De wet in 2021
BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim gelezen 2026-10-13)
Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.
Inhoud
- Wet op de zorgtoeslag art. 4 —
standaardpremie - Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2021 —
wml_maandbedrag_januari - Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f —
drempelinkomen_factor - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_drempel_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 —
normpremie_percentage_boven_drempel - Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 —
aandeel_partner_niet_verzekerd - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_zonder_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 —
vermogensgrens_met_partner - Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 —
woonlandfactoren - Awir art. 7 lid 3 —
vermogensgrens_algemeen - Awir art. 7 lid 3, tweede volzin —
vermogensgrens_algemeen_met_partner - Awir art. 7 lid 6 —
medebewoner_vrijstelling_onder_23 - Awir art. 14 lid 4 —
afronding_tegemoetkoming - Awir art. 14 lid 5 —
minimum_tegemoetkoming
Bij dit jaar
artikel_vermogenstoets- Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2021)
artikel_woonlandfactor- Wzt art. 3 (tekst 2021)
artikel_wml_onderdeel- a
art4a_lid3_aanwezig- False
art4a_lid3_opmerking- Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2021 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.
maand_afronding_opmerking- Geen parameter maand_afronding_praktijk: voor 2021 is geen rekenvoorbeeld van de Dienst gelezen (de leaflet Berekening zorgtoeslag 2021, tg0821z11fd, is op 2026-10-13 een 404; een archiefkopie bestaat maar is vanuit de routine niet bereikbaar — SOURCES.md, open item 6). De encoding gebruikt de standaard 'naar_beneden' (DISCREPANCIES.md #5) en zegt dat in het resultaat; 2022 rondde rekenkundig (#8), dus 2021 is onbekend.
Wet op de zorgtoeslag
De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt voor het berekeningsjaar 2021 € 1.705.
Waarde in het dossier: € 1.705.
a. € 1.684,80;
Waarde in het dossier: € 1.684,80.
drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand
Waarde in het dossier: 108%.
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,915% van het drempelinkomen'): 1,915%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,225% van het drempelinkomen'): 4,225%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2021: 'vermeerderd met 13,580% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner): 13,580%
Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%
Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2021) (rendementsgrondslag, art. 5.3 Wet IB 2001, begin berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet): € 118.479
Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2021) (gezamenlijke rendementsgrondslag; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner): € 149.819
Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2021) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4
| Land | Code | Woonlandfactor |
|---|---|---|
| België | BE | 0.7347 |
| Bosnië-Herzegovina | BA | 0.0681 |
| Bulgarije | BG | 0.0823 |
| Cyprus | CY | 0.1434 |
| Denemarken | DK | 0.9982 |
| Duitsland | DE | 0.8134 |
| Estland | EE | 0.2480 |
| Finland | FI | 0.7023 |
| Frankrijk | FR | 0.8918 |
| Griekenland | GR | 0.2446 |
| Hongarije | HU | 0.1493 |
| Ierland | IE | 0.8981 |
| IJsland | IS | 1.3453 |
| Italië | IT | 0.5322 |
| Kaapverdië | CV | 0.0167 |
| Kroatië | HR | 0.1871 |
| Letland | LV | 0.1083 |
| Liechtenstein | LI | 0.9923 |
| Litouwen | LT | 0.2631 |
| Luxemburg | LU | 0.7384 |
| Noord-Macedonië | MK | 0.0599 |
| Malta | MT | 0.3987 |
| Marokko | MA | 0.0222 |
| Montenegro | ME | 0.0821 |
| Noorwegen | NO | 1.3064 |
| Oostenrijk | AT | 0.6408 |
| Polen | PL | 0.1601 |
| Portugal | PT | 0.2600 |
| Roemenië | RO | 0.0824 |
| Servië | RS | 0.0682 |
| Slovenië | SI | 0.3344 |
| Slowakije | SK | 0.2445 |
| Spanje | ES | 0.3855 |
| Tsjechië | CZ | 0.2341 |
| Tunesië | TN | 0.0280 |
| Turkije | TR | 0.0851 |
| Verenigd Koninkrijk | GB | 0.6593 |
| Zweden | SE | 0.7906 |
| Zwitserland | CH | 0.7536 |
Awir
Awir art. 7 lid 3 (rendementsgrondslag belanghebbende, begin berekeningsjaar): € 31.340
Awir art. 7 lid 3, tweede volzin (gezamenlijke rendementsgrondslag): € 62.680
Awir art. 7 lid 6: € 5.044
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.
Waarde in het dossier: € 1.
Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.
Waarde in het dossier: € 24.
