Verschil #14
2026-11-01 · zorgtoeslag / 2022 · status government
De tekst hieronder is in het Engels, zoals het logboek het bijhoudt.
Wzt art. 2 lid 2 en lid 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026; percentages per jaar in
parameters/).
Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026).
Awir art. 14 lid 4: "Het bedrag van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro's." (BWBR0018472, geldend van 01-01-2026; dezelfde tekst in de versies van 01-01-2025 en 01-01-2024, verbatim gelezen 2026-10-08 en 2026-10-09. De wetstechnische informatie van art. 14 vermeldt geen enkele wijziging van het artikel, geraadpleegd 2026-10-09.) De bedragen van art. 7 lid 3, 4 en 6 en art. 26a per jaar staan in
parameters/<jaar>.yaml(2024, 2025: Stcrt. 2024, 38492; 2026: Stcrt. 2025, 40487; 2023: tekst van 01-01-2023, verbatim gelezen 2026-10-11, ontstaan uit Stcrt. 2022, 32674; 2022: Stcrt. 2021, 48308; 2021: tekst van 01-01-2021, verbatim gelezen 2026-10-13 — het eerste jaar van de rendementsgrondslag-toets van art. 7 lid 3, Wet aanpassing box 3, Stb. 2020, 546, art. III, en lid 6 uit Stcrt. 2020, 64406; 2020: tekst van 01-01-2020, verbatim gelezen 2026-10-14 — art. 7 lid 3 noemde toen geen bedrag maar ontzegde de tegemoetkoming zodra voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking werd genomen, lid 6 € 4.964); de zorgtoeslag gebruikt ze niet (Wzt art. 3 lid 1; in 2020 t/m 2024 art. 2a lid 1).
- Date
- 2026-11-01
- Case
zt-2022-rul-016(definitieve berekening 2022)- Toeslag / year
- zorgtoeslag / 2022
- Encoding outcome
- € 560: the text of 2022 zonder partner at a toetsingsinkomen of € 28.053 — normpremie 1,848% × € 22.356 + 13,610% × € 5.697 = € 1.188,500580 (Wzt art. 2 lid 3), aanspraak € 1.749 − € 1.188,500580 = € 560,499420, rounded once, rekenkundig, to € 560 (Awir art. 14 lid 4)
- Government outcome
- € 561: Dienst Toeslagen, as quoted in Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 februari 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:877: 'Met het besluit van 15 september 2023 (primair besluit) heeft de Dienst Toeslagen eisers zorgtoeslag over het jaar 2022 definitief berekend op € 561,- en het te veel verstrekte voorschot van € 781,- teruggevorderd.' on 'Het inkomen wordt vastgesteld op € 28.053,-.' The € 781 reclaimed is € 1.336 − € 561 (the voorschot is
zt-2022-rul-015and passes) - Rule(s)
zt-2026-art2-2,zt-2026-art2-1,awir-2026-art14-4(parameters 2022: standaardpremie € 1.749, Stcrt. 2021, 47872; 1,848% / 13,610%, Stb. 2021, 574; WML januari 2022 € 1.725,00, Stcrt. 2021, 44177 → drempelinkomen € 22.356 exactly, so #1 plays no part)- Status
government- Classification argued in
CHANGELOG.md2026-11-01. The Dienst's € 561 follows exactly if the normpremie is first put in whole cents (€ 1.188,50): € 1.749 − € 1.188,50 = € 560,50 → € 561. No article provides for rounding the normpremie; Wzt art. 2 lid 3 defines it as a sum of percentages and Awir art. 14 lid 4 rounds the tegemoetkoming, once. The 2022 leaflet computes with intermediate cents (#7), which is the same method; this is the first decision in the record where that method moves a whole euro — the margin is 0,06 cent. Same shape as #1 and #10: an intermediate rounding the text does not have. One ruling, one euro, the ruling's two figures not yet verified (ASKS.md 9); a second such decision, or a written rule on cents, re-argues it