De wet in 2020
BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)
Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.
Inhoud
- Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 —
art2_lid5_oud - Wet op de zorgtoeslag art. 4 —
standaardpremie - Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2020 —
wml_maandbedrag_januari - Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f —
drempelinkomen_factor - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_boven_drempel - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 —
aandeel_partner_niet_verzekerd - Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 —
heffingvrij_vermogen - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 —
woonlandfactoren - Awir art. 7 lid 3 —
vermogenstoets_algemeen - Awir art. 7 lid 6 —
medebewoner_vrijstelling_onder_23 - Awir art. 14 lid 4 —
afronding_tegemoetkoming - Awir art. 14 lid 5 —
minimum_tegemoetkoming
Bij dit jaar
versie_opmerking- Twee versies in 2020: 01-01-2020 t/m 18-03-2020 en 19-03-2020 t/m 31-12-2020; de tweede verschilt alleen in de spelling van art. 5 lid 3 (Stb. 2020, 67, art. XVIII, inwerkingtreding Stb. 2020, 93). Geen rekenregel veranderde.
artikel_vermogenstoets- Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2020)
artikel_woonlandfactor- Wzt art. 3 (tekst 2020)
artikel_maandbepaling- Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2020; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel- a
art4a_lid3_aanwezig- False
art4a_lid3_opmerking- Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2020 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig- True
vermogenstoets_basis- grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking- Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2020 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2020 is op 2026-10-14 een 404 onder tg0821z01fd en z02fd; SOURCES.md, open item 6). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2020 is onbekend.
Wet op de zorgtoeslag
In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.
Waarde in het dossier: .
De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt voor het berekeningsjaar 2020 € 1.642.
Waarde in het dossier: € 1.642.
a. € 1653,60;
Waarde in het dossier: € 1.653,60.
drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand
Waarde in het dossier: 108%.
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,830% van het drempelinkomen'): 1,830%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,140% van het drempelinkomen'): 4,140%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'vermeerderd met 13,550% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,550%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%
Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.846.
Waarde in het dossier: € 30.846.
In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 85.767, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 85.767.
Waarde in het dossier: € 85.767.
Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2020) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 85.767
Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2020) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4
| Land | Code | Woonlandfactor |
|---|---|---|
| België | BE | 0.7303 |
| Bosnië-Herzegovina | BA | 0.0695 |
| Bulgarije | BG | 0.0780 |
| Cyprus | CY | 0.1410 |
| Denemarken | DK | 1.0095 |
| Duitsland | DE | 0.8041 |
| Estland | EE | 0.2408 |
| Finland | FI | 0.7340 |
| Frankrijk | FR | 0.9066 |
| Griekenland | GR | 0.2589 |
| Hongarije | HU | 0.1445 |
| Ierland | IE | 0.8972 |
| IJsland | IS | 1.1637 |
| Italië | IT | 0.5504 |
| Kaapverdië | CV | 0.0176 |
| Kroatië | HR | 0.1836 |
| Letland | LV | 0.1020 |
| Liechtenstein | LI | 1.0584 |
| Litouwen | LT | 0.2553 |
| Luxemburg | LU | 0.7107 |
| Noord-Macedonië | MK | 0.0598 |
| Malta | MT | 0.3783 |
| Marokko | MA | 0.0229 |
| Montenegro | ME | 0.0821 |
| Noorwegen | NO | 1.3678 |
| Oostenrijk | AT | 0.6730 |
| Polen | PL | 0.1709 |
| Portugal | PT | 0.2736 |
| Roemenië | RO | 0.0877 |
| Servië | RS | 0.0718 |
| Slovenië | SI | 0.3520 |
| Slowakije | SK | 0.2584 |
| Spanje | ES | 0.4065 |
| Tsjechië | CZ | 0.2464 |
| Tunesië | TN | 0.0289 |
| Turkije | TR | 0.0902 |
| Verenigd Koninkrijk | GB | 0.7004 |
| Zweden | SE | 0.8339 |
| Zwitserland | CH | 0.7933 |
Awir
Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.
