toeslagrecht

De wet in 2021

BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim gelezen 2026-10-13)

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2021)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2021)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2021 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
maand_afronding_opmerking
Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2021 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2021, tg0821z11fd, is op 2026-10-13 een 404; een archiefkopie bestaat maar is vanuit de routine niet bereikbaar — SOURCES.md, open item 6). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2021 is onbekend.

Wet op de zorgtoeslag

De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt voor het berekeningsjaar 2021 € 1.705.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2021, art. 1 · 2021 · draft
Bron: Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 20 november 2020, kenmerk 1757159-211906-Z, Stcrt. 2020, 62033 (primaire tekst gelezen 2026-10-13); geconsolideerd BWBR0044400. Toelichting: geraamde gemiddelde nominale premie € 1.478 plus geraamd gemiddeld verplicht eigen risico € 227. 2020: € 1.642 (Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, BWBR0042806, gelezen 2026-10-13) · tekst

Waarde in het dossier: € 1.705.

a. € 1.684,80;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2021 (in 2021 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2021 · draft
Bron: Regeling van de Minister van SZW van 7 oktober 2020, nr. 2020-0000133577, tot aanpassing wettelijk minimumloon per 1 januari 2021, Stcrt. 2020, 53099, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-13; aanpassingspercentage 0,29% na afronding). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2021 (BWBR0002638) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2021: € 1.684,80'); de wetstechnische informatie noemt Stcrt. 2020, 53099 als ontstaansbron van die versie · tekst

Waarde in het dossier: € 1.684,80.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2021 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim) · tekst
108% × 12 × € 1.684,80 = € 21.835,008. Hoe de Dienst Toeslagen dit in 2021 'vastgesteld' heeft is niet gelezen (leaflet 2021 niet bereikbaar); de inkomensgrenzen die de zoekindex uit die leaflet citeert (€ 31.138 zonder, € 39.979 met toeslagpartner) zijn precies de grenzen die de encoding uit de tekst berekent (€ 31.138,10 / € 39.979,12), zodat een afronding op € 21.835 in 2021 geen hele euro verschuift.

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,915% van het drempelinkomen'): 1,915%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,915% van het drempelinkomen') · 2021 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim). Tweemaal vastgesteld: Stb. 2020, 452 (besluit van 2 november 2020, Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag art. 1, rij 2021: 1,885%; nota van toelichting tabel 1: 2020 1,830% +0,040 procentpunt +0,015 schema-stap), daarna Stb. 2020, 543 (Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, art. III onder 1: '1,885%' vervangen door '1,915%', amendement Snels/Lodders, dekking vrijwaringsgrens kleine terugvorderingen), beide in werking 01-01-2021; beide primaire teksten gelezen 2026-10-13. Stb. 2021, 574, tabel 1, bevestigt: 2021 'na vorige besluit' 1,885%, 'na amendement Snels/Lodders' +0,030%, 'na huidige maatregelen' 1,915% · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,225% van het drempelinkomen'): 4,225%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,225% van het drempelinkomen') · 2021 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim). Stb. 2020, 452, rij 2021: 4,195% (2020: 4,140% +0,040 +0,015); Stb. 2020, 543, art. III onder 1: '4,195%' vervangen door '4,225%'. In 2022 bleef 4,225% (Stb. 2021, 574: 4,210% schema +0,015) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'vermeerderd met 13,580% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,580%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'vermeerderd met 13,580% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) · 2021 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim); Stb. 2020, 452, art. 1, rij 2021 (nota van toelichting tabel 1: 2020 13,55%, 2021 13,58%, 2022 13,61%, jaarlijks +0,03 procentpunt volgens het schema); Stb. 2020, 543 raakte dit percentage niet. Let op: het run-verslag van 2026-10-12 en CHANGES.md noemden voor 2021 ten onrechte 13,610%; gecorrigeerd 2026-10-13 na lezing van de tekst van 01-01-2021 · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2021 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim, zelfde tekst als 2022–2026). Tot en met 2020 volgde hierop lid 5: geen aanspraak voor een verzekerde met een partner die zijn verzekeringsplicht (Zvw art. 2) niet nakwam; vervallen per 01-01-2021 (Stb. 2020, 543, art. III onder 2) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2021) (rendementsgrondslag, art. 5.3 Wet IB 2001, begin berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet): € 118.479

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2021) (rendementsgrondslag, art. 5.3 Wet IB 2001, begin berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2021 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim). Lid 1 herschreven bij Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. IV onder 1 (van 'grondslag sparen en beleggen ... meer dan € 85.767' naar 'rendementsgrondslag ... meer dan € 116.613 / € 147.459': de oude grens plus het heffingvrije vermogen 2020 van € 30.846 per persoon), daarna geïndexeerd bij Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 17 december 2020, kenmerk 1797818-215820-WJZ, Stcrt. 2020, 67965 (€ 116.613 → € 118.479, tabelcorrectiefactor 1,016%; toelichting: art. IV Wet aanpassing box 3 treedt eerst in werking, deze regeling daarna). Beide primaire teksten gelezen 2026-10-13 · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2021) (gezamenlijke rendementsgrondslag; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner): € 149.819

