toeslagrecht

Voorbeeld zt-2020-rul-016

zorgtoeslag · 2020 · bron: ruling · niet geverifieerd

De bron

Rechtbank Midden-Nederland 15 december 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:6118 (zaaknr. UTR - 21/2520 en UTR - 21/2521), citaten uit de uitspraak: 'Voor het jaar 2020 heeft verweerder aan eisers ieder afzonderlijk een voorschot zorgtoeslag verleend van € 1.250,-.' 'Het voorschot zorgtoeslag van eisers voor het jaar 2020 is opnieuw berekend en vastgesteld op € 0,- op grond van het geschatte verzamelinkomen van eisers van € 39.694,-.' 'Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat op grond van het dwingend recht het toeslagpartnerschap van eisers volgens artikel 3, derde lid, van de Awir dan ingaat per 1 januari 2020.' 'Dit betekent dat uit de van toepassing zijnde wettelijke bepaling volgt dat verweerder eisers terecht als toeslagpartners voor het gehele jaar 2020 heeft aangemerkt.'

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6118 (opgehaald 2026-10-30)

Wat is ingevuld

partner
True
partner_verzekerd
True
toetsingsinkomen_aanvrager
39694
toetsingsinkomen_partner
0
rendementsgrondslag
—

Verwacht en berekend

VeldVerwacht (bron)Berekend (wettekst)Gelijk
tegemoetkoming0.000.00 (exact 0)ja

Herzien voorschot 2020 (13 maart 2021): nihil bij een geschat gezamenlijk verzamelinkomen van € 39.694, nadat eisers door een samenlevingscontract van 30 oktober 2020 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 toeslagpartners werden (Awir art. 3 lid 3, tekst 2020 — dezelfde regel als in zt-2020-rul-011/-012; gewijzigd per 1 januari 2021). Tekst 2020: inkomensgrens met partner € 38.945 → nihil. De rechtbank liet de berekening staan en vernietigde alleen de terugvordering over 1 januari–30 oktober 2020 (belangenafweging); dat raakt de tegemoetkoming niet. Het gezamenlijke inkomen is als inkomen van de aanvrager ingevoerd (partner € 0); eiseres' deel (€ 19.100) is zt-2020-rul-017, het deel van eiser is in de tekst afgebroken. Wordt 'verified' op dezelfde voet (ASKS.md 9).

Stap voor stap, volgens de wettekst

Naar de letter van de wet krijgt u in 2020

€ 0 per jaar

Berekend € 0,00 per jaar, afgerond op hele euro’s (Awir art. 14 lid 4). Per maand is dat € 0,00. Dienst Toeslagen betaalt hele euro’s per maand en komt dan op € 0; waar dat afronden per maand in de wet staat, hebben wij niet gevonden.

Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.

Alle regels in deze berekening: draft.

  1. Uw toetsingsinkomen en dat van uw partner tellen samen. Uitkomst: € 39.694,00.

    Awir art. 7 lid 1 · draft39694 + 0

  2. Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: niet getoetst, want geen vermogen opgegeven.

    Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2020) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draftGeen vermogen opgegeven; de vermogenstoets is niet uitgevoerd.

  3. Het drempelinkomen: 108% van twaalf keer het minimumloon per maand van januari. Uitkomst: € 21.430,66.

    Wzt art. 1 lid 1 onder f; WML art. 8 lid 1 onder a · draft108% × 12 × 1653.60

  4. De normpremie: wat u volgens de wet zelf aan premie kunt dragen. Uitkomst: € 3.361,91.

    Wzt art. 2 lid 2 en 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draft4.140% × 21430.656 + 13.550% × max(0, 39694 − 21430.656) = 887.229 + 2474.683

  5. Twee keer de standaardpremie min de normpremie; u en uw partner hebben samen één aanspraak. Uitkomst: € 0,00.

    Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)); Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, art. 1 · draft1642 + 1642 − 3361.912

  6. Het bedrag van de zorgtoeslag wordt afgerond op hele euro's. Uitkomst: € 0,00.

    Awir art. 14 lid 4 · draft0 → afgerond

  7. Is de zorgtoeslag minder dan € 24 per jaar, dan wordt zij niet toegekend. Uitkomst: € 0,00.

    Awir art. 14 lid 5 · draft0

  8. Per kalendermaand: het jaarbedrag gedeeld door twaalf. Uitkomst: € 0,00.

    Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2020; sinds 01-01-2021 lid 5) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draft0 / 12

Wat de wet hier niet bepaalt