Waarde in het dossier: .
Awir art. 7 lid 6: € 4.964
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.
Waarde in het dossier: € 1.
Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.
Waarde in het dossier: € 24.
Wijzigingen die in 2020 ingingen
| Effective | Text / article | Old | New | Instrument | Encoded in | Notes |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 2020 | 2,005% / 4,315% / 13,520% (2019; the Wzt text of 01-01-2019 read 2026-10-18, verbatim) | 1,830% / 4,140% / 13,550% | Stb. 2019, 386 (besluit van 24 oktober 2019 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2020; in force 01-01-2020 (art. II). Nota van toelichting: a structural lowering of the two normpercentages by 0,19 procentpunt from 2020 on (koopkrachtbesluitvorming 2020; schema "na vorige maatregel" 2020: 2,02% / 4,33%); the afbouwpercentage unchanged by the measure (+0,03 a year by the schema: 13,52% → 13,55%) | zorgtoeslag/parameters/2020.yaml | 2026-10-14. Primary text read. The percentages stand in art. 2 lid 3 of the consolidated text of 01-01-2020 itself. |
| 2020-01-01 | Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both) | € 84.416 | € 85.767 | Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 4 november 2019, kenmerk 1602277-197586-WJZ, Stcrt. 2019, 61842, art. I ("telkens"; tabelcorrectiefactor 1,6%; Wzt art. 2a lid 2) | idem | 2026-10-14. Primary text read. The toelichting describes the test as "vermogen boven het heffingsvrije vermogen plus € 85.767". |
| 2020-01-01 | Standaardpremie (Wzt art. 4) | € 1.609 (Stcrt. 2018, 66728, read in primary 2026-10-18) | € 1.642 | Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, Stcrt. 2019, 64399 (regeling van 19 november 2019, kenmerk 1595061-197094-Z), art. 1; consolidated BWBR0042806 | idem | 2026-10-14. Primary text read. Toelichting: € 1.415 geraamde gemiddelde nominale premie + € 227 gemiddeld verplicht eigen risico. |
| 2020-01-01 | WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen) | (the amount per 1 juli 2019 not yet read: the consolidated WML text of 01-01-2020 still prints € 1.264,80 in art. 8 itself and carries € 1.653,60 only as an editorial note) | € 1.653,60 | Regeling van de Minister van SZW van 10 oktober 2019, nr. 2019-0000146977, Stcrt. 2019, 56680, art. 1 onder a (aanpassingspercentage 1,097% unrounded, 1,10% after rounding) | idem | 2026-10-14. Primary text read. Drempelinkomen 2020 € 21.430,656 → 2021 € 21.835,008 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). |
| 2020-01-01 | Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2020 text) | 2019 table, e.g. België 0,7392, Duitsland 0,8701, Noorwegen 1,3729, IJsland 0,9802 (Stcrt. 2018, 60576, read 2026-10-18) | 2020 table, e.g. België 0,7303, Duitsland 0,8041, Noorwegen 1,3678, IJsland 1,1637 | Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 18 oktober 2019, kenmerk 1594729-197076-Z, Stcrt. 2019, 58198, art. I (in force 01-01-2020; CAK advice of 11 October 2019; same method as 2019: the 2018 or 2017 factor indexed by WHO cost data to 2016) | idem | 2026-10-14. Primary text read; identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2020 on all 39 lines. The Stcrt. table says Macedonië, the consolidated text of 2020 Noord-Macedonië. |
| 2020-01-01 | Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (used by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2019 and 2020 texts) | € 30.360 | € 30.846 | Both consolidated texts read (BWBR0011353, 01-01-2019 and 01-01-2020); the indexing instrument (Bijstellingsregeling directe belastingen 2020, Stcrt. 2019, 66707, per the Awir's informatie page) not read | zorgtoeslag/parameters/2019.yaml, 2020.yaml | 2026-10-18. Effective rendementsgrondslag thresholds of the Wzt test: 2019 € 114.776 / € 145.136; 2020 € 116.613 / € 147.459. |