toeslagrecht

De wet in 2022

BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)

Deze pagina toont wat het dossier van dat jaar vastlegt: elk bedrag en elk percentage met zijn artikel, zijn bron en, waar het dossier die heeft, de tekst van het artikel. De volledige wettekst staat op wetten.overheid.nl; de link staat bij elk onderdeel.

Inhoud

Bij dit jaar

artikel_vermogenstoets
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2022)
artikel_woonlandfactor
Wzt art. 3 (tekst 2022)
artikel_wml_onderdeel
a
art4a_lid3_aanwezig
False
art4a_lid3_opmerking
Het huidige art. 4a lid 3 (verzekerde aanvrager met een verdragsgerechtigde partner) is ingevoegd per 06-11-2024 (Stb. 2024, 291, art. XIX onder C). In 2022 regelde de tekst (art. 3) dat geval niet; de encoding geeft dan 'undetermined'.

Wet op de zorgtoeslag

geen — praktijk van Dienst Toeslagen, geen wettekst. Wzt art. 2 lid 5 bepaalt de aanspraak per kalendermaand zonder afronding; Awir art. 14 lid 4 rondt alleen het jaarbedrag af: rekenkundig

geen — praktijk van Dienst Toeslagen, geen wettekst. Wzt art. 2 lid 5 bepaalt de aanspraak per kalendermaand zonder afronding; Awir art. 14 lid 4 rondt alleen het jaarbedrag af · 2022 · draft
Bron: Dienst Toeslagen, Berekening zorgtoeslag 2022 (TG 082 - 1Z21FD), rekenvoorbeeld 2: 'Bedrag per maand € 44,89 (na afronding € 45)' — rekenkundig, waar de leaflets 2023 en 2025 en de tabellen 2025/2026 naar beneden afronden (standaard 'naar_beneden', DISCREPANCIES.md #5). Eén voorbeeld; zie DISCREPANCIES.md #8 · tekst

De standaardpremie, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt voor het berekeningsjaar 2022 € 1.749.

Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2022, art. 1 · 2022 · draft
Bron: Regeling van de Minister van VWS van 23 november 2021, kenmerk 3262509-1016080-Z, Stcrt. 2021, 47872 (primaire tekst gelezen 2026-10-12); geconsolideerd BWBR0045944. Toelichting: geraamde gemiddelde nominale premie € 1.522 plus geraamd gemiddeld verplicht eigen risico € 227 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.749.

a. € 1.725,00;

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder a, bedrag per 1 januari 2022 (in 2022 was het maandbedrag onderdeel a; sinds 01-01-2024 onderdeel b) · 2022 · draft
Bron: Regeling van de Staatssecretaris van SZW van 12 oktober 2021, nr. 2021-0000161578, tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2022, Stcrt. 2021, 44177, art. 1 onder a (primaire tekst gelezen 2026-10-12; aanpassingspercentage 1,41%; per 1 juli 2021 was het € 1.701,00). De geconsolideerde WML-tekst van 01-01-2022 (BWBR0002638) draagt het bedrag als redactionele noot bij art. 8 ('per 1 januari 2022: € 1.725,00') · tekst

Waarde in het dossier: € 1.725,00.

drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f · 2022 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim) · tekst
108% × 12 × € 1.725,00 = € 22.356,00, een rond bedrag. Dienst Toeslagen, Berekening zorgtoeslag 2022: 'vastgesteld op € 22.356' — gelijk aan de tekst; 2022 geeft dus geen bewijs over de afrondingspraktijk van DISCREPANCIES.md #1.

Waarde in het dossier: 108%.