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2021) (gezamenlijke rendementsgrondslag; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner) · 2021 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim); Stb. 2020, 546, art. IV onder 1 (€ 147.459 = € 85.767 + 2 × € 30.846); Stcrt. 2020, 67965 (€ 147.459 → € 149.819) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2021) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2021) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 · 2021 · draft
Bron: Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 12 oktober 2020, kenmerk 1748365-210596-Z, Stcrt. 2020, 53972, art. I (bijlage 4 Rzv voor 2021; in werking 01-01-2021; primaire tekst gelezen 2026-10-13); gecontroleerd tegen de geconsolideerde bijlage 4 (BWBR0018715, geldend van 01-01-2021 t/m 08-01-2021): alle 39 getallen gelijk. Toelichting: factoren van 2017/2018 bijgesteld met WHO-gegevens; 24 landen omlaag, 14 omhoog, Montenegro ongewijzigd. Niet vergeleken met de leaflet 2021 van de Dienst (niet bereikbaar) · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de bijlage noemt alleen de landnaam (2021: Macedonië, Kaapverdië, Verenigd Koninkrijk). Oude indexeringsmethode: IJsland 1,3453 en Noorwegen 1,3064 boven 1.
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.7347
Bosnië-HerzegovinaBA0.0681
BulgarijeBG0.0823
CyprusCY0.1434
DenemarkenDK0.9982
DuitslandDE0.8134
EstlandEE0.2480
FinlandFI0.7023
FrankrijkFR0.8918
GriekenlandGR0.2446
HongarijeHU0.1493
IerlandIE0.8981
IJslandIS1.3453
ItaliëIT0.5322
KaapverdiëCV0.0167
KroatiëHR0.1871
LetlandLV0.1083
LiechtensteinLI0.9923
LitouwenLT0.2631
LuxemburgLU0.7384
Noord-MacedoniëMK0.0599
MaltaMT0.3987
MarokkoMA0.0222
MontenegroME0.0821
NoorwegenNO1.3064
OostenrijkAT0.6408
PolenPL0.1601
PortugalPT0.2600
RoemeniëRO0.0824
ServiëRS0.0682
SloveniëSI0.3344
SlowakijeSK0.2445
SpanjeES0.3855
TsjechiëCZ0.2341
TunesiëTN0.0280
TurkijeTR0.0851
Verenigd KoninkrijkGB0.6593
ZwedenSE0.7906
ZwitserlandCH0.7536

Awir

Awir art. 7 lid 3 (rendementsgrondslag belanghebbende, begin berekeningsjaar): € 31.340

Awir art. 7 lid 3 (rendementsgrondslag belanghebbende, begin berekeningsjaar) · 2021 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim gelezen 2026-10-13); lid 3–5 opnieuw vastgesteld bij Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. III (in werking 01-01-2021; primaire tekst gelezen 2026-10-13): het bedrag € 31.340 is het heffingvrije vermogen 2021 (Wet IB 2001 art. 5.5, Stcrt. 2020, 64406: € 30.846 → € 31.340); vervangen per 01-01-2022 door € 31.747 (Stcrt. 2021, 48308) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag.

Awir art. 7 lid 3, tweede volzin (gezamenlijke rendementsgrondslag): € 62.680

Awir art. 7 lid 3, tweede volzin (gezamenlijke rendementsgrondslag) · 2021 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim gelezen 2026-10-13); Stb. 2020, 546, art. III · tekst

Awir art. 7 lid 6: € 5.044

Awir art. 7 lid 6 · 2021 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim); Bijstellingsregeling directe belastingen 2021, Stcrt. 2020, 64406 (van € 4.964; primaire tekst gelezen 2026-10-13); vervangen per 01-01-2022 door € 5.110 · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.

