De wet in 2019
BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)
Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.
Inhoud
- Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 —
art2_lid5_oud - Wet op de zorgtoeslag art. 4 —
standaardpremie - Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2019 —
wml_maandbedrag_januari - Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f —
drempelinkomen_factor - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_boven_drempel - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 —
aandeel_partner_niet_verzekerd - Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 —
heffingvrij_vermogen - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 —
woonlandfactoren - Awir art. 7 lid 3 —
vermogenstoets_algemeen - Awir art. 7 lid 6 —
medebewoner_vrijstelling_onder_23 - Awir art. 14 lid 4 —
afronding_tegemoetkoming - Awir art. 14 lid 5 —
minimum_tegemoetkoming
Bij dit jaar
versie_opmerking- Eén versie in 2019. Ontstaansbronnen per 01-01-2019 (wetstechnische informatie): Stcrt. 2018, 61205 (art. 2a lid 1: € 84.416); Stb. 2018, 431 (art. 2 lid 3: de percentages 2019); Stb. 2018, 356 (Verzamelwet VWS 2018, art. XVI; per Stb. 2018, 454 trad op 01-01-2019 alleen onderdeel A sub 2 in werking: art. 1 lid 1 onder c, 'artikel 24, eerste of tweede lid' van de Zvw; onderdeel A sub 1 (art. 68 Zvw) en B (art. 5 lid 3–4) niet — de tekst van 01-01-2019 noemt art. 68 Zvw dan ook niet). Geen rekenregel veranderde in de loop van 2019.
artikel_vermogenstoets- Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2019)
artikel_woonlandfactor- Wzt art. 3 (tekst 2019)
artikel_maandbepaling- Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2019; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel- a
art4a_lid3_aanwezig- False
art4a_lid3_opmerking- Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2019 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig- True
vermogenstoets_basis- grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking- Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2019 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2019 is op 2026-10-18 een 404 onder tg0821z90fd t/m z94fd; een zoekopdracht vond geen kopie; SOURCES.md). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2019 is onbekend. De jaarbedragen van twee beschikkingen 2019 zijn wel bekend uit ECLI:NL:RVS:2023:1809 (cases zt-2019-rul-001/-002); een maandbedrag noemt de uitspraak niet.
Wet op de zorgtoeslag
In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.
Waarde in het dossier: .
De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, wordt voor het berekeningsjaar 2019 vastgesteld op € 1.609.
Waarde in het dossier: € 1.609.
a. € 1.615,80;
Waarde in het dossier: € 1.615,80.
drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand
Waarde in het dossier: 108%.
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'voor een verzekerde zonder partner op 2,005% van het drempelinkomen'): 2,005%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,315% van het drempelinkomen'): 4,315%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2019: 'vermeerderd met 13,520% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,520%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%
Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.360.
Waarde in het dossier: € 30.360.
In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 84.416, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 84.416. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Waarde in het dossier: € 84.416.
Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2019) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 84.416
Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2019) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4
| Land | Code | Woonlandfactor |
|---|---|---|
| België | BE | 0.7392 |
| Bosnië-Herzegovina | BA | 0.0672 |
| Bulgarije | BG | 0.0735 |
| Cyprus | CY | 0.1363 |
| Denemarken | DK | 0.9951 |
| Duitsland | DE | 0.8701 |
| Estland | EE | 0.2262 |
| Finland | FI | 0.7161 |
| Frankrijk | FR | 0.8316 |
| Griekenland | GR | 0.2490 |
| Hongarije | HU | 0.1381 |
| Ierland | IE | 0.8667 |
| IJsland | IS | 0.9802 |
| Italië | IT | 0.5470 |
| Kaapverdië | CV | 0.0177 |
| Kroatië | HR | 0.1674 |
| Letland | LV | 0.0672 |
| Liechtenstein | LI | 0.9720 |
| Litouwen | LT | 0.2399 |
| Luxemburg | LU | 0.7358 |
| Noord-Macedonië | MK | 0.0565 |
| Malta | MT | 0.3574 |
| Marokko | MA | 0.0193 |
| Montenegro | ME | 0.0821 |
| Noorwegen | NO | 1.3729 |
| Oostenrijk | AT | 0.6632 |
| Polen | PL | 0.1691 |
| Portugal | PT | 0.2616 |
| Roemenië | RO | 0.0814 |
| Servië | RS | 0.0714 |
| Slovenië | SI | 0.3377 |
| Slowakije | SK | 0.2405 |
| Spanje | ES | 0.4001 |
| Tsjechië | CZ | 0.2412 |
| Tunesië | TN | 0.0292 |
| Turkije | TR | 0.0874 |
| Verenigd Koninkrijk | GB | 0.7741 |
| Zweden | SE | 0.8213 |
| Zwitserland | CH | 0.8000 |
Awir
Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.