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2022: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,848% van het drempelinkomen'), zoals gewijzigd bij Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag art. 1, rij 2022: 1,848%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2022: 'voor een verzekerde zonder partner op 1,848% van het drempelinkomen'), zoals gewijzigd bij Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag art. 1, rij 2022 · 2022 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim); Stb. 2021, 574 (besluit van 23 november 2021, schema 2022–2040, rij 2022; nota van toelichting tabel 1: 2021 1,915%, 2022 1,848% = −0,067 procentpunt koopkrachtmaatregel +0,015 procentpunt dekking vrijwaringsgrens; primaire tekst gelezen 2026-10-12) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2022: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,225% van het drempelinkomen') jo. Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag art. 1, rij 2022: 4,225%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2022: 'voor verzekerden met een partner vastgesteld op 4,225% van het drempelinkomen') jo. Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag art. 1, rij 2022 · 2022 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim); Stb. 2021, 574 (rij 2022; tabel 1: 2021 eveneens 4,225%: 4,210% na het vorige besluit +0,015 procentpunt) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2022: 'vermeerderd met 13,610% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) jo. Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag art. 1, rij 2022: 13,610%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 3 (tekst 2022: 'vermeerderd met 13,610% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat', gelijk met en zonder partner) jo. Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag art. 1, rij 2022 · 2022 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim); Stb. 2021, 574 ('De afbouwpercentages ... veranderen niet') · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4: 50%

Wet op de zorgtoeslag art. 2 lid 4 · 2022 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim, zelfde tekst als 2023–2026) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2022) (rendementsgrondslag, art. 5.3 Wet IB 2001, begin berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet): € 120.020

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2022) (rendementsgrondslag, art. 5.3 Wet IB 2001, begin berekeningsjaar; vrijstelling art. 5.13 Wet IB 2001 telt niet) · 2022 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim); gewijzigd bij Regeling van de Minister van VWS van 15 november 2021, kenmerk 3280145-1019366-MEVA, Stcrt. 2021, 47692 (van € 118.479; tabelcorrectiefactor; primaire tekst gelezen 2026-10-12) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2022) (gezamenlijke rendementsgrondslag; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner): € 151.767

Wet op de zorgtoeslag art. 2a lid 1 (tekst 2022) (gezamenlijke rendementsgrondslag; alleen bij het gehele berekeningsjaar dezelfde partner) · 2022 · draft
Bron: BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim); Stcrt. 2021, 47692 (van € 149.819) · tekst

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2022) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4

Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2022) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 · 2022 · draft
Bron: Regeling van de Minister van VWS van 9 november 2021, Stcrt. 2021, 46565, art. I (bijlage 4 Rzv voor 2022; in werking 01-01-2022), zoals gecorrigeerd bij Regeling van 16 november 2021, kenmerk 3262512-1016081-Z, Stcrt. 2021, 47687, art. I onderdeel E (Liechtenstein 0,9229 → 0,9172; 'een inmiddels achterhaald verhoudingsgetal'), in werking 01-01-2022 ná Stcrt. 2021, 46565 (toelichting: aanwijzing 5.70). Beide primaire teksten gelezen 2026-10-12; gecontroleerd tegen de geconsolideerde bijlage 4 (BWBR0018715, geldend van 01-01-2022 t/m 31-01-2022). Dezelfde (gecorrigeerde) getallen in Dienst Toeslagen, Berekening zorgtoeslag 2022, tabel woonlandfactor 2022 · tekst
Landcodes ISO 3166-1 alpha-2, toegevoegd door het project; de bijlage noemt alleen de landnaam. De Dienst schrijft in 2022 Bondsrepubliek Duitsland, Grootbrittannië, Macedonië en Kaap-Verdië; de bijlage Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Noord-Macedonië en Kaapverdië. In 2022 liggen drie factoren boven 1 (IJsland 1,3388, Noorwegen 1,3213) of eronder waar zij in 2023 1,0000 werden (Denemarken 0,9836, Liechtenstein 0,9172): de factoren van 2022 zijn nog berekend met de oude indexeringsmethode (toelichting Stcrt. 2023, 29907).
LandCodeWoonlandfactor
BelgiëBE0.7369
Bosnië-HerzegovinaBA0.0715
BulgarijeBG0.0893
CyprusCY0.1504
DenemarkenDK0.9836
DuitslandDE0.8138
EstlandEE0.2684
FinlandFI0.6716
FrankrijkFR0.8816
GriekenlandGR0.2271
HongarijeHU0.1521
IJslandIS1.3388
IerlandIE0.9185
ItaliëIT0.5233
KaapverdiëCV0.0177
KroatiëHR0.1945
LetlandLV0.1231
LiechtensteinLI0.9172
LitouwenLT0.2830
LuxemburgLU0.7491
MaltaMT0.3956
MarokkoMA0.0253
MontenegroME0.0821
Noord-MacedoniëMK0.0567
NoorwegenNO1.3213
OostenrijkAT0.6732
PolenPL0.1829
PortugalPT0.2727
RoemeniëRO0.1113
ServiëRS0.0810
SloveniëSI0.3645
SlowakijeSK0.2471
SpanjeES0.4019
TsjechiëCZ0.2917
TunesiëTN0.0258
TurkijeTR0.0643
Verenigd KoninkrijkGB0.6308
ZwedenSE0.7751
ZwitserlandCH0.7145

