for 2020; Stb. 2020, 452 and 543 for 2021) — the fifth pre-effect revision of the percentage schema found, and the first found in the backward direction. The 2020 afbouw of 13,550% did take effect as scheduled.
2019-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both)€ 83.415€ 84.416Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 24 oktober 2018, kenmerk 1436592-183110-WJZ, Stcrt. 2018, 61205, art. I ("telkens"; tabelcorrectiefactor 1,2%; Wzt art. 2a lid 2)idem2026-10-18. Primary text read.
2019-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.546 (Stcrt. 2017, 68107, read 2026-10-19)€ 1.609Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2019, Stcrt. 2018, 66728 (regeling van 20 november 2018, kenmerk 1445257-183953-Z), art. 1; consolidated BWBR0041579idem2026-10-18. Primary text read. Toelichting: € 1.385 geraamde gemiddelde nominale premie (NZa) + € 224 gemiddeld verplicht eigen risico.
2019-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)(the amount per 1 juli 2018 not yet read)€ 1.615,80Regeling van de Minister van SZW van 15 oktober 2018, nr. 2018-0000161951, Stcrt. 2018, 59237, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-18); the consolidated WML of 01-01-2019 carries it as an editorial note (its own instruments of that date: Stb. 2018, 424/425 and Stb. 2017, 24, not read — none sets the amount)idemDrempelinkomen 2019 € 20.940,768 → 2020 € 21.430,656 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). 2026-10-18
2019-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2019 text)2018 table (Stcrt. 2017, 66088, read 2026-10-19; e.g. België 0,7193, Duitsland 0,9559, Noorwegen 1,4015, Denemarken 1,0830, IJsland 1,0826, Liechtenstein 1,1866)2019 table, e.g. België 0,7392, Duitsland 0,8701, Noorwegen 1,3729, IJsland 0,9802Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 22 oktober 2018, kenmerk 1432459-182639, Stcrt. 2018, 60576, art. I (in force 01-01-2019; CAK advice of 18 October 2018; the 2018 factors re-based to a common base year 2015 and indexed with WHO cost data; the toelichting prints per country the base year, the base factor and the index factor); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2019 on all 39 linesidem2026-10-18. Germany's 0,8701 was set anew at 0,7827 with retroactive effect on 26-10-2019 for the verdragsbijdrage only (row above): the parameter file carries 0,8701 for the zorgtoeslag and records the correction.
2019-01-01Wzt art. 1 lid 1 onder c — verzekerde (definition)"... met uitzondering van de verzekerde, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van die wet""... artikel 24, eerste of tweede lid, van die wet"Verzamelwet VWS 2018, Stb. 2018, 356 (wet van 3 oktober 2018), art. XVI onderdeel A sub 2; in force 01-01-2019 by Stb. 2018, 454 (which did not put sub 1 — adding "artikel 68 van de Zorgverzekeringswet" — nor onderdeel B (art. 5 lid 3–4) into force on that date; the 01-01-2019 text accordingly names art. 1 onder f and art. 69 Zvw only)n/a — who is a verzekerde is an input, not encoded2026-10-18. Primary texts of the wet and the inwerkingtredingsbesluit read; the 2018 Wzt text not read, so the "old" column is inferred from the amendment's own wording.
2019-01-01Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount€ 4.827 (Stcrt. 2017, 70975 art. VI, read 2026-10-19)€ 4.885Bijstellingsregeling directe belastingen 2019, Stcrt. 2018, 69665 (per the Awir's informatie page; the regeling not read; the consolidated text of 01-01-2019 read)awir/parameters/2019.yamlNot used by zorgtoeslag. 2026-10-18