Waarde in het dossier: .
Awir art. 7 lid 6: € 4.885
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.
Waarde in het dossier: € 1.
Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.
Waarde in het dossier: € 24.
Wijzigingen die in 2019 ingingen
| Effective | Text / article | Old | New | Instrument | Encoded in | Notes |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019-10-26 (retroactive to 2017-01-01, 2018-01-01, 2019-01-01) | Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 1 jo. bijlage 4 — the woonlandfactor for Duitsland for 2017, 2018 and 2019, set anew by derogation from the bijlage | 2019: 0,8701 as published (Stcrt. 2018, 60576, read 2026-10-18; derived there as the 2014 base-year factor 0,8372 × 1,04); 2018: 0,9559 as published (Stcrt. 2017, 66088, read 2026-10-19); 2017 as published: not yet read | 2017: 0,7532; 2018: 0,8595; 2019: 0,7827 | Stcrt. 2019, 58198, art. II and art. III lid 2 (in force the day after publication, with terugwerkende kracht). Toelichting: the German factor had been set too high; the CAK refunds the verdragsbijdrage overpaid by verdragsgerechtigden living in Germany; "Deze correctie heeft alleen betrekking op de toepassing van de Rzv en geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. De zorgtoeslag wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden herzien." | not encoded (2017–2019 not yet encoded; when they are, the zorgtoeslag keeps the originally published factor per this toelichting, and the parameter file must carry both) | 2026-10-14. The first retroactive correction of a woonlandfactor found, and the first instrument found that says explicitly which of its two uses (bijdrage, zorgtoeslag) a correction applies to. |
| 2019-01-01 | Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (used by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2018 and 2019 texts) | € 30.000 | € 30.360 | Both consolidated texts read (BWBR0011353, 01-01-2018 and 01-01-2019); the indexing instrument (Bijstellingsregeling directe belastingen 2019, Stcrt. 2018, 69665) not read | zorgtoeslag/parameters/2018.yaml, 2019.yaml | 2026-10-19. Effective rendementsgrondslag thresholds of the Wzt test: 2018 € 113.415 / € 143.415; 2019 € 114.776 / € 145.136. |
| 2019-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 2019 | 1,990% / 4,750% / 13,490% (2018; read in the Wzt text of 01-01-2018 on 2026-10-19, set by Stb. 2017, 436) | 2,005% / 4,315% / 13,520% | Stb. 2018, 431 (besluit van 5 november 2018 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2019; in force 01-01-2019 (art. II). Nota van toelichting: a structural lowering of the normpercentage for verzekerden met partner by 0,45 procentpunt from 2019 (4,765% per the earlier schema → 4,315%); the single-person normpercentage and the afbouwpercentage follow the earlier schema unchanged (+0,015 and +0,03 per year). Primary text read 2026-10-18 | zorgtoeslag/parameters/2019.yaml | 2026-10-18. The same besluit's schema set 2020 at 2,020% / 4,330% / 13,550% and 2021 at 2,035% / 4,345% / 13,580%; both rows were replaced before taking effect (Stb. 2019, 386 for 2020; Stb. 2020, 452 and 543 for 2021) — the fifth pre-effect revision of the percentage schema found, and the first found in the backward direction. The 2020 afbouw of 13,550% did take effect as scheduled. |