Awir art. 14 lid 4 · 2021 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim gelezen 2026-10-13); dezelfde tekst in 2022 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2021 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim gelezen 2026-10-13) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2021 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2021-01-01Awir art. 7 lid 3–5 — vermogenstoets (general): basis (row completed)Lid 3 (text of 01-01-2020, read 2026-10-14): no amount — no tegemoetkoming "indien bij de belanghebbende of ... zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13"; lid 4 the same for medebewoners; lid 5: foreign voordeel uit sparen en beleggen countedLid 3: rendementsgrondslag > € 31.340 / € 62.680 (see the row of 2026-10-13 below)Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. IIIawir/parameters/2020.yaml (text only, no value)2026-10-14. Completes the "amounts not yet read" of the 2026-10-13 row: there were none — the 2020 test was whether any box 3 voordeel was taken into account. Not used by zorgtoeslag (Wzt art. 2a).
2021-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentage drempelinkomen, zonder partner1,830% (2020, read in the consolidated text of 01-01-2020, 2026-10-13)1,915%Two instruments, both in force 01-01-2021: Stb. 2020, 452 (besluit van 2 november 2020), art. I, rij 2021: 1,885% (tabel 1: schema +0,015 and a measure of +0,040 point); then Stb. 2020, 543 (Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen), art. III onder 1: "1,885%" → "1,915%" (amendement Snels/Lodders, +0,030 point, to fund the higher vrijwaringsgrens for small terugvorderingen)zorgtoeslag/parameters/2021.yaml2026-10-13. Both read in primary. The 1,885% never applied: it was replaced before 1 January.
2021-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentage drempelinkomen, met partner4,140% (2020)4,225%Stb. 2020, 452, rij 2021: 4,195%; Stb. 2020, 543, art. III onder 1: "4,195%" → "4,225%"idem2026-10-13. 4,225% then stayed for 2022 (Stb. 2021, 574: schema 4,210% + 0,015).
2021-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentage boven drempelinkomen13,550% (2020)13,580%Stb. 2020, 452, art. I, rij 2021 (schema +0,030 point a year; tabel 1: 2020 13,55%, 2021 13,58%)idem2026-10-13. Not touched by Stb. 2020, 543.
2021-01-01Wzt art. 2 lid 5 (oud) — geen aanspraak bij een partner die de verzekeringsplicht niet nakwamLid 5: "In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag." (text of 01-01-2020)Vervallen; lid 6–8 renumbered 5–7 (the monthly determination is lid 5 since 2021, lid 6 in 2020)Stb. 2020, 543, art. III onder 2 en 3not encoded for 2020 yet; the 2021–2026 encoding has no such rule, correctly2026-10-13. When 2020 is encoded this rule needs a version with its own dates.
2021-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogenstoets: basis and amounts"grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ... meer bedraagt dan € 85.767", the same € 85.767 for the gezamenlijke grondslag (text of 01-01-2020)"rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 ... meer bedraagt dan € 116.613" / gezamenlijk € 147.459, then indexed to € 118.479 / € 149.819Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. IV onder 1 (the new amounts are the old grens plus the heffingvrij vermogen 2020 of € 30.846 per person: 85.767 + 30.846 = 116.613; + 2 × 30.846 = 147.459); then Stcrt. 2020, 67965 (besluit van 17 december 2020, tabelcorrectiefactor 1,016%; its toelichting fixes the order: the wet first, the regeling after)zorgtoeslag/parameters/2021.yaml2026-10-13. Both read in primary. Lid 2–4 reworded from "het bedrag" to "de bedragen" (art. IV onder 2 en 3). The reason (Stb. 2020, 546, considerans): the heffingvrij vermogen rose to € 50.000, which would otherwise have widened every vermogenstoets that keyed on the grondslag.
2021-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.642 (Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, BWBR0042806, read 2026-10-13)€ 1.705Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2021, Stcrt. 2020, 62033 (20-11-2020)idem2026-10-13. Read in primary.
2021-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen)(the amount per 1 juli 2020 not yet read; the Stcrt. 2020, 53099 toelichting gives the rise as 0,268% unrounded, 0,29% after rounding)€ 1.684,80Regeling van 7 oktober 2020, nr. 2020-0000133577, Stcrt. 2020, 53099, art. 1 onder aidemDrempelinkomen 2021 € 21.835,008 → 2022 € 22.356,00 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). 2026-10-13.
2021-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2)2020 table (not yet read)2021 table, e.g. België 0,7347, Duitsland 0,8134, Noorwegen 1,3064Regeling van 12 oktober 2020, kenmerk 1748365-210596-Z, Stcrt. 2020, 53972, art. I (toelichting: 2017/2018 factors updated with WHO data; 24 down, 14 up, Montenegro unchanged)idem2026-10-13. Read in primary; identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2021 on all 39 lines. No correction found for 2021 (searched).
2021-01-01Awir art. 7 lid 3–5 — vermogenstoets (general): basis and amountsLid 3 keyed on the grondslag sparen en beleggen (text of 01-01-2020; amounts not yet read)Lid 3: rendementsgrondslag > € 31.340 / gezamenlijk € 62.680, groene beleggingen counted; lid 4 medebewoners € 31.340; lid 5 new: foreign assets includedWet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. IIIawir/parameters/2021.yaml2026-10-13. € 31.340 is the heffingvrij vermogen 2021 (Wet IB 2001 art. 5.5, Stcrt. 2020, 64406: € 30.846 → € 31.340). Not used by zorgtoeslag (Wzt art. 2a lid 1 derogates).
2021-01-01Awir art. 7 lid 6 — medebewoner onder 23€ 4.964€ 5.044Bijstellingsregeling directe belastingen 2021, Stcrt. 2020, 64406idem2026-10-13. Read in primary.