toeslagrecht

Verschil #12

2026-10-30 · zorgtoeslag / 2020 · status open

De tekst hieronder is in het Engels, zoals het logboek het bijhoudt.

Wet op de zorgtoeslag art. 1 lid 1 onder f (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026); Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag art. 8 lid 1 onder b. Dezelfde tekst in de versies van 01-01-2025 en 01-01-2024.

Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026).

Wzt art. 2 lid 2 en lid 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026; percentages per jaar in parameters/).

Awir art. 14 lid 4: "Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's." (BWBR0018472, geldend van 01-01-2026; dezelfde tekst in de versies van 01-01-2025 en 01-01-2024, verbatim gelezen 2026-10-08 en 2026-10-09. De wetstechnische informatie van art. 14 vermeldt geen enkele wijziging van het artikel, geraadpleegd 2026-10-09.) De bedragen van art. 7 lid 3, 4 en 6 en art. 26a per jaar staan in parameters/<jaar>.yaml (2024, 2025: Stcrt. 2024, 38492; 2026: Stcrt. 2025, 40487; 2023: tekst van 01-01-2023, verbatim gelezen 2026-10-11, ontstaan uit Stcrt. 2022, 32674; 2022: Stcrt. 2021, 48308; 2021: tekst van 01-01-2021, verbatim gelezen 2026-10-13 — het eerste jaar van de rendementsgrondslag-toets van art. 7 lid 3, Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. III, en lid 6 uit Stcrt. 2020, 64406; 2020: tekst van 01-01-2020, verbatim gelezen 2026-10-14 — art. 7 lid 3 noemde toen geen bedrag maar ontzegde de tegemoetkoming zodra voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking werd genomen, lid 6 € 4.964); de zorgtoeslag gebruikt ze niet (Wzt art. 3 lid 1; in 2020 t/m 2024 art. 2a lid 1).

Date
2026-10-30
Case
zt-2020-rul-020 (definitieve berekening 2020)
Toeslag / year
zorgtoeslag / 2020
Encoding outcome
€ 543: the text of 2020 zonder partner at a toetsingsinkomen of € 26.645 — € 1.642 − (1,830% × € 21.430,656 + 13,550% × € 5.214,344) = € 1.642 − € 1.098,72 = € 543,28, rounded once (Awir art. 14 lid 4); met partner the text gives € 1.690
Government outcome
€ 814: Dienst Toeslagen, as quoted in Rechtbank Amsterdam 23 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1604: 'Met het besluit van 1 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de huur- en zorgtoeslag van eiseres over het jaar 2020 definitief berekend en vastgesteld op € 1.189,- respectievelijk € 814,-' on the inspecteur's jaarinkomen of € 26.645 (an ontslagvergoeding counted). The voorschot of the same ruling, € 1.250 at a geschat € 16.712, is zt-2020-rul-019 and passes. The ruling says € 440 zorgtoeslag was reclaimed, which is not € 1.250 − € 814
Rule(s)
zt-2026-art1-1f, zt-2026-art2-1, zt-2026-art2-2, awir-2026-art14-4 (parameters 2020: standaardpremie € 1.642, Stcrt. 2019, 64399; 1,830% / 13,550%, Stb. 2019, 386; WML januari 2020 € 1.653,60, Stcrt. 2019, 56680)
Status
open
Classification argued in
CHANGELOG.md 2026-10-30: noticed, not yet investigated. The ruling names no partner, no months, no woonland and no other income for the zorgtoeslag; a part of the year cannot explain an amount above the text's whole-year amount zonder partner, and a partner gives € 1.690. The computation itself was not in dispute before the rechtbank. To be classified when a reading of the text or a fact about the case explains it