| 2019-01-01 | Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both) | € 83.415 | € 84.416 | Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 24 oktober 2018, kenmerk 1436592-183110-WJZ, Stcrt. 2018, 61205, art. I ("telkens"; tabelcorrectiefactor 1,2%; Wzt art. 2a lid 2) | idem | 2026-10-18. Primary text read. |
| 2019-01-01 | Standaardpremie (Wzt art. 4) | € 1.546 (Stcrt. 2017, 68107, read 2026-10-19) | € 1.609 | Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2019, Stcrt. 2018, 66728 (regeling van 20 november 2018, kenmerk 1445257-183953-Z), art. 1; consolidated BWBR0041579 | idem | 2026-10-18. Primary text read. Toelichting: € 1.385 geraamde gemiddelde nominale premie (NZa) + € 224 gemiddeld verplicht eigen risico. |
| 2019-01-01 | WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen) | (the amount per 1 juli 2018 not yet read) | € 1.615,80 | Regeling van de Minister van SZW van 15 oktober 2018, nr. 2018-0000161951, Stcrt. 2018, 59237, art. 1 onder a (primary text read 2026-10-18); the consolidated WML of 01-01-2019 carries it as an editorial note (its own instruments of that date: Stb. 2018, 424/425 and Stb. 2017, 24, not read — none sets the amount) | idem | Drempelinkomen 2019 € 20.940,768 → 2020 € 21.430,656 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). 2026-10-18 |
| 2019-01-01 | Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2019 text) | 2018 table (Stcrt. 2017, 66088, read 2026-10-19; e.g. België 0,7193, Duitsland 0,9559, Noorwegen 1,4015, Denemarken 1,0830, IJsland 1,0826, Liechtenstein 1,1866) | 2019 table, e.g. België 0,7392, Duitsland 0,8701, Noorwegen 1,3729, IJsland 0,9802 | Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 22 oktober 2018, kenmerk 1432459-182639, Stcrt. 2018, 60576, art. I (in force 01-01-2019; CAK advice of 18 October 2018; the 2018 factors re-based to a common base year 2015 and indexed with WHO cost data; the toelichting prints per country the base year, the base factor and the index factor); identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2019 on all 39 lines | idem | 2026-10-18. Germany's 0,8701 was set anew at 0,7827 with retroactive effect on 26-10-2019 for the verdragsbijdrage only (row above): the parameter file carries 0,8701 for the zorgtoeslag and records the correction. |
| 2019-01-01 | Wzt art. 1 lid 1 onder c — verzekerde (definition) | "... met uitzondering van de verzekerde, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van die wet" | "... artikel 24, eerste of tweede lid, van die wet" | Verzamelwet VWS 2018, Stb. 2018, 356 (wet van 3 oktober 2018), art. XVI onderdeel A sub 2; in force 01-01-2019 by Stb. 2018, 454 (which did not put sub 1 — adding "artikel 68 van de Zorgverzekeringswet" — nor onderdeel B (art. 5 lid 3–4) into force on that date; the 01-01-2019 text accordingly names art. 1 onder f and art. 69 Zvw only) | n/a — who is a verzekerde is an input, not encoded | 2026-10-18. Primary texts of the wet and the inwerkingtredingsbesluit read; the 2018 Wzt text not read, so the "old" column is inferred from the amendment's own wording. |
| 2019-01-01 | Awir art. 7 lid 6 — medebewoner under 23, exempt amount | € 4.827 (Stcrt. 2017, 70975 art. VI, read 2026-10-19) | € 4.885 | Bijstellingsregeling directe belastingen 2019, Stcrt. 2018, 69665 (per the Awir's informatie page; the regeling not read; the consolidated text of 01-01-2019 read) | awir/parameters/2019.yaml | Not used by zorgtoeslag. 2026-10-18 |