Voorbeeld zt-2017-rul-002
zorgtoeslag · 2017 · bron: ruling · niet geverifieerd
De bron
ABRvS 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4069 (zaaknr. 201901677/1/A2), r.o. 1 en 2: de Dienst heeft de zorgtoeslag 2017 'definitief vastgesteld op een lager bedrag dan de ontvangen voorschotten' omdat '[persoon] over de maand januari 2017 als de toeslagpartner van [appellante] moet worden aangemerkt' (tot 11 januari 2017 op hetzelfde adres, in 2016 ook toeslagpartner); 'Het gezamenlijke toetsingsinkomen van [appellante] en [persoon] over 2017 bedraagt € 35.410,00, waardoor [appellante] over de maand januari 2017 geen aanspraak heeft op huurtoeslag en zorgtoeslag'. R.o. 5.2–5.3: Awir art. 5 (wijziging na de eerste van de maand telt vanaf de volgende maand) en art. 7 lid 1 jo. art. 8 lid 1: het jaarinkomen van de partner telt voor die maand mee, 'geen ruimte de draagkracht van [persoon] per maand te bepalen'. Hoger beroep ongegrond
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:4069 (opgehaald 2026-10-26)
Wat is ingevuld
- partner
- True
- partner_verzekerd
- True
- toetsingsinkomen_aanvrager
- 35410
- toetsingsinkomen_partner
- 0
- rendementsgrondslag
- —
- maanden_aanspraak
- 1
Verwacht en berekend
| Veld | Verwacht (bron) | Berekend (wettekst) | Gelijk |
|---|---|---|---|
tegemoetkoming | 0.00 | 0.00 (exact 0) | ja |
Eén maand van 2017 (januari) met een toeslagpartner: de Dienst telde voor die maand het hele jaarinkomen van de partner mee (gezamenlijk € 35.410) en kwam voor januari op geen aanspraak; de Afdeling bevestigt dat Awir art. 7 lid 1 en art. 8 lid 1 geen maandelijkse draagkracht kennen. De encoding rekent met maanden_aanspraak: 1 en het gezamenlijke jaarinkomen en geeft nihil (de grens met partner ligt onder € 35.410, zie zt-2017-syn-026/-027). De verdeling van het inkomen over beide partners noemt de uitspraak niet; alles staat bij de aanvrager, wat voor Wzt art. 2 lid 2 niet uitmaakt. De elf maanden zonder partner (februari–december) zijn geen case: de uitspraak noemt het eigen inkomen van de aanvrager niet, alleen het jaartotaal van de zorgtoeslag 2017 (€ 978, procesverloop). Twee situaties in één jaar (Awir art. 5) zijn als zodanig niet gecodeerd; deze case is de maand met partner apart. Wordt 'verified' op dezelfde voet als de andere ruling-cases (ASKS.md 9).
Stap voor stap, volgens de wettekst
Naar de letter van de wet krijgt u over 1 maanden van 2017
€ 0 over die maanden
Berekend € 0,00 over het hele jaar; 1/12 daarvan is € 0,00, afgerond op hele euro’s (Awir art. 14 lid 4). Per maand is dat € 0,00. Dienst Toeslagen rondt eerst het jaarbedrag af en neemt daar 1/12 van: € 0, hetzelfde bedrag.
Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.
Alle regels in deze berekening: draft.
Uw toetsingsinkomen en dat van uw partner tellen samen. Uitkomst: € 35.410,00.
Awir art. 7 lid 1 · draft35410 + 0
Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: niet getoetst, want geen vermogen opgegeven.
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2017) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)) · draftGeen vermogen opgegeven; de vermogenstoets is niet uitgevoerd.
Het drempelinkomen: 108% van twaalf keer het minimumloon per maand van januari. Uitkomst: € 20.108,74.
Wzt art. 1 lid 1 onder f; WML art. 8 lid 1 onder a · draft108% × 12 × 1551.60
De normpremie: wat u volgens de wet zelf aan premie kunt dragen. Uitkomst: € 3.076,05.
Wzt art. 2 lid 2 en 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)) · draft5.055% × 20108.736 + 13.460% × max(0, 35410 − 20108.736) = 1016.497 + 2059.55
Twee keer de standaardpremie min de normpremie; u en uw partner hebben samen één aanspraak. Uitkomst: € 0,00.
Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)); Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2017, art. 1 · draft1530 + 1530 − 3076.047
U had in 1 van de 12 maanden recht: de aanspraak wordt per kalendermaand bepaald, dus 1 twaalfde van het jaarbedrag. Uitkomst: € 0,00.
Het bedrag van de zorgtoeslag wordt afgerond op hele euro's. Uitkomst: € 0,00.
Awir art. 14 lid 4 · draft0 → afgerond
Is de zorgtoeslag minder dan € 24 per jaar, dan wordt zij niet toegekend. Uitkomst: € 0,00.
Awir art. 14 lid 5 · draft0
Per kalendermaand: het jaarbedrag gedeeld door twaalf. Uitkomst: € 0,00.
Wat de wet hier niet bepaalt
- zt-2020-art2-5oud: niet opgegeven of de partner zijn verzekeringsplicht (Zvw art. 2) is nagekomen (Wzt art. 2 lid 5, tekst 2020); gerekend alsof wel.
- deel van het jaar: de wet bepaalt de aanspraak per kalendermaand (Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2017; sinds 01-01-2021 lid 5)) en rondt het bedrag van de tegemoetkoming af (Awir art. 14 lid 4); zij zegt niet dat het jaarbedrag eerst wordt afgerond. Dienst Toeslagen rekent vanuit het afgeronde jaarbedrag: 0 × 1/12 = 0 → € 0 (ECLI:NL:RBMNE:2026:4437, 2023); de tekst gewoon gelezen geeft € 0 — hetzelfde bedrag.
- afronding maandbedrag: de wet rondt het jaarbedrag af (Awir art. 14 lid 4), niet het maandbedrag; Dienst Toeslagen deelt in haar tabellen het afgeronde jaarbedrag door twaalf en rondt naar beneden af op hele euro's (grondslag niet gevonden in Awir, Wzt of Uitvoeringsregeling Awir).