Voorbeeld zt-2019-rul-013
zorgtoeslag · 2019 · bron: ruling · niet geverifieerd
De bron
Rechtbank Limburg 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:8373 (zaaknr. ROE 21/861), citaten uit de uitspraak: 'Verweerder heeft de zorgtoeslag over 2019 berekend op basis van een gezamenlijk toetsingsinkomen van eiser en zijn echtgenote in 2019 van € 34.891,-.' 'Uitgaande van dit toetsingsinkomen heeft eiser over het jaar 2019 recht op € 428,- zorgtoeslag.'
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:8373 (opgehaald 2026-10-30)
Wat is ingevuld
- partner
- True
- partner_verzekerd
- True
- toetsingsinkomen_aanvrager
- 34891
- toetsingsinkomen_partner
- 0
- rendementsgrondslag
- —
Verwacht en berekend
| Veld | Verwacht (bron) | Berekend (wettekst) | Gelijk |
|---|---|---|---|
tegemoetkoming | 428.00 | 428.00 (exact 428) | ja |
Definitieve berekening 2019: € 428 bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van eiser en zijn echtgenote van € 34.891, waarin een nabetaling Wajong van het UWV meetelt. De tekst van 2019: 2 × € 1.609 − (4,315% × € 20.940,768 + 13,520% × € 13.950,232) = € 428,33 → € 428 (Awir art. 14 lid 4). Het gezamenlijke inkomen is als inkomen van de aanvrager ingevoerd (partner € 0). € 1.904 teruggevorderd; het voorschot zelf (€ 2.332 zou volgen, een afgeleid bedrag) staat niet in de uitspraak en is geen case. Wordt 'verified' op dezelfde voet (ASKS.md 9).
Stap voor stap, volgens de wettekst
Naar de letter van de wet krijgt u in 2019
€ 428 per jaar
Berekend € 428,33 per jaar, afgerond op hele euro’s (Awir art. 14 lid 4). Per maand is dat € 35,69. Dienst Toeslagen betaalt hele euro’s per maand en komt dan op € 35; waar dat afronden per maand in de wet staat, hebben wij niet gevonden.
Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.
Alle regels in deze berekening: draft.
Uw toetsingsinkomen en dat van uw partner tellen samen. Uitkomst: € 34.891,00.
Awir art. 7 lid 1 · draft34891 + 0
Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: niet getoetst, want geen vermogen opgegeven.
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2019) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)) · draftGeen vermogen opgegeven; de vermogenstoets is niet uitgevoerd.
Het drempelinkomen: 108% van twaalf keer het minimumloon per maand van januari. Uitkomst: € 20.940,77.
Wzt art. 1 lid 1 onder f; WML art. 8 lid 1 onder a · draft108% × 12 × 1615.80
De normpremie: wat u volgens de wet zelf aan premie kunt dragen. Uitkomst: € 2.789,67.
Wzt art. 2 lid 2 en 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)) · draft4.315% × 20940.768 + 13.520% × max(0, 34891 − 20940.768) = 903.594 + 1886.071
Twee keer de standaardpremie min de normpremie; u en uw partner hebben samen één aanspraak. Uitkomst: € 428,33.
Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)); Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2019, art. 1 · draft1609 + 1609 − 2789.666
Het bedrag van de zorgtoeslag wordt afgerond op hele euro's. Uitkomst: € 428,00.
Awir art. 14 lid 4 · draft428.334 → afgerond
Is de zorgtoeslag minder dan € 24 per jaar, dan wordt zij niet toegekend. Uitkomst: € 428,00.
Awir art. 14 lid 5 · draft428 ≥ 24
Per kalendermaand: het jaarbedrag gedeeld door twaalf. Uitkomst: € 35,69.
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2019; sinds 01-01-2021 lid 5) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)) · draft428.334 / 12
Wat de wet hier niet bepaalt
- zt-2020-art2-5oud: niet opgegeven of de partner zijn verzekeringsplicht (Zvw art. 2) is nagekomen (Wzt art. 2 lid 5, tekst 2020); gerekend alsof wel.
- afronding maandbedrag: de wet rondt het jaarbedrag af (Awir art. 14 lid 4), niet het maandbedrag; Dienst Toeslagen deelt in haar tabellen het afgeronde jaarbedrag door twaalf en rondt naar beneden af op hele euro's (grondslag niet gevonden in Awir, Wzt of Uitvoeringsregeling Awir).