Awir

Awir art. 7 lid 3 (rendementsgrondslag belanghebbende, begin berekeningsjaar): € 31.747

Awir art. 7 lid 3 (rendementsgrondslag belanghebbende, begin berekeningsjaar) · 2022 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12); bedrag 2022 vastgesteld bij Bijstellingsregeling directe belastingen 2022, Stcrt. 2021, 48308, art. V onder A (van € 31.340; primaire tekst gelezen 2026-10-12; ontstaansbron van de versie 01-01-2022 volgens de wetstechnische informatie); vervangen per 01-01-2023 door € 33.748 (Stcrt. 2022, 32674) · tekst
Geldt alleen voor regelingen zonder eigen grens; niet voor de zorgtoeslag. De Dienst noemt dit bedrag in zijn leaflet 2022 'de vermogensvrijstelling per persoon' en het verschil tot de Wzt-grens (€ 88.273) 'een vrijstellingsbedrag'.

Awir art. 7 lid 3, tweede volzin (gezamenlijke rendementsgrondslag): € 63.494

Awir art. 7 lid 3, tweede volzin (gezamenlijke rendementsgrondslag) · 2022 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12); Stcrt. 2021, 48308, art. V onder A (van € 62.680) · tekst

Awir art. 7 lid 6: € 5.110

Awir art. 7 lid 6 · 2022 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim); Stcrt. 2021, 48308, art. V onder A (van € 5.044); vervangen per 01-01-2023 door € 5.432 · tekst

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's.

Awir art. 14 lid 4 · 2022 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12); dezelfde tekst in 2023 t/m 2026 · tekst

Waarde in het dossier: € 1.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend indien deze minder dan € 24 zou bedragen.

Awir art. 14 lid 5 · 2022 · draft
Bron: BWBR0018472, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12) · tekst

Waarde in het dossier: € 24.

