toeslagrecht

per kalendermaand

Status: draft · regel zt-2026-art2-5

Wzt art. 2 lid 5 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2026; in 2017 t/m 2020 lid 6, vernummerd per 01-01-2021 bij Stb. 2020, 543, art. III; het jaarbestand zegt het met artikel_maandbepaling).

Het artikel zoals de regel het aanhaalt · draft

In gewoon Nederlands: De zorgtoeslag wordt voor elke maand apart bepaald. Had u maar een deel van het jaar recht, dan krijgt u zoveel twaalfden van het jaarbedrag als u maanden met recht had.

De berekening

aanspraak_maand = aanspraak_jaar / 12, onafgerond. Sinds 2026-10-20 ook een deel van het jaar: invoer maanden_aanspraak (1–12, standaard 12); bij minder dan 12: aanspraak_periode = aanspraak_jaar × maanden / 12, onafgerond, en daarop pas Awir art. 14 lid 4 (afronding) en lid 5 (minimum) → tegemoetkoming. Het hele-jaarbedrag blijft apart beschikbaar (tegemoetkoming_jaar). Welke maand meetelt (de maand waarin iemand verzekerde wordt of ophoudt dat te zijn), bepaalt de tekst niet: het aantal is invoer en de checker zegt dat.

Tekst

"De aanspraak op een zorgtoeslag wordt voor iedere kalendermaand afzonderlijk bepaald." (verbatim gelezen in de versies van 01-01-2023 en 01-01-2026, 2026-10-20; lid 6 laat nadere regels bij ministeriële regeling toe — de wetstechnische informatie van art. 2 noemt er geen, geraadpleegd 2026-10-09 en 2026-10-20).

Volgorde van afronden (niet door de tekst bepaald; de encoding volgt de tekst gewoon gelezen)

de tekst rondt het bedrag van de tegemoetkoming af (Awir art. 14 lid 4) en zegt nergens dat het jaarbedrag eerst wordt afgerond voordat het in twaalfden gaat. De Dienst Toeslagen doet dat wel: zij neemt het afgeronde jaarbedrag, vermenigvuldigt met maanden/12 en rondt opnieuw af — tot op de euro gereproduceerd uit Rechtbank Midden-Nederland 02-06-2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4437 (2023, 11 maanden: € 1.082 × 11/12 = € 991,83 → € 992, waar de tekst € 1.081,61 × 11/12 = € 991,48 → € 991 geeft; het herziene voorschot € 1.703 is onder beide lezingen gelijk). De encoding geeft het bedrag van de tekst als tegemoetkoming en dat van de Dienst als tegemoetkoming_praktijk_deeljaar, en zegt in de uitkomst wanneer zij verschillen (hoogstens € 1). DISCREPANCIES.md #9 (de regel ontbrak; encoding) en #10 (de volgorde; government), cases zt-2023-rul-002/-003.

Discretie (maandbedrag)

De wet rondt het jaarbedrag van de tegemoetkoming af (Awir art. 14 lid 4, ../awir/rules.md), niet het maandbedrag. De Dienst Toeslagen publiceert hele euro's per maand. Haar tabellen (alle rijen 2025 en 2026, cases/zt-*-tab-*) laten zien hoe: het afgeronde jaarbedrag gedeeld door twaalf, naar beneden afgerond (2025 met partner, € 34.000: € 2.243,83 → € 2.244 → € 187; niet € 186,99 → € 186). Haar rekenvoorbeelden drukken het onafgeronde maandbedrag af en ronden naar beneden (2024: 123,59 → 123; 109,50 → 109; 2025: 131,12 → 131; 2026: 129,20 → 129), wat met beide lezingen strookt. Geen grondslag gevonden in Wzt, Awir of Uitvoeringsregeling Awir (2026-10-08, 2026-10-09); het maandbedrag is een voorschot (Awir art. 16) en hoe dat in termijnen wordt gesplitst, staat niet in de gelezen teksten. De encoding toont het onafgeronde maandbedrag (aanspraak_maand) en de praktijk (aanspraak_maand_afgerond_praktijk, berekend uit het afgeronde hele-jaarbedrag) apart; DISCREPANCIES.md #5. Voor 2022 rondde de Dienst het maandbedrag in haar rekenvoorbeeld rekenkundig af (€ 44,89 → € 45), wat geen enkel naar-beneden-model geeft; het parameterbestand 2022 draagt daarom maand_afronding_praktijk: rekenkundig (één voorbeeld, als praktijk gemerkt; DISCREPANCIES.md #8). De praktijkregel is per jaar een parameter, geen wet. Een jaar waarin de invoer zelf verandert (partner erbij of weg, een ander inkomen per maand; Awir art. 5) codeert de encoding nog niet: zij rekent één situatie over het aantal maanden dat u opgeeft.

Versies per jaar

Voorbeelden die deze regel testen

Verschillen en geschillen