toeslagrecht

De wet in 2020

BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

versie_opmerking
Twee versies in 2020: 01-01-2020 t/m 18-03-2020 en 19-03-2020 t/m 31-12-2020; de tweede verschilt alleen in de spelling van art. 5 lid 3 (Stb. 2020, 67, art. XVIII, inwerkingtreding Stb. 2020, 93). Geen rekenregel veranderde.
artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2020)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2020)
artikel_maandbepaling
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2020; sinds 01-01-2021 lid 5)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2020 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
art2_lid5_oud_aanwezig
True
vermogenstoets_basis
grondslag_sparen_en_beleggen
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2020 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2020 is op 2026-10-14 een 404 onder tg0821z01fd en z02fd; SOURCES.md, open item 6). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2020 is onbekend.

Wet op de zorgtoeslag

In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 5 (tekst 2020; vervallen per 01-01-2021) · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14). Vervallen bij Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, Stb. 2020, 543, art. III onder 2 (lid 6–8 vernummerd tot 5–7, onder 3) · tekst
Invoer: partner_verzekeringsplicht_niet_nagekomen (ja/nee/onbekend). Of de partner verzekeringsplichtig was en die plicht niet nakwam (Zvw art. 2) codeert de encoding niet; het is invoer. Niet opgegeven: gerekend alsof nagekomen, met een noot.

Waarde in het dossier: .

De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt voor het berekeningsjaar 2020 € 1.642.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, art. 1 · 2020 · draft
Bron: Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 19 november 2019, kenmerk 1595061-197094-Z, Stcrt. 2019, 64399 (primaire tekst gelezen 2026-10-14); geconsolideerd BWBR0042806. Toelichting: geraamde gemiddelde nominale premie € 1.415 plus geraamd gemiddeld verplicht eigen risico € 227. 2021: € 1.705 (Stcrt. 2020, 62033) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.642.

a. € 1653,60;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2020 (in 2020 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2020 · draft
Bron: Regeling van de Minister van SZW van 10 oktober 2019, nr. 2019-0000146977, tot halfjaarlijkse aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2020, Stcrt. 2019, 56680, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-14; aanpassingspercentage 1,097% onafgerond, 1,10% na afronding). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2020 (BWBR0002638) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2020: € 1653,60'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2019, 56680 als ontstaansbron van die versie · tekst

Waarde in het dossier: € 1.653,60.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim) · tekst
108% × 12 × € 1.653,60 = € 21.430,656. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2020 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2020 niet gevonden). De inkomensgrenzen uit de tekst: € 30.480 zonder en € 38.945 met toeslagpartner (laatste euro met recht, Awir art. 14 lid 4-5); een afronding van het drempelinkomen op € 21.431 verschuift die grenzen niet (bij € 30.481 geeft ook € 21.431 € 23,54 → € 24 — zie cases zt-2020-syn-009/-011, waar de tekst en een afgerond drempelinkomen dus wél verschillen; niet als discrepantie gelogd zolang geen publicatie van de Dienst voor 2020 gelezen is).

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,830% van het drempelinkomen'): 1,830%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,830% van het drempelinkomen') · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim). Vastgesteld bij Stb. 2019, 386 (besluit van 24 oktober 2019 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2020; nota van toelichting tabel 1: 2019 2,005%, 2020 'na vorige maatregel' 2,02%, maatregel −0,19 procentpunt, 'na huidige maatregel' 1,83% (structurele verlaging, koopkrachtbesluitvorming 2020); primaire tekst gelezen 2026-10-14 · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,140% van het drempelinkomen'): 4,140%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,140% van het drempelinkomen') · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim). Stb. 2019, 386, art. I, rij 2020; tabel 1: 2019 4,315%, 2020 4,33% − 0,19 = 4,14% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'vermeerderd met 13,550% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,550%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2020: 'vermeerderd met 13,550% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim); Stb. 2019, 386, art. I, rij 2020 (tabel 1: 2019 13,52%, 2020 13,55%, het schema van +0,03 procentpunt per jaar; de maatregel raakte het afbouwpercentage niet: 'De afbouwpercentages ... veranderen niet') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim, zelfde tekst als 2021–2026). Gevolgd door lid 5 (oud), zie art2_lid5_oud · tekst

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.846.

