toeslagrecht

Voorbeeld zt-2019-rul-004

zorgtoeslag · 2019 · bron: ruling · niet geverifieerd

De bron

ABRvS 17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2396 (zaaknr. 202106083/1/A2), r.o. 1 en 4.2: 'Op 16 september 2020 ontvangt de Belastingdienst/Toeslagen een melding van de Basisregistratie inkomen dat het inkomen van [appellant] voor 2019 is vastgesteld op € 3.665,00, de grondslag sparen en beleggen op € 106.904,00 en het voordeel uit sparen en beleggen op € 2.948,00. Vanwege de te hoge grondslag sparen en beleggen heeft de Belastingdienst/Toeslagen bij het besluit van 6 november 2020 ... de zorgtoeslag voor 2019 definitief op nihil berekend en een bedrag van € 2.323,00 teruggevorderd.' 'Uit de Basisregistratie inkomen blijkt dat het vermogen van [appellant] over 2019 na aftrek van het heffingvrij vermogen is berekend op € 106.904,00. De rechtbank heeft daarbij terecht overwogen dat op grond van artikel 2a, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag - zoals dit artikel op 1 januari 2019 luidde - geen aanspraak op zorgtoeslag bestaat als de grondslag sparen en beleggen in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 84.416,00.' Hoger beroep ongegrond

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2022:2396 (opgehaald 2026-10-26)

Wat is ingevuld

partner
True
partner_verzekerd
True
hele_jaar_dezelfde_partner
—
toetsingsinkomen_aanvrager
3665
toetsingsinkomen_partner
0
rendementsgrondslag
167624

Verwacht en berekend

VeldVerwacht (bron)Berekend (wettekst)Gelijk
tegemoetkoming0.000.00 (exact 0)ja

Eerste uitkomst van de Dienst op de VERMOGENSTOETS in het corpus: zorgtoeslag 2019 definitief nihil omdat de grondslag sparen en beleggen (€ 106.904) boven de € 84.416 van Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2019) lag, bij een inkomen van € 3.665. De uitspraak noemt de grondslag ná aftrek van het heffingvrij vermogen (Wet IB 2001 art. 5.2); de encoding vraagt de rendementsgrondslag en trekt het heffingvrije vermogen van 2019 (€ 30.360, art. 5.5) zelf af — tweemaal bij het hele jaar dezelfde partner (art. 5.2 lid 2), wat zij bij een partner zonder tegenbericht aanneemt. De invoer € 167.624 is daarom GERECONSTRUEERD: € 106.904 + 2 × € 30.360, zodat de encoding op precies de grondslag van de uitspraak uitkomt; zonder partner zou het € 137.264 zijn (+ 1 × € 30.360). De uitkomst hangt daar niet van af: € 106.904 ligt boven € 84.416 onder elke lezing. Dat er een partner was, noemt de uitspraak niet; het voorschot van hetzelfde jaar (zt-2019-rul-003, € 2.314 = het maximum met partner) bewijst het. Het teruggevorderde bedrag (€ 2.323) is € 9 meer dan het voorschot van € 2.314; de uitspraak verklaart dat niet en het is geen invoer. Wordt 'verified' op dezelfde voet (ASKS.md 9).

Stap voor stap, volgens de wettekst

Naar de letter van de wet krijgt u in 2019

€ 0 per jaar

Uw vermogen op 1 januari is hoger dan de grens van dat jaar. Dan is er volgens de wet het hele jaar geen zorgtoeslag.

Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.

Alle regels in deze berekening: draft.

  1. Uw toetsingsinkomen en dat van uw partner tellen samen. Uitkomst: € 3.665,00.

    Awir art. 7 lid 1 · draft3665 + 0

  2. Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: boven de grens: geen zorgtoeslag.

    Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2019) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)) · draftGezamenlijke grondslag sparen en beleggen 167624 − 2 × heffingvrij vermogen 30360 (Wet IB 2001 art. 5.2 lid 2, art. 5.5) = 106904 > € 84416: geen aanspraak.