standaardpremie
Status: draft · regel zt-2026-art4
Wzt art. 4; jaarlijkse Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies (2026: Stcrt. 2025, 40022, art. 1; 2025: Stcrt. 2024, 38887; 2024: Stcrt. 2023, 32413; 2023: Stcrt. 2022, 32017; 2022: Stcrt. 2021, 47872; 2021: Stcrt. 2020, 62033; 2020: Stcrt. 2019, 64399; 2019: Stcrt. 2018, 66728; 2018: Stcrt. 2017, 68107; 2016: Stcrt. 2015, 43794; 2015: Stcrt. 2014, 35190; 2014: Stcrt. 2013, 35060; 2013: Stcrt. 2012, 25514, € 1.478 = € 1.281 premie + € 197 eigen risico, 'de kortingen op collectiviteitscontracten niet meegenomen' — in 2014 wél, als beleidswijziging — voor 2013 noemt ECLI:NL:RVS:2017:662 het maximum met partner uit de tekst, € 2.062, als voorschot én vaststelling van de Dienst bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 18.035 (zt-2013-rul-001) en ECLI:NL:RVS:2016:3324 het maximum zonder partner, € 1.060, bij € 2.144 (zt-2013-rul-003); voor 2014 noemt Hof Den Haag ECLI:NL:GHDHA:2017:1067 het maximum zonder partner uit de tekst, € 865, als voorschot van de Dienst bij een geschat inkomen van € 17.333; voor 2015 noemt ECLI:NL:RVS:2018:2406 het maximum zonder partner uit de tekst, € 942, als voorschot van de Dienst; voor 2016 bevestigen ECLI:NL:RVS:2024:2798 en ECLI:NL:RVS:2022:2397 de maxima uit de tekst, € 998 en € 1.905, als uitkomsten van de Dienst).
In gewoon Nederlands: De standaardpremie is wat een zorgverzekering volgens de minister gemiddeld kost in dat jaar, premie plus verplicht eigen risico. 2026: € 2.119. 2025: € 2.112. 2024: € 1.987. 2023: € 1.889. 2022: € 1.749. 2021: € 1.705. 2020: € 1.642.
De berekening
parameter.
Versies per jaar
- De wet in 2026
- De wet in 2025
- De wet in 2024BWBR0018451, geldend van 01-01-2024 t/m 05-11-2024; vanaf 06-11-2024 t/m 31-12-2024 vernummerd (art. 2a → 3, art. 3 → 4a), bedragen gelijk
- De wet in 2023BWBR0018451, geldend van 01-01-2023 t/m 31-12-2023 (verbatim gelezen 2026-10-11)
- De wet in 2022BWBR0018451, geldend van 01-01-2022 t/m 31-12-2022 (verbatim gelezen 2026-10-12)
- De wet in 2021BWBR0018451, geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021 (verbatim gelezen 2026-10-13)
- De wet in 2020BWBR0018451, geldend van 01-01-2020 (verbatim gelezen 2026-10-14)
- De wet in 2019BWBR0018451, geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019 (verbatim gelezen 2026-10-18)
- De wet in 2018BWBR0018451, geldend van 01-01-2018 t/m 31-12-2018 (verbatim gelezen 2026-10-19)
- De wet in 2017BWBR0018451, geldend van 01-01-2017 t/m 30-06-2017 en van 01-07-2017 t/m 31-12-2017 (verbatim gelezen 2026-10-21)
- De wet in 2016BWBR0018451, geldend van 01-01-2016 t/m 31-12-2016 (verbatim gelezen 2026-10-22)
- De wet in 2015BWBR0018451, geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2015 (verbatim gelezen 2026-10-23)
- De wet in 2014BWBR0018451, geldend van 01-01-2014 t/m 31-03-2014 (verbatim gelezen 2026-10-24); art. 1–5 gelijk in de versies van 01-04-2014 en 16-07-2014 op art. 4 en art. 5 lid 2 na
- De wet in 2013BWBR0018451, geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013 (verbatim gelezen 2026-10-24 en 2026-10-25); de enige tekstversie van 2013
Voorbeelden die deze regel testen
Nog geen.
Verschillen en geschillen
- Verschil #162026-11-02 ·
law - Verschil #72026-10-11 ·
government - Verschil #32026-10-08 ·
open