Wet inkomstenbelasting 2001 art. 5.5 (tekst 2020); art. 5.2 lid 1 (grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag op de peildatum voor zover boven het heffingvrije vermogen) en lid 2 (partners het gehele jaar: de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover boven het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner) · 2020 · draft
Bron: BWBR0011353, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14: 'Het heffingvrije vermogen bedraagt € 30.846.'). Nodig omdat Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2020) op de grondslag sparen en beleggen rust; de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen af (éénmaal zonder partner, tweemaal met het hele jaar dezelfde partner) · tekst

Waarde in het dossier: € 30.846.

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 85.767, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 85.767.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2020) (grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001, in het berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim). Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 4 november 2019, kenmerk 1602277-197586-WJZ, Stcrt. 2019, 61842, art. I: '€ 84.416' telkens vervangen door '€ 85.767' (tabelcorrectiefactor 1,6%, Wzt art. 2a lid 2; primaire tekst gelezen 2026-10-14). Toelichting: 'Verzekerden met een vermogen boven het heffingsvrije vermogen plus € 85.767 hebben geen recht op zorgtoeslag.' Per 01-01-2021 vervangen door de rendementsgrondslag-toets met € 116.613 / € 147.459 (Stb. 2020, 546), geïndexeerd € 118.479 / € 149.819 · tekst

Waarde in het dossier: € 85.767.

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2020) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag): € 85.767

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2020) (gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, art. 5.2 lid 2 Wet IB 2001; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner; hetzelfde bedrag als zonder partner — het verschil zit in het tweemaal heffingvrije vermogen van de grondslag) · 2020 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 t/m 18-03-2020 (verbatim); Stcrt. 2019, 61842, art. I ('telkens') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2020) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2020) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 · 2020 · draft
Bron: Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 18 oktober 2019, kenmerk 1594729-197076-Z, Stcrt. 2019, 58198, art. I (bijlage 4 Rzv voor 2020; in werking 01-01-2020; primaire tekst gelezen 2026-10-14); gecontroleerd tegen de geconsolideerde bijlage 4 (BWBR0018715, geldend van 01-01-2020): alle 39 getallen gelijk. Toelichting: berekend door het CAK (advies 11 oktober 2019), zelfde methode als 2019: de factor van 2018 (of 2017) geïndexeerd met de WHO-kostenontwikkeling tot en met 2016; afgerond op vier decimalen. Art. II van dezelfde regeling stelt het verhoudingsgetal voor Duitsland voor 2017, 2018 en 2019 met terugwerkende kracht opnieuw vast (0,7532 / 0,8595 / 0,7827: te hoog vastgesteld; het CAK restitueert te veel geheven verdragsbijdrage; 'geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag', die niet ten nadele wordt herzien). Niet vergeleken met de leaflet 2020 van de Dienst (niet gevonden) · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de regeling noemt alleen de landnaam (Stcrt. 2019, 58198 schrijft Macedonië; de geconsolideerde bijlage 4 van 01-01-2020 op wetten.overheid.nl schrijft Noord-Macedonië). Oude indexeringsmethode: Noorwegen 1,3678, IJsland 1,1637, Liechtenstein 1,0584 en Denemarken 1,0095 boven 1.
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.7303
Bosnië-HerzegovinaBA0.0695
BulgarijeBG0.0780
CyprusCY0.1410
DenemarkenDK1.0095
DuitslandDE0.8041
EstlandEE0.2408
FinlandFI0.7340
FrankrijkFR0.9066
GriekenlandGR0.2589
HongarijeHU0.1445
IerlandIE0.8972
IJslandIS1.1637
ItaliëIT0.5504
KaapverdiëCV0.0176
KroatiëHR0.1836
LetlandLV0.1020
LiechtensteinLI1.0584
LitouwenLT0.2553
LuxemburgLU0.7107
Noord-MacedoniëMK0.0598
MaltaMT0.3783
MarokkoMA0.0229
MontenegroME0.0821
NoorwegenNO1.3678
OostenrijkAT0.6730
PolenPL0.1709
PortugalPT0.2736
RoemeniëRO0.0877
ServiëRS0.0718
SloveniëSI0.3520
SlowakijeSK0.2584
SpanjeES0.4065
TsjechiëCZ0.2464
TunesiëTN0.0289
TurkijeTR0.0902
Verenigd KoninkrijkGB0.7004
ZwedenSE0.8339
ZwitserlandCH0.7933

Awir

Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien bij de belanghebbende of, indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

Awir art. 7 lid 3 (tekst 2020): geen bedrag; de toets is of over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen (grondslag sparen en beleggen > 0, dus rendementsgrondslag boven het heffingvrije vermogen), de vrijstelling van art. 5.13 Wet IB 2001 weggedacht · 2020 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14); lid 5 (tekst 2020): niet in Nederland belastbaar voordeel uit sparen en beleggen telt mee. Vervangen per 01-01-2021 door de rendementsgrondslag-toets met bedragen (Stb. 2020, 546, art. III) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag (Wzt art. 2a). Geen waarde: de encoding gebruikt dit niet.

