toeslagrecht

Voorbeeld zt-2020-syn-013

zorgtoeslag · 2020 · bron: synthetic · niet geverifieerd

De bron

Door de operator geconstrueerd op 2026-10-14 uit de tekst van 2020 (Wzt 01-01-2020; Stcrt. 2019, 64399; Stcrt. 2019, 56680; Stb. 2019, 386; Stcrt. 2019, 61842; Wet IB 2001 art. 5.2 en 5.5 tekst 2020). Geen publicatie van de Dienst Toeslagen voor 2020 gelezen: de leaflet Berekening zorgtoeslag 2020 is op 2026-10-14 niet gevonden (tg0821z01fd en z02fd: 404). Synthetic: een controle van de encoding tegen de tekst, geen verificatie (CASES.md)

Wat is ingevuld

partner
False
toetsingsinkomen_aanvrager
20000
rendementsgrondslag
116613

Verwacht en berekend

VeldVerwacht (bron)Berekend (wettekst)Gelijk
tegemoetkoming1250.001250.00 (exact 1250)ja
aanspraak_jaar1249.821249.82 (exact 1249.81899520)ja

Vermogenstoets 2020 op de grondslag sparen en beleggen: rendementsgrondslag € 116.613 − heffingvrij vermogen € 30.846 (Wet IB 2001 art. 5.5, 2020) = € 85.767, niet meer dan € 85.767 (Wzt art. 2a lid 1, tekst 2020): recht. Dezelfde € 116.613 is precies het bedrag dat Stb. 2020, 546 per 2021 als rendementsgrondslag-grens invoerde.

Stap voor stap, volgens de wettekst

Naar de letter van de wet krijgt u in 2020

€ 1.250 per jaar

Berekend € 1.249,82 per jaar, afgerond op hele euro’s (Awir art. 14 lid 4). Per maand is dat € 104,15. Dienst Toeslagen betaalt hele euro’s per maand en komt dan op € 104; waar dat afronden per maand in de wet staat, hebben wij niet gevonden.

Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.

Alle regels in deze berekening: draft.

  1. Uw toetsingsinkomen telt; u hebt geen partner. Uitkomst: € 20.000,00.

    Awir art. 7 lid 1 · draft20000

  2. Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: onder de grens.

    Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2020) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draftGrondslag sparen en beleggen 116613 − heffingvrij vermogen 30846 (Wet IB 2001 art. 5.2 lid 1, art. 5.5) = 85767 ≤ € 85767.

  3. Het drempelinkomen: 108% van twaalf keer het minimumloon per maand van januari. Uitkomst: € 21.430,66.

    Wzt art. 1 lid 1 onder f; WML art. 8 lid 1 onder a · draft108% × 12 × 1653.60

  4. De normpremie: wat u volgens de wet zelf aan premie kunt dragen. Uitkomst: € 392,18.

    Wzt art. 2 lid 2 en 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draft1.830% × 21430.656 + 13.550% × max(0, 20000 − 21430.656) = 392.181 + 0

  5. De standaardpremie min de normpremie. Uitkomst: € 1.249,82.

    Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)); Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2020, art. 1 · draft1642 − 392.181

  6. Het bedrag van de zorgtoeslag wordt afgerond op hele euro's. Uitkomst: € 1.250,00.

    Awir art. 14 lid 4 · draft1249.819 → afgerond

  7. Is de zorgtoeslag minder dan € 24 per jaar, dan wordt zij niet toegekend. Uitkomst: € 1.250,00.

    Awir art. 14 lid 5 · draft1250 ≥ 24

  8. Per kalendermaand: het jaarbedrag gedeeld door twaalf. Uitkomst: € 104,15.

    Wzt art. 2 lid 6 (tekst 2020; sinds 01-01-2021 lid 5) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)) · draft1249.819 / 12

Wat de wet hier niet bepaalt