Voorbeeld zt-2022-rul-003
zorgtoeslag · 2022 · bron: ruling · niet geverifieerd
De bron
Rechtbank Midden-Nederland 26 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5552 (zaaknrs. UTR 23/4153 en UTR 24/4548), r.o. 11, 14–16: 'Eiser en zijn partner wonen in Polen en ontvangen pensioen uit Nederland. Zij zijn daardoor verdragsgerechtigde in de zin van artikel 69 van de Zorgverzekeringswet.' 'De standaardpremie is een vast bedrag en in 2022 voor twee personen vastgesteld op € 3.498. Daarop moet de woonlandfactor (0,1829) worden toegepast en dan resteert een bedrag van € 640.' 'In 2022 was zijn toetsingsinkomen € 22.433 en het drempelinkomen is in dat jaar vastgesteld op € 22.356. Over het drempelinkomen is bepaald dat 4,225 procent kan worden besteed aan zorgkosten en over het overschot (van € 77) is dat 13,61 procent. Dat betekent dat de normpremie van eiser in 2022 € 955 was.' 'De normpremie (€ 955) is dus hoger dan de standaardpremie (€ 640), waardoor eiser over 2022 geen recht heeft op (een voorschot op) zorgtoeslag.' Beroep ongegrond
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5552 (opgehaald 2026-10-28)
Wat is ingevuld
- partner
- True
- partner_verzekerd
- False
- aanvrager_verdragsgerechtigd
- True
- partner_verdragsgerechtigd
- True
- woonland
- PL
- toetsingsinkomen_aanvrager
- 22433
- toetsingsinkomen_partner
- 0
- rendementsgrondslag
- —
Verwacht en berekend
| Veld | Verwacht (bron) | Berekend (wettekst) | Gelijk |
|---|---|---|---|
tegemoetkoming | 0.00 | 0.00 (exact 0) | ja |
Herziening van het voorschot 2022 naar nihil (17 mei 2023, gehandhaafd 10 juli 2023): geen zorgtoeslag voor een verdragsgerechtigd echtpaar in Polen. De tekst van 2022 geeft hetzelfde: standaardpremie 2 × € 1.749 × 0,1829 = € 639,78 (Wzt art. 3 lid 1–2, tekst 2022; Regeling zorgverzekering bijlage 4, Polen 0,1829), normpremie 4,225% × € 22.356 + 13,61% × € 77 = € 955,02 (art. 2 lid 3), aanspraak negatief, dus nihil (via build.run_case). De Dienst noemt € 640 en € 955: dezelfde bedragen, afgerond. De uitspraak noemt het inkomen 'zijn toetsingsinkomen', maar rekent met de percentages en de standaardpremie voor twee personen; de case voert € 22.433 in als gezamenlijk toetsingsinkomen (partner € 0). Zonder partner zou de uitkomst ook nihil zijn (€ 319,89 tegen € 423,62). Het drempelinkomen 2022 'vastgesteld op € 22.356' is precies 108% × 12 × € 1.725,00, dus hier geen afrondingsvraag (DISCREPANCIES.md #1). Eerste beslissing in het corpus waarin de Dienst een woonlandfactor op een genoemd inkomen toepast; de factor voor Polen 2022 in parameters/2022.yaml (Stcrt. 2021, 46565) is de factor die de Dienst toepaste. Voetnoot van de rechtbank, geciteerd zonder uitleg: 'Overigens heeft Dienst Toeslagen in de beslissing op bezwaar de normpremie op een onjuiste wijze berekend, door 4,256 % van het gehele toetsingsinkomen te nemen (in plaats van het drempelinkomen) en uit te komen op een normpremie van € 955.' Wordt 'verified' op dezelfde voet (ASKS.md 9).
Stap voor stap, volgens de wettekst
Naar de letter van de wet krijgt u in 2022
€ 0 per jaar
Berekend € 0,00 per jaar, afgerond op hele euro’s (Awir art. 14 lid 4). Per maand is dat € 0,00. Dienst Toeslagen betaalt hele euro’s per maand en komt dan op € 0; waar dat afronden per maand in de wet staat, hebben wij niet gevonden.
Dit is wat de wet zegt voor wat u invulde. Het is geen advies en geen aanvraag; aanvragen doet u op toeslagen.nl.
Alle regels in deze berekening: draft.
Uw toetsingsinkomen en dat van uw partner tellen samen. Uitkomst: € 22.433,00.
Awir art. 7 lid 1 · draft22433 + 0
Is het vermogen op 1 januari boven de grens, dan is er het hele jaar geen zorgtoeslag. Uitkomst: niet getoetst, want geen vermogen opgegeven.
Wzt art. 2a lid 1 (tekst 2022) (BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)) · draftGeen vermogen opgegeven; de vermogenstoets is niet uitgevoerd.
Het drempelinkomen: 108% van twaalf keer het minimumloon per maand van januari. Uitkomst: € 22.356,00.
Wzt art. 1 lid 1 onder f; WML art. 8 lid 1 onder a · draft108% × 12 × 1725.00
De normpremie: wat u volgens de wet zelf aan premie kunt dragen. Uitkomst: € 955,02.
Wzt art. 2 lid 2 en 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)) · draft4.225% × 22356 + 13.610% × max(0, 22433 − 22356) = 944.541 + 10.48
Woont u als verdragsgerechtigde buiten Nederland, dan telt de standaardpremie vermenigvuldigd met de woonlandfactor van uw woonland. Uitkomst: € 639,78.
Wzt art. 3 (tekst 2022) lid 1, 2, 3 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)); Wet op de zorgtoeslag art. 3 lid 1 en 2 (tekst 2022) jo. Regeling zorgverzekering art. 6.3.1 lid 9 en bijlage 4 · draftwoonlandfactor PL 2022 = 0.183; standaardpremie(s): 319.892 + 319.892
Twee keer de standaardpremie min de normpremie; u en uw partner hebben samen één aanspraak. Uitkomst: € 0,00.
Wzt art. 2 lid 1 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)); Wet op de zorgtoeslag art. 4 jo. Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2022, art. 1 · draft639.784 − 955.021
Uw partner is geen verzekerde voor deze wet: u krijgt de helft. Uitkomst: € 0,00.
Wzt art. 2 lid 4 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)) · draft50% × vorige stap
Het bedrag van de zorgtoeslag wordt afgerond op hele euro's. Uitkomst: € 0,00.
Awir art. 14 lid 4 · draft0 → afgerond
Is de zorgtoeslag minder dan € 24 per jaar, dan wordt zij niet toegekend. Uitkomst: € 0,00.
Awir art. 14 lid 5 · draft0
Per kalendermaand: het jaarbedrag gedeeld door twaalf. Uitkomst: € 0,00.
Wzt art. 2 lid 5 (BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)) · draft0 / 12
Wat de wet hier niet bepaalt
- afronding maandbedrag: de wet rondt het jaarbedrag af (Awir art. 14 lid 4), niet het maandbedrag; Dienst Toeslagen rondde in haar rekenvoorbeeld van 2022 het maandbedrag rekenkundig af op hele euro's (€ 44,89 → € 45), in latere jaren naar beneden (grondslag niet gevonden in Awir, Wzt of Uitvoeringsregeling Awir).