toeslagrecht

normpremie

Status: draft · regel zt-2026-art2-2

Wzt art. 2 lid 2 en lid 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026; percentages per jaar in parameters/).

Het artikel zoals de regel het aanhaalt · draft

In gewoon Nederlands: De normpremie is wat de wet vindt dat u zelf aan premie kunt betalen. Zonder partner: 1,912% van het drempelinkomen. Met partner: 4,289% van het drempelinkomen. Daarbovenop, voor beiden: 13,730% van het deel van uw (gezamenlijke) toetsingsinkomen dat boven het drempelinkomen uitkomt. (Percentages 2026; 2025: 1,896% / 4,273% / 13,700%; 2024: 1,879% / 4,256% / 13,670%, in 2024 nog in de wettekst van lid 3 zelf; 2023: 0,123% / 2,378% / 13,640%, de eenmalige verlaging van Stb. 2022, 472 voor dat ene jaar, eveneens in de wettekst; 2022: 1,848% / 4,225% / 13,610% (Stb. 2021, 574); 2021: 1,915% / 4,225% / 13,580% — eerst 1,885% / 4,195% bij Stb. 2020, 452, vóór de inwerkingtreding +0,030 procentpunt bij amendement Snels/Lodders, Stb. 2020, 543, art. III; 2020: 1,830% / 4,140% / 13,550% (Stb. 2019, 386: de normpercentages structureel 0,19 procentpunt lager dan het schema, koopkrachtbesluitvorming 2020; 2019: 2,005% / 4,315% / 13,520% (tekst van 01-01-2019 gelezen 2026-10-18; Stb. 2018, 431, dat het normpercentage met partner met ingang van 2019 structureel 0,45 procentpunt verlaagde, 4,765% → 4,315%, en de andere twee op hun schema liet; 2018: 1,990% / 4,750% / 13,490% (tekst van 01-01-2018 gelezen 2026-10-19; Stb. 2017, 436, dat de normpercentages met ingang van 2018 structureel 0,33 en 0,32 procentpunt verlaagde als koopkrachtmaatregel en het afbouwpercentage op zijn schema liet; 2017: 2,305% / 5,055% / 13,460% (tekst van 01-01-2017 en van 01-07-2017 gelezen 2026-10-21; Stb. 2016, 469, dat de normpercentages met ingang van 2017 structureel 0,35 en 0,70 procentpunt verlaagde — de tijdelijke verhoging van 2015 en 2016 structureel gemaakt — en het afbouwpercentage op zijn schema liet; 2016 was 2,380% / 5,220% / 13,430% in de tekst van 01-01-2016, gelezen 2026-10-21). Bron: Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag, Stb. 2012, 627 (2014: 2,410% / 5,210% / 9,118%, tekst van 01-01-2014 gelezen 2026-10-24; het besluit van 30 november 2012 verwerkte vanaf 2013 de Wul (+0,25 punt op alle drie), de compensatie van het € 115 hogere eigen risico (−0,60 / −1,20 norm, +0,923 afbouw) en het koopkrachtreparatiepakket van het Begrotingsakkoord 2013 (−0,60 / −0,40 norm, +1,70 afbouw); 2013: 2,195% / 4,695% / 8,713%, tekst van 01-01-2013 gelezen 2026-10-24 en 2026-10-25, de eerste rij van het besluit; 2012 was 2,930% / 5,530% / 5,435%, tekst van 01-01-2012 gelezen 2026-10-25) → Stb. 2014, 488 (2015: 2,395% / 5,265% / 13,400%, tekst van 01-01-2015 gelezen 2026-10-23: het afbouwpercentage structureel van 9,118% naar 13,400%, de normpercentages alleen voor 2015 met 0,23 en 0,46 procentpunt verlaagd; de tekst van 16-07-2014: 2,410% / 5,210% / 9,118%) → Stb. 2015, 472 (2016: 2,380% / 5,220% / 13,430%, tekst van 01-01-2016 gelezen 2026-10-22; de normpercentages alleen voor 2016 0,26 en 0,52 procentpunt verlaagd, de verlenging van de tijdelijke verhoging) → Stb. 2016, 469 → Stb. 2017, 436 → Stb. 2018, 431 → Stb. 2019, 386 → Stb. 2020, 452 → Stb. 2021, 574 → Stb. 2022, 472 → Stb. 2024, 351 → Stb. 2025, 412.)

De berekening

normpremie(toetsingsinkomen, partner, jaar). Het deel boven het drempelinkomen is nul als het toetsingsinkomen onder het drempelinkomen ligt ("voor zover ... te boven gaat").

Waar de wet ruimte laat

geen.

Versies per jaar

Voorbeelden die deze regel testen

Verschillen en geschillen