toeslagrecht

Voorbeeld zt-2017-rul-007

zorgtoeslag · 2017 · bron: ruling · niet geverifieerd

De bron

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1072 (201908492/1/A2), ook ECLI:NL:RVS:2021:1071 (201907402/1/A2, dezelfde appellant), procesverloop en r.o. 5: 'Bij besluit van 31 december 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2017 definitief vastgesteld op € 533,00'; 'De woonlandfactor voor Marokko is 0,0125 in 2017 en 2018.'; 'De Belastingdienst/Toeslagen heeft de zorgtoeslag waarop [appellant] en zijn partner aanspraak kunnen maken vastgesteld door bij de standaardpremie ten behoeve van [appellant] (€ 1.530,00 voor 2017 en € 1.546,00 voor 2018) de standaardpremie vermenigvuldigd met de woonlandfactor voor Marokko voor zijn in dat land wonende partner (€ 19,125 voor 2017 en € 19,33 voor 2018) op te tellen. Het aldus verkregen totaalbedrag (€ 1.549,125 voor 2017 en € 1.565,33 voor 2018) is vervolgens verminderd met de normpremie voor verzekerden met een partner (€ 1.016,51 voor 2017 en € 971,42 voor 2018). Het verschil bedraagt in 2017 € 532,62 en in 2018 € 593,91.'; 'Als [appellant] alleenstaand zou zijn geweest had hij in 2017 en 2018 aanspraak kunnen maken op de maximale zorgtoeslag van € 88,00 respectievelijk € 94,00 per maand.' De Afdeling: 'Gelet hierop heeft de Belastingdienst/Toeslagen ten onrechte de standaardpremies van [appellant] en zijn partner bij elkaar opgeteld en de normpremie daarop in mindering gebracht.' '[appellant] heeft recht op de maximale zorgtoeslag van € 88,00 per maand in 2017 en € 94,00 per maand in 2018.' Hoger beroep gegrond, zelf afgedaan

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:1072 (opgehaald 2026-11-02)

Wat is ingevuld

partner
True
partner_verzekerd
False
aanvrager_verdragsgerechtigd
False
partner_verdragsgerechtigd
True
woonland
MA
toetsingsinkomen_aanvrager
0
toetsingsinkomen_partner
0
rendementsgrondslag
—
hele_jaar_dezelfde_partner
True

Verwacht en berekend

VeldVerwacht (bron)Berekend (wettekst)Gelijk
tegemoetkoming533.00—NEE

Een in Nederland wonende verzekerde met een in Marokko wonende verdragsgerechtigde partner (Zvw art. 69; woonlandfactor Marokko 0,0125). De uitspraak noemt geen toetsingsinkomen; de door de Dienst toegepaste normpremie met partner (€ 1.016,51) is het normpercentage over het drempelinkomen alleen, zodat het gezamenlijke toetsingsinkomen niet boven het drempelinkomen lag; de case voert € 0 in — elk inkomen tot het drempelinkomen geeft dezelfde uitkomst. Verwacht is het bedrag van de Dienst: € 1.530 + € 1.530 × 0,0125 − normpremie = € 532,62 → € 533 (Awir art. 14 lid 4; via build.run_case nagerekend met partner_verdragsgerechtigd en woonland MA: de encoding geeft voor dit geval 'undetermined', omdat Wzt art. 3 (tekst 2017) de partner van een verdragsgerechtigde regelt en niet de verdragsgerechtigde partner van een verzekerde; het huidige art. 4a lid 3 is ingevoegd per 06-11-2024). De Afdeling kwam tot een andere uitkomst dan de Dienst én dan de tekst zoals de Dienst die leest: op grond van de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2006/07, 30 918, nr. 3) heeft de verzekerde zelf recht op het maximum zonder partner, € 88 per maand, en de partner afzonderlijk een aanspraak met de woonlandfactor. Het Handboek Toeslagen (hoofdstuk 21 §1.6.5) zegt daarover dat de wetgever (Kamerstukken II 2022/23, 36 357, nr. 3, blz. 20) heeft aangegeven dat het wetsartikel dat die passage toelichtte nooit in werking is getreden en dat art. 4a per 06-11-2024 is verduidelijkt zonder de berekening te wijzigen. Drie lezingen van één tekst: DISCREPANCIES.md #16 (law). De normpremie van de Dienst, € 1.016,51 = 5,055% × € 20.109: het drempelinkomen 2017 (tekst € 20.108,736) naar boven afgerond (DISCREPANCIES.md #1; de tekst geeft € 1.016,50 en € 532,63 → eveneens € 533). Het door de Afdeling aangehaalde maximum zonder partner 2017, € 88 per maand, is € 1.066 / 12 = € 88,83 naar beneden afgerond (#5): het eerste maandcijfer van de Dienst voor 2017 in het corpus.

Stap voor stap, volgens de wettekst

Naar de letter van de wet krijgt u in 2017

niet bepaald door de wet

Voor deze situatie zegt de wettekst van 2017 niet wat de uitkomst is. Hieronder staat waar de tekst ophoudt.

Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.

Alle regels in deze berekening: draft.

  1. Uw toetsingsinkomen en dat van uw partner tellen samen. Uitkomst: € 0,00.

    Awir art. 7 lid 1 · draft0 + 0

  2. Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: niet getoetst, want geen vermogen opgegeven.

    Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2017) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)) · draftGeen vermogen opgegeven; de vermogenstoets is niet uitgevoerd.

  3. Het drempelinkomen: 108% van twaalf keer het minimumloon per maand van januari. Uitkomst: € 20.108,74.

    Wzt art. 1 lid 1 onder f; WML art. 8 lid 1 onder a · draft108% × 12 × 1551.60

  4. De normpremie: wat u volgens de wet zelf aan premie kunt dragen. Uitkomst: € 1.016,50.

    Wzt art. 2 lid 2 en 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)) · draft5.055% × 20108.736 + 13.460% × max(0, 0 − 20108.736) = 1016.497 + 0

  5. Bent u zelf in Nederland verzekerd en is uw partner verdragsgerechtigd, dan bepaalt de wettekst van dit jaar niet welke standaardpremie voor uw partner telt. Uitkomst: niet bepaald door de wet.

    Wzt art. 3 (tekst 2017) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)); Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1-2 (tekst 2017) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 en bijlage 4 (woonlandfactoren 2017) · draftwoonlandfactor MA 2017 = 0.012; standaardpremie partner: niet bepaald door de wet

Wat de wet hier niet bepaalt