Voorbeeld zt-2020-rul-011
zorgtoeslag · 2020 · bron: ruling · niet geverifieerd
De bron
Rechtbank Oost-Brabant 20 maart 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1536 (zaaknr. 24/71), r.o. 3, 5 en 7: 'Eiseres is op 21 oktober 2020 een notarieel samenlevingscontract aangegaan met haar partner ... Vervolgens heeft verweerder in de brief van 4 februari 2021 eiseres laten weten dat hij eiseres en [naam] als toeslagpartners aanmerkt, en dat – als gevolg hiervan – de zorgtoeslag zal worden herberekend. Dit is vervolgens gebeurd bij besluit van 13 maart 2021. Hierbij is het voorschot zorgtoeslag 2021 van eiseres en [naam] vastgesteld op € 1.786,-. Dit voorschot is gebaseerd op een geschat gezamenlijk toetsingsinkomen van € 25.939,-.' 'de voorschotten zorgtoeslag over 2021 als gevolg hiervan teruggevorderd tot een bedrag van € 1.805,- (inclusief € 19,- rente)' 'Volgens de destijds geldende wet wordt [naam] gedurende het gehele jaar aangemerkt als toeslagpartner, omdat eiseres en [naam] bij aanvang van 2020 al op hetzelfde adres stonden ingeschreven in de BRP.' Beroep gegrond (de terugvordering)
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:1536 (opgehaald 2026-10-28)
Wat is ingevuld
- partner
- True
- partner_verzekerd
- True
- toetsingsinkomen_aanvrager
- 25939
- toetsingsinkomen_partner
- 0
- rendementsgrondslag
- —
Verwacht en berekend
| Veld | Verwacht (bron) | Berekend (wettekst) | Gelijk |
|---|---|---|---|
tegemoetkoming | 1786.00 | 1786.00 (exact 1786) | ja |
Herzien voorschot van 13 maart 2021, € 1.786, voor het paar op een geschat gezamenlijk toetsingsinkomen van € 25.939, nadat het toeslagpartnerschap over heel 2020 was aangenomen (Awir art. 3 zoals het tot 1 januari 2021 luidde). De uitspraak schrijft op deze plaats 'voorschot zorgtoeslag 2021'; de case neemt 2020, om vier redenen: de zaak gaat alleen over de zorgtoeslag 2020 (r.o. 1, 5, 7); r.o. 5 noemt dezelfde terugvordering 'over 2021' waar het procesverloop 'over 2020' schrijft; het teruggevorderde bedrag, € 1.805 inclusief € 19 rente, is € 1.786 + € 19, dus het hele voorschot 2020; en het bedrag is met de tekst van 2020 op de euro na te rekenen, 2 × € 1.642 − (4,140% × € 21.430,656 + 13,550% × (€ 25.939 − € 21.430,656)) = € 1.785,89 → € 1.786 (Awir art. 14 lid 4; via build.run_case), terwijl de tekst van 2021 bij dit inkomen € 1.930 geeft. Dat is een lezing van de uitspraak door de operator; wie de case verifieert (ASKS.md 9), toetst ook die lezing. Partner verzekerd aangenomen: het bedrag bewijst twee standaardpremies. De verdeling van het gezamenlijke inkomen is niet gegeven en doet er voor de uitkomst niet toe.
Stap voor stap, volgens de wettekst
Naar de letter van de wet krijgt u in 2020
€ 1.786 per jaar
Berekend € 1.785,89 per jaar, afgerond op hele euro’s (Awir art. 14 lid 4). Per maand is dat € 148,82. Dienst Toeslagen betaalt hele euro’s per maand en komt dan op € 148; waar dat afronden per maand in de wet staat, hebben wij niet gevonden.
Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.
Alle regels in deze berekening: draft.
Uw toetsingsinkomen en dat van uw partner tellen samen. Uitkomst: € 25.939,00.
Awir art. 7 lid 1 · draft25939 + 0
Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: niet getoetst, want geen vermogen opgegeven.
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2020) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draftGeen vermogen opgegeven; de vermogenstoets is niet uitgevoerd.
Het drempelinkomen: 108% van twaalf keer het minimumloon per maand van januari. Uitkomst: € 21.430,66.
Wzt art. 1 lid 1 onder f; WML art. 8 lid 1 onder a · draft108% × 12 × 1653.60
De normpremie: wat u volgens de wet zelf aan premie kunt dragen. Uitkomst: € 1.498,11.
Wzt art. 2 lid 2 en 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draft4.140% × 21430.656 + 13.550% × max(0, 25939 − 21430.656) = 887.229 + 610.881
Twee keer de standaardpremie min de normpremie; u en uw partner hebben samen één aanspraak. Uitkomst: € 1.785,89.
Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)); Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, art. 1 · draft1642 + 1642 − 1498.11
Het bedrag van de zorgtoeslag wordt afgerond op hele euro's. Uitkomst: € 1.786,00.
Awir art. 14 lid 4 · draft1785.89 → afgerond
Is de zorgtoeslag minder dan € 24 per jaar, dan wordt zij niet toegekend. Uitkomst: € 1.786,00.
Awir art. 14 lid 5 · draft1786 ≥ 24
Per kalendermaand: het jaarbedrag gedeeld door twaalf. Uitkomst: € 148,82.
Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2020; sinds 01-01-2021 lid 5) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draft1785.89 / 12
Wat de wet hier niet bepaalt
- zt-2020-art2-5oud: niet opgegeven of de partner zijn verzekeringsplicht (Zvw art. 2) is nagekomen (Wzt art. 2 lid 5, tekst 2020); gerekend alsof wel.
- afronding maandbedrag: de wet rondt het jaarbedrag af (Awir art. 14 lid 4), niet het maandbedrag; Dienst Toeslagen deelt in haar tabellen het afgeronde jaarbedrag door twaalf en rondt naar beneden af op hele euro's (grondslag niet gevonden in Awir, Wzt of Uitvoeringsregeling Awir).