Wijzigingen die in 2022 ingingen

EffectiveText / articleOldNewInstrumentEncoded inNotes
2022-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentage drempelinkomen, zonder partner1,915% (2021: 1,885% after Stb. 2020, 452 plus 0,030 point, amendement Snels/Lodders)1,848%Stb. 2021, 574 (besluit van 23 november 2021), art. I, schema 2022–2040; nota van toelichting tabel 1: −0,067 procentpunt (koopkrachtmaatregel alleenstaanden) + 0,015 procentpunt (dekking vrijwaringsgrens)zorgtoeslag/parameters/2022.yaml2026-10-12. Primary text read. The 2021 figures are taken from the besluit's own table 1, not from the 2021 Wzt text (not yet read).
2022-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentage drempelinkomen, met partner4,225% (2021: 4,195% + 0,030 point)4,225% (4,210% after the previous besluit + 0,015 point)idemidem2026-10-12. Unchanged in value, re-set by the besluit.
2022-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentage boven drempelinkomen13,580% (2021, read in the consolidated text of 01-01-2021, 2026-10-13)13,610%Stb. 2020, 452, art. I, rij 2022 (the schema's yearly +0,030 point); Stb. 2021, 574 left the row as it stood ("De afbouwpercentages ... veranderen niet")idemCorrected 2026-10-13. As written on 2026-10-12 this row read 13,610% → 13,610%: the sentence in Stb. 2021, 574 was taken to mean 2021 = 2022, where it means that Stb. 2021, 574 did not touch the 2022 row set by Stb. 2020, 452. Stb. 2021, 574's own tabel 1 gives 2021 13,58% and 2022 13,61%.
2022-01-01Wzt art. 2a lid 1 — vermogensgrens zonder partner€ 118.479€ 120.020Regeling van de Minister van VWS van 15 november 2021, kenmerk 3280145-1019366-MEVA, Stcrt. 2021, 47692, art. I (tabelcorrectiefactor; Wzt art. 2a lid 2)idem2026-10-12. Primary text read.
2022-01-01Wzt art. 2a lid 1 — gezamenlijke vermogensgrens€ 149.819€ 151.767idemidem2026-10-12.
2022-01-01Standaardpremie (Wzt art. 4)€ 1.705 (Stcrt. 2020, 62033, read in primary 2026-10-13)€ 1.749Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2022, Stcrt. 2021, 47872 (regeling van 23 november 2021, kenmerk 3262509-1016080-Z), art. 1idem2026-10-12. Toelichting: € 1.522 gemiddelde nominale premie + € 227 gemiddeld verplicht eigen risico.
2022-01-01WML art. 8 lid 1 onder a — maandbedrag (basis drempelinkomen, Wzt art. 1 lid 1 onder f as it then read)€ 1.701,00 (per 1 juli 2021, per the regeling's note)€ 1.725,00Regeling van de Staatssecretaris van SZW van 12 oktober 2021, nr. 2021-0000161578, Stcrt. 2021, 44177, art. 1 onder a (aanpassingspercentage 1,41%)idem2026-10-12. Drempelinkomen 2022 € 22.356,00 exactly → 2023 € 25.069,824.
2022-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — woonlandfactoren (Wzt art. 3 lid 2, 2022 text)2021 table (not read)2022 table, e.g. België 0,7369, Duitsland 0,8138, Noorwegen 1,3213, IJsland 1,3388Regeling van de Minister van VWS van 9 november 2021, Stcrt. 2021, 46565, art. I (in force 01-01-2022)idem2026-10-12. Primary text read; checked against the consolidated BWBR0018715 version of 01-01-2022 and the Dienst's 2022 leaflet. The 2022 factors were still computed by the old indexation method (toelichting Stcrt. 2023, 29907), which is why four of them exceed or approach 1 where 2023 has 1,0000.
2022-01-01Regeling zorgverzekering bijlage 4 — Liechtenstein, corrected before taking effect0,9229 (Stcrt. 2021, 46565 as published)0,9172Regeling van de Minister van VWS van 16 november 2021, kenmerk 3262512-1016081-Z, Stcrt. 2021, 47687, art. I onderdeel E ("een inmiddels achterhaald verhoudingsgetal"; in force 01-01-2022 after Stcrt. 2021, 46565, toelichting: aanwijzing 5.70)idem2026-10-12. The second pre-effect correction of a woonlandfactor table found (2023: Stcrt. 2022, 32002, four countries). The Dienst's 2022 leaflet has 0,9172.
2022-01-01Awir art. 7 lid 3 — vermogensgrens (general)€ 31.340 / € 62.680€ 31.747 / € 63.494Bijstellingsregeling directe belastingen 2022, Stcrt. 2021, 48308, art. V onder Aawir/parameters/2022.yaml2026-10-12. Also art. 7 lid 4 € 31.340 → € 31.747; lid 6 € 5.044 → € 5.110; art. 26a lid 1 € 98 → € 100. Not used by zorgtoeslag (Wzt art. 2a lid 1 derogates). The Dienst's 2022 leaflet presents € 31.747 as "de vermogensvrijstelling per persoon" plus "een vrijstellingsbedrag van € 88.273" = € 120.020.
2022-01-01Wzt art. 2 lid 3 — percentages 2022 as first set, revised before taking effect1,900% / 4,210% / 13,610% (2022 row of Stb. 2020, 452)1,848% / 4,225% / 13,610%Stb. 2021, 574, art. Izorgtoeslag/parameters/2022.yaml2026-10-13. The fourth pre-effect revision of a schema row found (after 2023 and 2024 by Stb. 2022, 472, 2025 by Stb. 2024, 351, 2026 by Stb. 2025, 412).