Wijzigingen die in 2021 ingingen
| Effective | Text / article | Old | New | Instrument | Encoded in | Notes |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2021-01-01 | Awir art. 7 lid 3–5 — vermogenstoets (general): basis (row completed) | Lid 3 (text of 01-01-2020, read 2026-10-14): no amount — no tegemoetkoming "indien bij de belanghebbende of ... zijn partner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13"; lid 4 the same for medebewoners; lid 5: foreign voordeel uit sparen en beleggen counted | Lid 3: rendementsgrondslag > € 31.340 / € 62.680 (see the row of 2026-10-13 below) | Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. III | awir/parameters/2020.yaml (text only, no value) | 2026-10-14. Completes the "amounts not yet read" of the 2026-10-13 row: there were none — the 2020 test was whether any box 3 voordeel was taken into account. Not used by zorgtoeslag (Wzt art. 2a). |
| 2021-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentage drempelinkomen, zonder partner | 1,830% (2020, read in the consolidated text of 01-01-2020, 2026-10-13) | 1,915% | Two instruments, both in force 01-01-2021: Stb. 2020, 452 (besluit van 2 november 2020), art. I, rij 2021: 1,885% (tabel 1: schema +0,015 and a measure of +0,040 point); then Stb. 2020, 543 (Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen), art. III onder 1: "1,885%" → "1,915%" (amendement Snels/Lodders, +0,030 point, to fund the higher vrijwaringsgrens for small terugvorderingen) | zorgtoeslag/parameters/2021.yaml | 2026-10-13. Both read in primary. The 1,885% never applied: it was replaced before 1 January. |
| 2021-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentage drempelinkomen, met partner | 4,140% (2020) | 4,225% | Stb. 2020, 452, rij 2021: 4,195%; Stb. 2020, 543, art. III onder 1: "4,195%" → "4,225%" | idem | 2026-10-13. 4,225% then stayed for 2022 (Stb. 2021, 574: schema 4,210% + 0,015). |
| 2021-01-01 | Wzt art. 2 lid 3 — percentage boven drempelinkomen | 13,550% (2020) | 13,580% | Stb. 2020, 452, art. I, rij 2021 (schema +0,030 point a year; tabel 1: 2020 13,55%, 2021 13,58%) | idem | 2026-10-13. Not touched by Stb. 2020, 543. |
| 2021-01-01 | Wzt art. 2 lid 5 (oud) — geen aanspraak bij een partner die de verzekeringsplicht niet nakwam | Lid 5: "In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag." (text of 01-01-2020) | Vervallen; lid 6–8 renumbered 5–7 (the monthly determination is lid 5 since 2021, lid 6 in 2020) | Stb. 2020, 543, art. III onder 2 en 3 | not encoded for 2020 yet; the 2021–2026 encoding has no such rule, correctly | 2026-10-13. When 2020 is encoded this rule needs a version with its own dates. |
| 2021-01-01 | Wzt art. 2a lid 1 — vermogenstoets: basis and amounts | "grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ... meer bedraagt dan € 85.767", the same € 85.767 for the gezamenlijke grondslag (text of 01-01-2020) | "rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 ... meer bedraagt dan € 116.613" / gezamenlijk € 147.459, then indexed to € 118.479 / € 149.819 | Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. IV onder 1 (the new amounts are the old grens plus the heffingvrij vermogen 2020 of € 30.846 per person: 85.767 + 30.846 = 116.613; + 2 × 30.846 = 147.459); then Stcrt. 2020, 67965 (besluit van 17 december 2020, tabelcorrectiefactor 1,016%; its toelichting fixes the order: the wet first, the regeling after) | zorgtoeslag/parameters/2021.yaml | 2026-10-13. Both read in primary. Lid 2–4 reworded from "het bedrag" to "de bedragen" (art. IV onder 2 en 3). The reason (Stb. 2020, 546, considerans): the heffingvrij vermogen rose to € 50.000, which would otherwise have widened every vermogenstoets that keyed on the grondslag. |
| 2021-01-01 | Standaardpremie (Wzt art. 4) | € 1.642 (Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, BWBR0042806, read 2026-10-13) | € 1.705 | Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2021, Stcrt. 2020, 62033 (20-11-2020) | idem | 2026-10-13. Read in primary. |
| 2021-01-01 | WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen) | (the amount per 1 juli 2020 not yet read; the Stcrt. 2020, 53099 toelichting gives the rise as 0,268% unrounded, 0,29% after rounding) | € 1.684,80 | Regeling van 7 oktober 2020, nr. 2020-0000133577, Stcrt. 2020, 53099, art. 1 onder a | idem | Drempelinkomen 2021 € 21.835,008 → 2022 € 22.356,00 (Wzt art. 1 lid 1 onder f). 2026-10-13. |
| 2021-01-01 | Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2) | 2020 table (not yet read) | 2021 table, e.g. België 0,7347, Duitsland 0,8134, Noorwegen 1,3064 | Regeling van 12 oktober 2020, kenmerk 1748365-210596-Z, Stcrt. 2020, 53972, art. I (toelichting: 2017/2018 factors updated with WHO data; 24 down, 14 up, Montenegro unchanged) | idem | 2026-10-13. Read in primary; identical to the consolidated bijlage 4 of 01-01-2021 on all 39 lines. No correction found for 2021 (searched). |
| 2021-01-01 | Awir art. 7 lid 3–5 — vermogenstoets (general): basis and amounts | Lid 3 keyed on the grondslag sparen en beleggen (text of 01-01-2020; amounts not yet read) | Lid 3: rendementsgrondslag > € 31.340 / gezamenlijk € 62.680, groene beleggingen counted; lid 4 medebewoners € 31.340; lid 5 new: foreign assets included | Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. III | awir/parameters/2021.yaml | 2026-10-13. € 31.340 is the heffingvrij vermogen 2021 (Wet IB 2001 art. 5.5, Stcrt. 2020, 64406: € 30.846 → € 31.340). Not used by zorgtoeslag (Wzt art. 2a lid 1 derogates). |
| 2021-01-01 | Awir art. 7 lid 6 — medebewoner onder 23 | € 4.964 | € 5.044 | Bijstellingsregeling directe belastingen 2021, Stcrt. 2020, 64406 | idem | 2026-10-13. Read in primary. |