Waarde in het dossier: .

Awir art. 7 lid 6: € 4.964

Awir art. 7 lid 6 · 2020 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14); de wetstechnische informatie van de Awir noemt Stcrt. 2019, 66707 (Bijstellingsregeling directe belastingen 2020) als ontstaansbron van de versie 01-01-2020 (de regeling zelf niet gelezen); vervangen per 01-01-2021 door € 5.044 (Stcrt. 2020, 64406) · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.

Awir art. 14 lid 4 · 2020 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14); dezelfde tekst in 2021 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2020 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2020 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2020-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages for 20202,005% / 4,315% / 13,520% (2019; the Wzt text of 01-01-2019 read 2026-10-18, verbatim)1,830% / 4,140% / 13,550%Stb. 2019, 386 (besluit van 24 oktober 2019 tot wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag), art. I, rij 2020; in force 01-01-2020 (art. II). Nota van toelichting: a structural lowering of the two normpercentages by 0,19 procentpunt from 2020 on (koopkrachtbesluitvorming 2020; schema "na vorige maatregel" 2020: 2,02% / 4,33%); the afbouwpercentage unchanged by the measure (+0,03 a year by the schema: 13,52% → 13,55%)zorgtoeslag/parameters/2020.yaml2026-10-14. Primary text read. The percentages stand in art. 2 lid 3 of the consolidated text of 01-01-2020 itself.
2020-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens (grondslag sparen en beleggen, one amount for both)€ 84.416€ 85.767Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 4 november 2019, kenmerk 1602277-197586-WJZ, Stcrt. 2019, 61842, art. I ("telkens"; tabelcorrectiefactor 1,6%; Wzt art. 2a lid 2)idem2026-10-14. Primary text read. The toelichting describes the test as "vermogen boven het heffingsvrije vermogen plus € 85.767".
2020-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.609 (Stcrt. 2018, 66728, read in primary 2026-10-18)€ 1.642Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, Stcrt. 2019, 64399 (regeling van 19 november 2019, kenmerk 1595061-197094-Z), art. 1; consolidated BWBR0042806idem2026-10-14. Primary text read. Toelichting: € 1.415 geraamde gemiddelde nominale premie + € 227 gemiddeld verplicht eigen risico.
2020-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)(the amount per 1 juli 2019 not yet read: the consolidated WML text of 01-01-2020 still prints € 1.264,80 in art. 8 itself and carries € 1.653,60 only as an editorial note)€ 1.653,60Regeling van de Minister van SZW van 10 oktober 2019, nr. 2019-0000146977, Stcrt. 2019, 56680, art. 1 onder a (aanpassingspercentage 1,097% unrounded, 1,10% after rounding)idem2026-10-14. Primary text read. Drempelinkomen 2020 € 21.430,656 → 2021 € 21.835,008 (Wzt art. 1 lid 1 onder f).
2020-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2020 text)2019 table, e.g. België 0,7392, Duitsland 0,8701, Noorwegen 1,3729, IJsland 0,9802 (Stcrt. 2018, 60576, read 2026-10-18)2020 table, e.g. België 0,7303, Duitsland 0,8041, Noorwegen 1,3678, IJsland 1,1637Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 18 oktober 2019, kenmerk 1594729-197076-Z, Stcrt. 2019, 58198, art. I (in force 01-01-2020; CAK advice of 11 October 2019; same method as 2019: the 2018 or 2017 factor indexed by WHO cost data to 2016)idem2026-10-14. Primary text read; identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2020 on all 39 lines. The Stcrt. table says Macedonië, the consolidated text of 2020 Noord-Macedonië.
2020-01-01Wet IB 2001 art. 5.5 — heffingvrij vermogen (used by the encoding for the grondslag sparen en beleggen of Wzt art. 2a, 2019 and 2020 texts)€ 30.360€ 30.846Both consolidated texts read (BWBR0011353, 01-01-2019 and 01-01-2020); the indexing instrument (Bijstellingsregeling directe belastingen 2020, Stcrt. 2019, 66707, per the Awir's informatie page) not readzorgtoeslag/parameters/2019.yaml, 2020.yaml2026-10-18. Effective rendementsgrondslag thresholds of the Wzt test: 2019 € 114.776 / € 145.136; 2020 € 116.613 / € 147.459.